Er zijn zeven dimensies volgens Ninan Smart.
1) doctrinaire dimensie - filosofie, voortrekkers (?)
2) verhalen/mythes - geschriften
3) morele - mores
4) emotionele, ondervinden - beleving
5) praktische rituelen - feesten
6) sociale rituelen - samenkomsten
Religie: overtuiging, gedraging, maatschappelijke instituties, die iets te maken hebben met
beschouwingen (over levensvragen)
Visies op het geloof:
1) antropologisch - verklaring en zingeven.
2) functionalistisch - wat doet religie? Marx: de opium van het volk, houdt het volk dom.
3) essentialistisch - wat ís religie? Otto: ontmoeting mens en heligen. Luther: betekent niets,
poging om jezelf te redden en bij God komen kan alleen via Jezus.
4) exclusivisme - sluiten de andere geloven uit en plaatsen zichzelf boven alles.
*Vervangsmodel: christendom vervangt de rest, Jezus is de enige weg
*Vervullingsmodel: christendom vervult de rest, Jezus is gestorven voor iedereen, het is de
enige weg, er is altijd een oplossing voor zij die niet geloven.
*Wederkerig model (pluralisme): het christendom is gelijk aan de rest.
Hindoeïsme
Komt van de rivier de Indus en betekent: de eeuwige leer/bescherming. Er is geen duidelijke
stichter of vaste organisatie. Het is polytheïstisch, er zijn vele goden. Er zijn twee lagen:
1) de oeroude natuurreligie uit India.
2) de Ariërs en volksstammen.
De veda's zijn de grote verhalen. Ze werken met karma (je handelingen) en reïncarnatie.
Alles komt voort uit Brahman (onstroffelijk) en alles keert ernaar terug. Je ziel heet 'atman'.
Door goed te handelen kun je een beter mens worden en in een hogere kaste komen.
Er zijn drie verlossingswegen:
1) Karma-marga: door goed te handelen
2) Bhakti-marga: door liefdevolle overgave