Afwijkende mondgewoonte (mondgewoonte):
Gewoonte mondademen:
je ademt in rust altijd door je neus, dat is beter.
! ouders adviseren naar de kno arts.
Oorzaken (niet alle):
- Neusamandel - Gewoonte
- Gebitsafwijking - Duimzuigen
Gevolgen (niet alle):
- Minder reuk. - Slappe houding.
- Slijm. - Hoge ademhaling.
Leerkracht:
Lip/tong oefeningen:
- Brrrr. - Klakken met je tong.
- Wangen vullen met lucht en op duwen. - Likken van een denkbeeldig schoteltje.
- Kusjes in de lucht.
Herinneringsteken/stickers.
Beloningssysteem.
Logopedist:
naar de logopedist als er bij de kno geen organisch probleem is geconstateerd.
Duimzuigen:
Na het zesde jaar is dit niet meer normaal.
Oorzaken:
Een aangeboren reflex.
Gevolgen (niet alle):
- Verkeerde tonghouding. - Uitspraakproblemen.
- Gebits-gehemelte afwijkingen. - Negatieve reacties.
Leerkracht:
Oefenschema maken (met de logopedist).
Lip/tongspier oefeningen:
- Fluiten. - Baard maken: vel papier tussen onderlip en
- Smakken. kin.
- Tongpunt de neus/kin aanraken. - Kaars uitblazen.
Logopedist:
zou kunnen uit angst voor kaakafwijkingen etc.
infantiel slikken:
een kind slikt op latere leeftijd nog zoals een baby doet: tongpunt naar voren tussen die tanden, tegen de lippen.
Het kind kwijlt veel en maalt het eten i.p.v. kauwen.
Oorzaken:
- Verkeerde eetgewoonte. - Slechte mondsensoriek/motoriek. (weinig
- Afwijkende tandenstand. gevoel)
Gevolgen:
- Afwijking kaak-tandenstand. - Uitspraakproblemen.
- Slappe lip/tongspieren.
Leerkracht:
Altijd verwijzen naar een logopedist, zonder instructie van de logopedist niets doen, omdat je stotteren in de hand
kan werken!
Logopedist:
Van belang om tijdig te verwijzen.
,Articulatie problemen (uitspraak):
1) Weglaten van één of meer klanken: ies i.p.v. 4) Open nasaal: lucht ontsnapt door de neus
fiets. i.p.v. door de mond.
2) Vervangen van spraakklanken of combinaties: 5) Vervormen van spraakklanken.
taas i.p.v. kaas. 6) Toevoegen van spraakklanken: boeloem i.p.v.
3) Gesloten nasaal: ‘’verkouden klank’’/dichte bloem.
neus.
3/4 jaar: alle spraakklanken goed kunnen zeggen m.u.v. s/l/r.
4/5 jaar: nog problemen met de uitspraak van: s/r.
6 jaar: woorden met 3 of meer medeklinkers achter elkaar (struik) kan nog moeilijk zijn.
Oorzaken articulatiestoornis.
Auditief:
- Gehoorstoornis. - Stoornis auditieve waarneming.
Organisch:
- Afwijking spreekorgaan. - Verwijderen neus/keelamandel (door de pijn).
Neurologisch:
Kunnen veroorzaakt worden door een beschadiging van het zenuwstelsel.
Andere:
- Nabootsing. - Afwijkend mondgedrag.
- Zwakke intelligentie. - Vertraagde spraakontwikkeling.
Gevolgen articulatiestoornis
- Het kind is moeilijk te verstaan. - Kans op spelling/leesproblemen.
- Het kind krijgt problemen met taalbegrip: dak
ipv dat geeft problemen.
Oorzaken open nasaliteit:
- Organisch (kort gehemelte, gespleten - Functionele (imitatie/gewenning, dialect).
gehemelte, beschadigd gehemelte). Behandeling logopedist.
Behandeling is medisch.
Oorzaken gesloten nasaliteit:
- Organisch (gezwollen neusslijmvliezen, - Functioneel (imitatie) behandeling logopedis
poliepen, neusamandel te groot, scheef
neusschot). Behandeling medisch.
Leerkracht:
- Trainen van auditieve waarneming: Zeggen wanneer je een woord/klank hoort in
goed/fout gesproken klank. een verhaal.
Hoeveel lettergrepen. - Woorden oefenen met de ‘’moeilijke’’ klank.
Welke klanken hoor je. - Lip/gehemelte en kaakspieroefeningen (zie
blad)
Logopedist:
Ja, als de spraakontwikkeling is verstoord.
Auditieve waarneming
De leerling heeft moeite met het verwerken van geluidsprikkels door de hersenschors. Een slechthorend kind heeft
moeite met auditieve waarneming, maar een kind met moeite met auditieve waarneming hoeft niet slechthorend te
zijn. Bij vermoeden naar de kno.
De auditieve waarneming is belangrijk bij het leren lezen, schrijven en spellen.
Wat is het + kenmerken bij problemen:
Auditieve concentratie: je luisterhouding. Slechte luisterhouding is vaak te merken aan het gedrag.
Auditief geheugen / temporeel geheugen: onthouden en volgorde onthouden van klanken. Het na vertellen van
klanken (volgorde), als een kind dit niet kan.
Auditieve discriminatie: onderscheiden. het kind moet verschil kunnen horen tussen
klanken/woorden/spraakklanken.
Auditieve synthese: samenvoegen. het kind moet lettergrepen/spraakklanken tot een woord kunnen maken.
Auditieve analyse: horen van de klanken. op gehoor een zin in woorden/klanken kunnen ontleden.
, Oorzaken:
- Onvoldoende voorstellingsvermogen. - Vertraagde spraaktaalontwikkeling.
- Slechthorend. - Groot verschil tussen thuis en school
- Slechte luisterhouding. (taalgebruik).
- Temporeel geheugen werkt niet goed.
Gevolgen:
- Taalachterstand. - Moeite met luisteren.
- Moeite met lezen en schrijven. - Moeite met sociaal contact.
Leerkracht: hulp van de rt voor oefeningen met de auditieve waarneming:
- Tik tik wie ben ik? - Twee/drie woorden samenvoegen tot een
- Onthoudspelletjes als ik ga op reis en neem woord. (synthese)
mee. (auditief-temporeel geheugen) - Plaatjes soorten naar beginklank. (analyse).
- Trefwoorden herkennen in een reeks.
(discriminatie)
Logopedist: als de leerkracht de achterstand (taal) niet kan inlopen wel.
Houding/stem/adem (stemstoornissen)
Stemstoornis heeft te maken met de stembelastbaarheid die wordt bepaald door drie factoren:
1 bouw van het strottenhoofd.
2 psychosociale factoren
3 foutieve stemgevingspatronen.
Een stemstoornis is een aandoening aan het stemapparaat, met als gevolg een afwijkend geluid.
Oorzaken
Organisch:
- Verkeerd strottenhoofd.
- Stembandknobbeltjes.
- Verkoudheid.
- Afwijking in de neus.
Functioneel:
(verkeerd gebruik)
- Verkeerd roepen/gillen/schreeuwen. - Nadoen van stemmetjes.
- Persen op de keel. - Kuchen of keelschrapen.
Gevolgen:
- Droge mond. - Keelpijn.
- Vermoeidheid na lang spreken. - Hoesten.
Leerkracht: ouders en kind informeren over goed stemgebruik, letten op de houding van het kind, belonen als het de
stem goed gebruikt.
Logopedist: ja, als het kind langer dan drie weken hees of schor is moet het kind naar de logopedist/kno arts.
Taalontwikkeling stoornissen (taalbegrip/taalproductie/pragmatisch vreemd taalgebruik)
Taalvaardigheid is de vaardigheid om wensen, gevoelens en gedachten op een begrijpelijke manier onder woorden
te brengen en te begrijpen wat andere zeggen. Op school speelt taalvaardigheid een grote rol omdat het onderwijs
grotendeels verbaal is. Bij kinderen met een taalprobleem is er meestal sprake van een vertraging of achterstand in
de ontwikkeling. Taalstoornissen worden verdeeld in taalontwikkelingsstoornissen en meer op zichzelf staande
stoornissen als afasie.
Taal ontwikkelingsstoornissen zijn stoornissen in de opbouw van de taal, waardoor het praten van het kind
langzamer of anders ontwikkelt. Ze kunnen op de volgende manier, a.d.h.v. taalgedrag worden verdeeld:
1 verlate taalaanvang (nog) geen taalontwikkeling.
2 vertraagde spraakontwikkeling.
3 de taalontwikkeling vertoond hiaten.
Kenmerken van een taalontwikkelingsstoornis:
- Kinderen praten met een rommelige - Soms hanteren ze een ‘eigen taaltje’.
zinsbouw. - Problemen met taal-denkrelaties en logisch
- Kinderen praten met korte zinnen. rederneren.
- Gebruiken een klein aantal woorden.