Functieonderzoek van de schouder
- Anteversie (flexie)
Fixatie schoudergordel
Uitgangshouding:
• Zit; Fysiotherapeut staat achter de patiënt.
Uitvoering:
• Een hand fixeert de schoudergordel en de andere hand beweegt de
arm naar anteversie, terwijl deze hand de elleboog omvat zodat de
elleboog in extensie blijft.
Eindgevoel:
• verend door kapsel
• Bewegingsuitslag: ± 100°.
Fixatie thorax
Uitgangshouding:
• Zit; Fysiotherapeut staat achter de patiënt.
Uitvoering:
• Nu ondersteunt een hand de thorax terwijl de
andere hand de elleboog omvat en de arm zo in
volledige anteversie brengt.
Eindgevoel:
• Lang verend door kapsel en spieren.
• Bewegingsuitslag: ± 180°.
Stap 1
Stap 2
, - Retroversie (extensie)
Uitgangshouding:
• Zit; Fysiotherapeut staat achter de patiënt.
Uitvoering:
• Een hand fixeert de scapula en de thorax terwijl de andere
hand de bovenarm naar retroversie beweegt.
Eindgevoel:
• kort verend door kapsel en ligamenten.
• Bewegingsuitslag: ± 50°.
Stap 1
Stap 2
- Anteversie (flexie)
Fixatie schoudergordel
Uitgangshouding:
• Zit; Fysiotherapeut staat achter de patiënt.
Uitvoering:
• Een hand fixeert de schoudergordel en de andere hand beweegt de
arm naar anteversie, terwijl deze hand de elleboog omvat zodat de
elleboog in extensie blijft.
Eindgevoel:
• verend door kapsel
• Bewegingsuitslag: ± 100°.
Fixatie thorax
Uitgangshouding:
• Zit; Fysiotherapeut staat achter de patiënt.
Uitvoering:
• Nu ondersteunt een hand de thorax terwijl de
andere hand de elleboog omvat en de arm zo in
volledige anteversie brengt.
Eindgevoel:
• Lang verend door kapsel en spieren.
• Bewegingsuitslag: ± 180°.
Stap 1
Stap 2
, - Retroversie (extensie)
Uitgangshouding:
• Zit; Fysiotherapeut staat achter de patiënt.
Uitvoering:
• Een hand fixeert de scapula en de thorax terwijl de andere
hand de bovenarm naar retroversie beweegt.
Eindgevoel:
• kort verend door kapsel en ligamenten.
• Bewegingsuitslag: ± 50°.
Stap 1
Stap 2