Geschiedenis p2 het Britse rijk
Kenmerkende aspecten
- Het begin van Europese overzeese expansie.
- De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot
gevolg had.
- Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie.
- Rationeel optimisme en verlicht denken dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
- Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën
en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het
abolitionisme.
- De democratie revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over
grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
- De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële
samenleving.
- De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
- De opkomst van emancipatiebewegingen.
- Discussies over de sociale kwestie.
- Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en
vrouwen aan het politieke proces.
- De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme,
socialisme, confessionalisme en feminisme.
Begrippen
Driehoekshandel -> handel tussen Europa, Afrika en Amerika
Emancipatie -> 1 toekenning van gelijke kansen en rechten, 2 afschaffing van slavernij
Pilgrim Fathers -> groep Engelse calvinisten die in 1620 een kolonie stichtte in Amerika
Royal African Company -> Britse handelscompagnie
Slaafgemaakten -> slaven
Vestigingskolonie -> kolonie die wordt gebruikt voor permanente bewoning
East India Company -> Britse handelscompagnie in Azië
Indian National Congress -> nationalistische partij India (1885)
Royal Navy -> Britse marine
Verdrag van Allahabad -> verdrag waardoor de EIC de macht kreeg in Bengalen (1765)
Factory acts -> wetten die arbeidszaken regelden (vanaf 1833)
Reform Bill -> wet die het kiesrecht hervormde (1832)
Spinning Jenny -> eenvoudige spinmachine (vanaf 1764)
Kenmerkende aspecten
- Het begin van Europese overzeese expansie.
- De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot
gevolg had.
- Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie.
- Rationeel optimisme en verlicht denken dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
- Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën
en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het
abolitionisme.
- De democratie revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over
grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
- De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële
samenleving.
- De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
- De opkomst van emancipatiebewegingen.
- Discussies over de sociale kwestie.
- Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en
vrouwen aan het politieke proces.
- De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme,
socialisme, confessionalisme en feminisme.
Begrippen
Driehoekshandel -> handel tussen Europa, Afrika en Amerika
Emancipatie -> 1 toekenning van gelijke kansen en rechten, 2 afschaffing van slavernij
Pilgrim Fathers -> groep Engelse calvinisten die in 1620 een kolonie stichtte in Amerika
Royal African Company -> Britse handelscompagnie
Slaafgemaakten -> slaven
Vestigingskolonie -> kolonie die wordt gebruikt voor permanente bewoning
East India Company -> Britse handelscompagnie in Azië
Indian National Congress -> nationalistische partij India (1885)
Royal Navy -> Britse marine
Verdrag van Allahabad -> verdrag waardoor de EIC de macht kreeg in Bengalen (1765)
Factory acts -> wetten die arbeidszaken regelden (vanaf 1833)
Reform Bill -> wet die het kiesrecht hervormde (1832)
Spinning Jenny -> eenvoudige spinmachine (vanaf 1764)