Kopmels blz 403-418 Hoofdstuk 17.1 tot en met 17.5.pdf
Als kinderen op de basisschool de ruimte en de goede begeleiding krijgen, ontwikkelen ze
een expliciete levensbeschouwelijke identiteit: een steeds steviger wordende basis van
waaruit ze naar de wereld kijken en handelen.
Doordat kinderen hebben mogen proeven van allerlei bronnen en, door de ontmoeting van
anderen, daar altijd hun eigen betekenis aan hebben mogen geven, zijn ze eraan gewend
geraakt dat anderen, in de klas of in de wereld, op andere manieren betekenis geven.
In het ideaalplaatje werk je in je onderwijs steeds op allerlei manieren aan de drie
overkoepelende doelen van levensbeschouwelijk leren: eigen betekenis ontdekken, daarover
met anderen in dialoog gaan en Wereldwijsheid ontwikkelen.
Zo bereid je je leerlingen voor op een samenleving waarin hun eigen wijsheid en identiteit
voortdurend uitgedaagd worden.
Het vraagt veel van (jonge) mensen om zelfstandig hun weg te vinden en de juiste keuzes te
maken in de samenleving. De kring van ‘anderen’ met wie kinderen te maken hebben wordt
steeds groter en diverser wanneer zij het veilige nest van de basisschool verlaten hebben.
Het begrip ‘vrijheid’ is belangrijk, volgens Biesta. Als Biesta spreekt over subjectificatie
bedoelt hij daarmee dat kinderen leren om een subject, een mens, een volwassen persoon
te worden die de vrijheid (om zelf keuzes te maken en zijn/haar eigen-wijsheid te
ontwikkelen) leert te hanteren.
Dat betekent niet dat zo’n zelfbepalende eigen-wijze speler altijd alleen maar doet waar ie
zelf zin in heeft.
Een kind wordt geboren en is afhankelijk van de zorg van anderen. Later verandert dat.
Opvoeden beweegt zich zodoende steeds tussen het aanmoedigen van de vrije wil en vrije
keus van kinderen aan de ene kant en het begrenzen ervan in de relatie tot de omgeving van
de andere kant.
De vrijheid die kinderen mogen ontwikkelen wordt dus altijd begrensd door de vrijheid van de
ander, van de omgeving. Wat jij graag wilt, waar jij je vrijheid in zoekt en pakt, kan op
gespannen voet staan met wat er mogelijk is om die vrijheid te nemen, zonder dat een ander
in zijn vrijheid beperkt wordt.
Biesta benadrukt dat het subject-worden van kinderen, het leren om je eigen vrijheid te
hanteren, zich dus altijd afspeelt tegen de achtergrond van de begrenzing van die vrijheid,
dus in verhouding tot ‘de wereld’.
De ontwikkeling van de levensbeschouwelijke identiteit van kinderen speelt zich steeds af
tegen de achtergrond van en met het oog op een pluriforme samenleving.
Subject-worden, dat wil zeggen een vrije, zelfbepalende, eigen-wijze maar ook op anderen
afgestemde volwassene worden, is geen gemakkelijke opgave.
Meer kennis leidt niet automatisch tot meer wijsheid over hoe we moeten (samen)leven.
Democratie valt of staat bij mensen die zich betrokken voelen bij en verantwoordelijkheid
nemen voor het collectief.
De democratie is volgens de Britse premier Churchill de minst slechte optie om goed met
elkaar samen te leven.
1
,Net zoals er alleen onderwijs bestaat bij de gratie van goed opgeleide leerkrachten met hun
hart op de juiste plek, bestaat er alleen een goed functionerende democratische rechtsstaat
als er mensen zijn die daarin meeleven, meepraten, meedoen.
Volgens artikel 6 (vrijheid van godsdienst) en artikel 23 (vrijheid van onderwijs) uit de
grondwet ben je in Nederland vrij om je eigen levensbeschouwing en Levensbeschouwing te
hebben en daarnaar te leven. Het betekent ook dat je in het bijzonder onderwijs vrij bent
vanuit een Levensbeschouwing je onderwijs vorm te geven.
De vrijheid van onderwijs houdt ook in dat elke school vrij is het onderwijs te laten aansluiten
bij haar levensbeschouwelijke identiteit.
Artikel 1 van de grondwet:
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.
Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras,
geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
De kunst van een democratische cultuur is steeds om het met elkaar ‘uit te houden’ in dat
spanningsveld.
Scholen moeten veel duidelijker dan voorheen zichtbaar maken:
Hoe ze werken aan de bevordering van een democratische cultuur
Hoe de basiswaarden voor- en nageleefd worden binnen de school
Op welke manier kinderen concreet kunnen oefenen met het uithouden van dat
spanningsveld tussen vrijheid en gelijkheid
Bij het vormgeven van je onderwijs zou je je steeds moeten afvragen: welke vensters op de
wereld zet ik open voor mijn leerlingen?
Elke dag jeugdjournaal kijken of alleen als er iets belangrijks gebeurd is
Op welke manier worden landen en culturen bij aardrijkskunde gepresenteerd
Hoe reageer je als leerkracht op een jongen met een jurk die je klas binnenkomt
Vraag je ‘sterke’ jongens om te sjouwen of laat je open wie komt helpen
Geef je brieven van school mee in verschillende talen mee aan ouders of juist alleen
in het Nederlands
De visie die je als school hebt op hoe je je leerlingen richt naar de wereld is een onderlegger
die overal – soms meer expliciet, maar vaak tussen de regels door – doorwerkt in je
onderwijs.
In het tegenkomen van weerstand, in de ontmoeting met de wereld, ontwikkelen zij zich als
persoon met een eigen-wijsheid.
Als kinderen in het onderwijs ruimte krijgen om hun eigen levensbeschouwelijke identiteit te
ontwikkelen, durven ze anderen met meer vertrouwen tegemoet te treden. Zo ontwikkelen zij
in vrijheid hun eigen levensbeschouwelijke identiteit en oefenen ze steeds om de ander
daarbij diezelfde vrijheid te gunnen en naar anderen als gelijkwaardig te kijken.
2
,Door levensbeschouwelijk leren en burgerschap aan elkaar te verbinden, gaan we in het
concept Betekenisvol Burgerschap een stap verder dan de meeste gangbare benaderingen
van burgerschap.
De relatie tussen de levensbeschouwelijke identiteitsontwikkeling en de ontwikkeling van
burgerschapsvaardigheden zien we als volgt:
Kinderen leren om zelfstandig en kritisch te denken over levensvragen -> beter eigen
visie op maatschappelijke vraagstukken vormen
Kinderen leren te leven met vragen waarop geen eenduidige antwoorden bestaan en
waarop zij hun eigen visie mogen onderzoeken, kunnen ze beter leven met het
uithouden van het democratisch spanningsveld
Kinderen leren dat iedereen op zijn eigen manier betekenis geeft aan vragen en
verhalen -> leren omgaan verschillende visies goed samenleven
Kinderen weten wat ze belangrijk vinden -> wellicht intrinsiek gemotiveerd om bij te
dragen aan democratische samenleving
Als kinderen zich op de basisschool hebben georiënteerd op wat zij de moeite waard en
zinvol vinden in hun leven, kunnen zij vanuit die oriëntatie op de wereld gemotiveerd zijn om
iets te doen of laten voor een ander. Hun betrokkenheid op de omgeving is dan niet
opgelegd van bovenaf, maar geïnspireerd van binnenuit.
Kopmels blz 430-445 Hoofdstuk 18.1.3 en 18.1.4 en 18.2.pdf
Vier aspecten van je pedagogisch handelen die kunnen bijdragen aan burgerschapsvorming
van je leerlingen:
Wees je bewust van je voorbeeldfunctie
Zie gesprekken over ‘lastige onderwerpen’ als leermoment
Benut conflicten als oefenmateriaal
Oefen met inspraak in besluitvorming
Wees je bewust van je voorbeeldfunctie
Het is belangrijk om zorgvuldig te zijn in je communicatie rondom bijvoorbeeld diversiteit.
Als jij vanuit nieuwsgierigheid en openheid reageert op, bijvoorbeeld uitspraken van je
leerlingen of nieuws, bevorder je ook een open houding bij je leerlingen.
Deze burgerschapsvaardigheden bevorderen bij je leerlingen kun je doen door ze zelf voor
te leven en hiervoor ruimte te maken in je groep:
- Anderen je mening uitleggen
- Waarden, gevoelens, wensen en opvattingen van anderen herkennen
- Mening van anderen in eigen woorden samenvatten
- Je eigen mening bijstellen op basis van nieuwe inzichten
Zie gesprekken over ‘lastige onderwerpen’ als leermoment
3
, Je zorgt hierdoor voor meer begrip en respect voor verschillen tussen je leerlingen.
Deze burgerschapsvaardigheden bevorderen bij je leerlingen kun je doen door ze zelf voor
te leven en hiervoor ruimte te maken in je groep:
- Communicatieve situaties, zoals in dialoog, debat en discussie, bijdragen aan een
gelijkwaardige uitwisseling van standpunten en inzichten
- Open (filosofische) vragen stellen over wat je om je heen ziet, hoort en meemaakt en
vragen waarop verschillende antwoorden gegeven worden
- Over deze vragen nadenken en er met anderen over praten
- Hoe mensen vanuit hun achtergrond kunnen verschillen in denken en in het geven
van betekenis
- Hoe verschillen in denken en betekenis kunnen leiden tot verschillen van mening
Benut conflicten als oefenmateriaal
Een doodgewone schooldag zit vol met akkefietjes, ruzies en soms hoogoplopende
conflicten. Je kunt ze zien als een voorbode voor het ‘echte’ leven waarin mensen die met
elkaar samenleven steeds in conflict raken.
We zagen al dat veel conflicten zijn terug te voeren op het spanningsveld tussen vrijheid en
gelijkheid; tussen je eigen zin willen doen en rekening houden met de ander.
Je moet je bewust zijn van de leerfunctie van conflicten en dat je niet je eventuele neiging
volgt om die uit de weg te gaan, te voorkomen, te sussen of zo snel mogelijk de de-
escaleren en op te lossen.
Hoe jij je omgaat met je collega’s en wat je je leerlingen hierin voorleeft en meegeeft, draagt
bij aan onder andere de volgende burgerschapsvaardigheden:
- Conflicten op vreedzame manier oplossen
- Er rekening mee houden dat je mening of uitlatingen emoties teweeg kunnen
brengen bij anderen
- Manieren om conflicten te voorkomen
- Conflicten in de directe omgeving op een vreedzame manier oplossen en accepteren
dat sommige conflicten blijven bestaan
Oefenen met inspraak in besluitvorming
Het dagelijks reilen en zeilen in een school biedt volop mogelijkheden om aan deze
vaardigheden te werken.
Een voor de hand liggende manier om dit vorm te geven is door het instellen van een
leerlingenraad of kinderraad: een groepje leerlingen (soms ook democratisch gekozen) dat
namens alle kinderen mag meepraten over mogelijke besluiten in de school. Daarbij is het
wel van belang dat kinderen ook echte verantwoordelijkheid mogen dragen voor bepaalde
(afgebakende) zaken en niet te snel door de volwassenen die erbij betrokken zijn behoed
worden voor ‘verkeerde keuzes’.
Burgerschapsvaardigheden kunnen leerlingen oefenen als zij actief en bewust worden
betrokken bij besluitvormingsprocessen:
- Verschil tussen regels en afspraken, en de mogelijkheden en grenzen voor leerlingen
om daarover mee te praten
- Je stem gebruiken tijdens gezamenlijke besluitvormingsprocessen
- Ander heeft ook een stem en mogelijk een ander gezichtspunt; leren hiernaar te
luisteren en vragen stellen om meer over de ander en zijn of haar gezichtspunt te
weten te komen
Naast de alledaagse momenten en situaties in de klas die je kunt aangrijpen, is het ook goed
je bewust te zijn van de mogelijkheden die je dagelijkse lessen bieden om te werken aan
burgerschapsvaardigheden.
Drie manieren waarop je vanuit een ‘burgerschapsbril’ kunt kijken naar je curriculum:
Kijken naar relevante onderwerpen en thema’s waarbij je kunt aansluiten
Alert zijn op kansen voor integratie van burgerschapsvaardigheden in verschillende
vakken
4