Bronnen:
- W.H.M. Reehuis, Zwaartepunten van het vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2020,
H7.1 t/m 7.2.6, 7.2.8, 7.2.10, H8.2.6 t/m nr. 201, H9
- Hijma en M.M. Olthof, Compendium Nederlands vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer
2020, nr. 151-153, 155, 164-166, 168-179, 211-212
- Uitslag/Wolterink-arrest
1. Wanneer kun je worden beschermd tegen de beschikkingsonbevoegdheid van de
vervreemder?
Art. 3:86 en 3:88 zijn uitzonderingen op de vereisten van beschikkingsbevoegdheid. Als aan de
vereisten van 3:86 of 3:88 zijn voldaan kan ondanks de beschikkingsonbevoegdheid, toch een
overdracht tot stand.
Vereisten voor bescherming krachtens 3:86
1) Aan alle wettelijke overdrachtsvereisten is voldaan, behalve de beschikkingsbevoegdheid
2) Overdracht van een roerende zaak
3) De levering geschiedt door bezitsverschaffing (3:90, 3:91 en 3:93)
4) De overdracht geschiedt tegen een contraprestatie (iemand die een goed geschonken krijgt
kan dus geen beroep doen op 3:86)
5) De verkrijger is te goeder trouw
De verkrijger is te goeder trouw wanneer hij de beschikkingsonbevoegdheid niet kende en
niet behoorde te kennen (onderzoeksplicht 3:11).
a. De verkrijger die binnen drie jaar gevraagd wordt voor de gegevens van zijn
vervreemder, moet deze gegevens verschaffen (3:87, deze bepaling ziet niet op
geld). Wanneer verkrijger dit niet doet valt zijn bescherming krachtens 3:86 weg. (=
wegwijsplicht)
Gevolgen van geslaagd beroep op 3:86
- De verkrijger wordt rechthebbende (bij zaken: eigenaar)
- Het goed verlaat het vermogen van degene die tot op dat moment rechthebbende was
3:86 lid 3 geeft aan dat bij diefstal geen sprake is van derdebescherming, de bestolene kan nog drie
jaar na de diefstal zijn eigendom opeisen omdat hij eigendomsrecht heeft:
- De eigenaar bevoegd is gebruik te maken van zijn zaak (5:1 lid 2)
- De eigenaar bevoegd is om daarvan de vruchten te plukken (5:1 lid 3)
- De eigenaar bevoegd is om over de zaak te beschikken (3:81).
De eigenaar heeft de mogelijkheid om zijn eigendomsrecht te handhaven:
1) Vorderingen tot het verkrijgen van een verklaring voor recht dat hij eigenaar is of dat op zijn
eigendom geen beperkte rechten rusten (3:302)
2) De revindicatie (goederenrechtelijke opvorderingsactie): de eigenaar is bevoegd de zaak op
te eisen van ieder die zich zonder recht houdt (5:2). Een revindicatie faalt:
a. Indien de eigenaar zijn eigendom heeft verloren (derdenbescherming of verjaring), of
zijn eigendom niet kan bewijzen.
b. Indien de gedaagde de zaak onder zich heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk
recht, dat hij tegen de eigenaar kan inroepen (vruchtgebruik, erfpacht, huur etc.).
3) Een vordering uit onrechtmatige daad (6:162). Alle drie de onrechtmatigheidscriteria komen
hierbij in aanmerking. De eigenaar kan hierdoor een verklaring voor recht, een gebod, een
verbod, of schadevergoeding vorderen.