· Je kunt beschrijven wat er uniek is aan de ligging van Chili
- Chili is 4500 km lang en gemiddeld 170 km breed.
- Zomer: december tot februari
Winter: juni tot augustus
· Je kunt beschrijven welke klimaten en landschappen Chili heeft.
- Klimaten en bijbehorende landschappen
o Woestijnklimaat -> Atacamawoestijn in het Noorden
o Mediterraan klimaat -> Rond Santiago
o Zeeklimaat -> Zuiden van Chili
o Hooggebergte klimaat -> Andes
· Je kunt beschrijven welke factoren van invloed zijn op de klimaten in Chili.
- Factoren droge klimaat in het Noorden:
o Subtropisch hogedrukgebied voor de kust
▪ Tussen de 25 en 45 graden Z.B.
▪ Subtropisch maximum: Dalende lucht warmt op -> kan meer
waterdamp bevatten -> bewolking lost op -> geen neerslag.
o Humboldtstroom
▪ Koude zeestroom (uit de Zuidpool)
▪ Lucht boven zee koelt af -> bijna geen verdamping -> geen
neerslag.
o Andes
▪ Houdt de oceaanlucht uit het zuiden tegen.
▪ Er ontstaan stuwingsregens aan de zuidkant van de Andes, China
ligt aan de lijzijde.
· Je kunt uitleggen hoe temperatuurfactoren en neerslagfactoren invloed hebben op de
gemiddelde temperatuur en neerslag (dus het klimaat) in een gebied.
- Temperatuurfactoren
o Breedteligging: hoe verder van de evenaar, hoe kouder.
o Hoogteligging: hoe hoger, hoe kouder.
o Ligging t.o.v. de zee: hoe verder van de zee, hoe warmer in de zomer en
hoe kouder in de winter.
o Wind- en zeestromen: koude of warme
o Ligging van gebergten: wel of geen beschutte ligging, lijzijde of loefzijde.
- Neerslagfactoren
o Lucht die opstijgt, koelt af -> koude lucht kan minder waterdamp
bevatten.
▪ Stuwingsregen: gebergtes
▪ Stijgingsregen: evenaar
▪ Frontale regen: warme en koude lucht botsen
, o Aanlandige wind: neerslag
o Aflandige wind: droog
· Je kunt voor een gegeven gebied op basis van bronnen analyseren hoe de
temperatuurfactoren en neerslagfactoren daar het klimaat bepalen.
· Je kunt het verschijnsel stuwingsregen beschrijven, het ontstaan verklaren en
toepassen op Chili.
· Je kunt beschrijven wat El Niño / La Niña is, hoe het ontstaat en wat de gevolgen ervan
zijn.
- El Niño
o Ontstaat wanneer zeewater voor Peru en Chili 18-30 maanden warmer is
dan normaal
▪ Water (warm) bevat minder zuurstof -> sterke afname ansjovis en
sardientjes (70-80%) -> haaien en kwallen nemen toe.
▪ Komt eens in de 2-7 jaar voor -> altijd rond Kerst
o Gevolgen: (plaatselijk)
▪ Meer verdamping -> meer neerslag aan de Chileense kust ->
overstromingen, aardverschuivingen, misoogsten.
o Gevolgen: (wereldwijd)
▪ Droogte in Zuidoost-Azië en India.
▪ Meer regen aan westkust VS, zachtere winters, minder orkanen.