ONDERNEMING
Literatuur & Jurisprudentie
2025/2026
,Inhoudsopgave
Week 1 – De vennootschap, haar organen en concernverhoudingen..................1
Week 2 – (Doorbraak van) aansprakelijkheid en alternatieve (toepassingen van)
rechtsvormen............................................................................................... 16
Week 3 – Verschillende begrippen en besluitvorming.....................................31
Week 4 – Concernaansprakelijkheid...............................................................47
Week 5 – De positie van werknemers bij herstructureringen...........................63
Week 6 – De positie van werknemers bij faillissementen................................83
Week 7 – De toekomst van arbeid en kapitaal in Europa.................................95
Week 1 – De vennootschap, haar organen en concernverhoudingen
1
,Literatuur
Van Schilfgaarde c.s., Van de BV en de NV, Deventer: Wolters
Kluwer 2022, Hoofdstuk 1, 5 (m.u.v. nrs. 45-49), 7 (m.u.v. nrs. 65-
67), 8 (m.u.v. nr. 72) en 10
H1: Inleiding
1. De vennootschap als rechtspersoon en deelrechtsorde
De BV en de NV zijn organisaties die bij notariële akte worden opgericht en
door het recht als rechtspersoon worden erkend. Dit betekent dat zij
zelfstandig drager zijn van rechten en plichten. De rechtspersoon is een
juridische constructie die dient om het rechtsleven van de mens te
faciliteren. Daarnaast functioneert de vennootschap als een
deelrechtsorde: een zelfstandig juridisch systeem (geregeerd door de wet
en statuten) dat deel uitmaakt van een groter rechtssysteem. Binnen deze
orde bevinden zich organen zoals het bestuur en de algemene vergadering
(AVA). De verhouding tussen de vennootschap en de aandeelhouder wordt
gekenmerkt als een lidmaatschapsverhouding. De kern van de moderne
visie is de institutionele opvatting: De vennootschap is een zelfstandig
instituut dat losstaat van de individuele contracten tussen
aandeelhouders.
2. Vennootschap en onderneming
Hoewel de termen vaak door elkaar worden gebruikt, zijn de vennootschap
(de rechtsvorm) en de onderneming (de activiteit) verschillend. Een
onderneming is een organisatorisch verband gericht op duurzame
deelname aan het economisch verkeer. Er zijn drie benaderingen van het
begrip onderneming:
- Reële benadering: De onderneming als een verzameling goederen als
vermogensobject.
- Instrumentele benadering: De onderneming als instrument van de
eigenaar/aandeelhouder om winst te maken.
- Institutionele benadering: De onderneming als een zelfstandige
organisatie van mensen (inclusief werknemers) die deelneemt aan de
maatschappij. In de praktijk groeien vennootschap en onderneming
naar elkaar toe, waarbij de vennootschap fungeert als de operationele
eenheid die de onderneming in stand houdt.
3. Organisatie en doelstelling
De vennootschap is opgebouwd uit organen (zoals het bestuur, de AVA en
de RvC), die functionele eenheden zijn met beslissingsbevoegdheid. Er
bestaat een fundamentele scheiding tussen de bestuursfunctie (leiding) en
de aandeelhoudersfunctie (kapitaal/toezicht), waarbij elk orgaan binnen
zijn eigen terrein autonoom is. De ondernemingsraad (OR) wordt door de
wetgever primair als orgaan van de onderneming gezien, maar kan
feitelijk als orgaan van de vennootschap functioneren. De doelstelling van
2
, de vennootschap staat formeel in de statuten (de werkzaamheden).
Daarnaast is er de discussie tussen het shareholdersmodel (focust op
winst voor aandeelhouders) en het stakeholdersmodel (oog voor alle
betrokkenen), waarbij in Nederland het Rijnlandse stakeholdersmodel
vooropstaat.
4. Vennootschapsbelang en ondernemingsbelang
Het vennootschapsbelang is het richtsnoer voor het beleid van de
vennootschap. Er zijn twee visies:
- Continuïteitsopvatting: Het belang bij een gezond voortbestaan van de
vennootschap.
- Resultantebenadering: Het vennootschapsbelang als de optelsom of
afweging van alle deelbelangen (aandeelhouders, werknemers, etc.).
De Hoge Raad oordeelde in het Cancun-arrest dat het
vennootschapsbelang in de regel wordt bepaald door het bevorderen
van het bestendige succes van de verbonden onderneming.
Bestuurders moeten zorgvuldigheid betrachten jegens alle
betrokkenen, waarbij belangen van derden niet onnodig of onevenredig
mogen worden geschaad. In een concern wordt het belang mede
bepaald door het groepsbelang.
5. Maatschappelijke verantwoordelijkheid van de vennootschap
en de taak van bestuurders en commissarissen
Er is een groeiende erkenning dat de focus op het financiële
aandeelhoudersbelang op gespannen voet staat met grote ecologische en
sociale crises. Er ligt een voorstel om de wettelijke taak van bestuurders
en commissarissen uit te breiden met een zorgplicht voor verantwoorde
deelname aan het maatschappelijk verkeer. Dit houdt in dat externe
effecten (zoals klimaatimpact en mensenrechten) een zelfstandig
onderdeel moeten zijn van de belangenafweging. Vennootschappen
zouden ook een ‘purpose’ (maatschappelijk doel) in hun statuten kunnen
opnemen om deze verantwoordelijkheid concreet te maken. Hoewel dit
nog geen harde wet is, beïnvloedt deze noodzaak nu al rechtspraak (zoals
in de Shell-klimaatzaak).
6. Geschiedenis
De geschiedenis van de NV begint bij de VOC (1602), de eerste organisatie
met trekken van een moderne NV zoals beperkte aansprakelijkheid en
verhandelbare aandelen. Na wetgeving in 1838 volgde in 1928 een grote
herziening, waarbij onder meer de preventieve koninklijke bewilliging werd
afgeschaft. In 1971 vonden ingrijpende wijzigingen plaats: de introductie
van de BV, de structuurregeling (medezeggenschap) en de Wet op de
ondernemingsraden. In 1976 werd het vennootschapsrecht ondergebracht
in Boek 2 BW. De meest recente grote wijziging was de invoering van de
Flex-BV in 2012, die de BV-vorm aanzienlijk vereenvoudigde en flexibeler
maakte.
3