De anatomische onderdelen van het
ademhalingsstelsel.
1. Neus
2. Mond
3. Keelholte
4. Strottenhoofd
5. Luchtpijp
6. Bronchiën
7. Bronchioli
8. Longblaasje of alveoli
9. Longen
Wat zijn de onderdelen van het hart- en vaatstelsel?
1. Het hart
2. Het bloed
3. De bloedvaten
Hoe werkt het hart?
Het hart is een holle spier die functioneert als een pomp. Het pompt bloed door het hele lichaam. Het hart
bestaat uit vier kamers: de rechterboezem, de rechterkamer, de linkerboezem en de linkerkamer. Het bloed
komt het hart binnen via de rechterboezem en gaat vervolgens naar de rechterkamer. Vanuit de rechterkamer
wordt het bloed via de longslagader naar de longen gepompt, waar het zuurstof opneemt en koolstofdioxide
afgeeft. Het zuurstofrijke bloed stroomt vervolgens via de longaderen terug naar het hart en komt binnen via
de linkerboezem. Vanuit de linkerboezem gaat het bloed naar de linkerkamer en wordt het via de aorta naar de
rest van het lichaam gepompt. Het hart- en vaatstelsel kan worden ingedeeld in de grote bloedsomloop, de
kleine bloedsomloop en het hart
,De anatomische onderdelen van het hart- en vaatstelsel
- Het hart
- De kleine bloedsomloop
- De grote bloedsomloop
Het hart- en vaatstelsel zorgt voor de bloedsomloop in ons lichaam. Dankzij de bloedsomloop komt
ons bloed op alle plekken in het lichaam.
Het hart bestaat uit 4 kamers: 2 voorkamers, boezems of atria en 2 kamers of ventrikels. Uit
de ventrikels ontspringen de grote arteriën of slagaders en in de atria komen de grote aders
of venen aan:
Grote bloedsomloop: arteriën (in het rood) voeren zuurstofrijk bloed van het hart naar
de weefsels, de venen (blauw) voeren zuurstofarm bloed terug van de weefsels naar het
hart.
Kleine bloedsomloop: longarteriën voeren zuurstofarm bloed naar de longen, de
longvenen voeren het zuurstofrijke bloed van de longen naar het hart.
Wat doet een kransslagader?: De kransslagaders zijn slagaders die de hartspier van
bloed voorzien. Ze ontspringen uit de aorta, een grote lichaamssader die het hart
verlaat. De kransslagaders zorgen voor de transport van zuurstofrijk bloed naar de
hartspier. De linker kransslagader splitst in twee takken, de Ramus interventricularis en
de Ramus circumflexus
Grootste ader in het lichaam: Aorta
Functie kransader: De kransslagader voorziet de hartspier van zuurstof en brandstoffen.
Door de kransader stroomt zuurstofarm bloed weg uit de hartspier.
Functie kransslagader: kransslagaders leveren bloed aan de hartspier. Net als alle andere
weefsels in het lichaam heeft de hartspier zuurstofrijk bloed nodig om te functioneren. Ook moet
zuurstofarm bloed worden weggevoerd. De kransslagaders wikkelen zich om de buitenkant van het
hart
Functie van de aorta: De aorta speelt een belangrijke rol in de bloedsomloop. Het zorgt ervoor dat
zuurstofrijk bloed vanuit het hart naar alle slagaders in de rest van het lichaam terechtkomt. Het
onderdeel van onze bloedsomloop waarmee bloed vanuit het hart naar zo’n beetje alle delen van het
lichaam wordt geleid wordt ook wel de ‘grote lichaamscirculatie’ genoemd. Een aorta is de grootste
en sterkste slagader in het lichaam. Het is de grote lichaamsader die zuurstofrijk bloed vervoert
vanuit de linker harthelft naar verschillende delen van het lichaam.
linker atrium: ontvangt het zuurstofrijke bloed van de kleine bloedsomloop (de
longen) en stuwt het in de linkerventrikel
linkerventrikel: ontvangt het bloed van het linker atrium en stuwt het in de aorta
(grote bloedsomloop)
rechteratrium: ontvangt het zuurstofarme bloed van de grote bloedsomloop en
stuwt het in de rechterventrikel
, rechterventrikel: ontvangt het bloed van het rechteratrium en stuwt het in de
longslagader (kleine bloedsomloop)
Kransslagaders
Vergeet niet dat het hart zelf ook zuurstof en voedingstoffen nodig heeft! Het bloed dat in
het hart stroomt via de boezems en de kamers, kan niet worden gebruikt voor de
stofwisseling van het hart zelf. Hierdoor is er een aftakking van de aorta die uiteindelijk
uitmondt in de kransslagaders. Dit zijn de slagaders die zich op het hart bevinden en
die het hart vzelf an zuurstof en voedingstoffen voorziet. De kransaders zorgen ervoor
dat het zuurstofarme bloed en de ontvangen afvalstoffen weer verder stromen naar de
holle aders.
Het hart pompt het bloed rond via de bloedvaten. Deze bloedvaten hebben
allemaal logische namen. Als je de regels voor het naamgeven weet, is het
naamgeven van de bloedvaten een koud kunstje. Hieronder de regels voor de
namen van de bloedvaten:
1. Alle bloedvaten waarin het bloed van het hart afstroomt noemen we
slagaders.
2. Alle bloedvaten die naar het hart toe stromen noemen we aders.
3. De naam van het orgaan waar het bloed heen stroomt of van
wegstroomt komt altijd voor in de naam van het bloedvat.
Daarbij is het handig te weten dat:
1. Bijna alle slagaders bevatten veel zuurstof, veel voedsel en weinig
koolstofdioxide.
2. Bijna alle aders bevatten veel koolstofdioxide, weinig zuurstof en veel
afvalstoffen.
Uitzondering op de laatste twee regels zijn de aderen en de slagaderen van de
kleine bloedsomloop (zie onderstaande afbeelding). De longslagaders bevatten
juist geen zuurstof, voedsel, maar veel koolstofdioxide. De longader bevat juist
weer veel zuurstof en weinig koolstofdioxide. Als het zuurstofarme bloed van
de longslagader met veel koolstofdioxide is aangekomen in de longen stroomt
het door de allerdunste bloedvaten die het lichaam heeft. De haarvaten. In
deze haarvaten in de longen vindt de gaswisseling plaats. Het bloed geeft dan
het giftige koolstofdioxide af en neemt zuurstof op.
,