2026
UITGEBREIDE EDITIE — Atoombouw, Bindingen, Reacties,
Zuren/Basen, Redox, Organische Chemie + 25 Oefenvragen
Complete Examenvoorbereiding
Versie: 2026 — UITGEBREIDE EDITIE
Geschikt voor: HAVO en VWO Scheikunde eindexamen
Inhoud: Atoombouw + periodiek systeem + bindingen + reacties + organisch + 25 oefenvragen
Omvang: 30+ pagina's
⭐ Geslaagd? Laat een review achter op Stuvia!
DEEL 1: ATOOMBOUW
1.1 Het Atoom
Atoom = kleinste deeltje van een element
KERN (nucleus)
╱ ╲
Protonen Neutronen
(p⁺) (n⁰)
positief neutraal
ELEKTRONENWOLK
Elektronen (e⁻)
negatief
Atoomnummer (Z) = aantal protonen = aantal elektronen (neutraal atoom)
Massagetal (A) = protonen + neutronen
Neutronen = A - Z
1.2 Isotopen
Isotopen = atomen van HETZELFDE element met VERSCHILLEND aantal neutronen
Voorbeeld koolstof:
¹²C: 6p + 6n = 12 (stabiel, 98,9%)
¹³C: 6p + 7n = 13 (stabiel, 1,1%)
¹⁴C: 6p + 8n = 14 (radioactief → koolstofdatering)
Relatieve atoommassa = gewogen gemiddelde van isotopen
1.3 Elektronenconfiguratie
Schillen: K(2) L(8) M(18) N(32)
, Max elektronen per schil: 2n²
Voorbeeld Na (Z=11): 2-8-1
Voorbeeld Cl (Z=17): 2-8-7
Voorbeeld Ca (Z=20): 2-8-8-2
Valentie-elektronen = elektronen in de BUITENSTE schil
→ Bepalen chemische eigenschappen!
→ Na: 1 valentie-elektron → makkelijk kwijt → metaal
→ Cl: 7 valentie-elektronen → wil 1 erbij → niet-metaal
1.4 Periodiek Systeem
Begrip Beschrijving
Periode Rij → aantal schillen
Groep Kolom → aantal valentie-elektronen
Groep 1 Alkalimetalen (Li, Na, K) — 1 valentie-e⁻
Groep 2 Aardalkalimetalen (Be, Mg, Ca) — 2 valentie-e⁻
Groep 17 Halogenen (F, Cl, Br, I) — 7 valentie-e⁻
Groep 18 Edelgassen (He, Ne, Ar) — vol! 8 valentie-e⁻
Trends in het periodiek systeem:
→ Naar rechts: atoomstraal ↓, elektronegativiteit ↑, ionisatie-energie ↑
↓ Naar beneden: atoomstraal ↑, elektronegativiteit ↓, ionisatie-energie ↓
Metalen: LINKS + ONDER (verliezen e⁻ → kation⁺)
Niet-metalen: RECHTS + BOVEN (nemen e⁻ op → anion⁻)
DEEL 2: BINDINGEN
2.1 Overzicht
Binding Tussen Sterkte Voorbeeld
Metaalbinding Metaal + metaal Sterk Fe, Cu, Au
Ionbinding Metaal + niet-metaal Sterk NaCl, CaCl₂
Atoombinding Niet-metaal + niet- Sterk H₂O, CO₂, CH₄
(covalent) metaal
Vanderwaalsbinding Moleculen onderling Zwak Tussen CH₄-moleculen
Waterstofbrug O-H, N-H, F-H Matig Tussen H₂O-moleculen
Dipool-dipool Polaire moleculen Matig Tussen HCl-moleculen
2.2 Ionbinding
Metaalatoom GEEFT elektron(en) → kation⁺
Niet-metaalatoom NEEMT elektron(en) → anion⁻
Elektrostatische aantrekking → ionrooster → kristal