, Alle antwoorden staan apart aan het einde
30 open vragen - Tekstverklaren
Hoofdstuk 1 – Hoofdgedachte en tekststructuur
1. In een opiniestuk stelt een auteur dat jongeren steeds afhankelijker worden van AI bij
schrijfopdrachten. Leg uit wat de centrale these van de auteur is en beschrijf met welke
argumentatiestructuur deze these wordt ondersteund.
2. Een essay over Nederlandse literatuur in een digitale samenleving beschrijft literatuur als
middel om kritisch te leren denken. Analyseer hoe de auteur tegenstellingen gebruikt om de
lezer te overtuigen.
3. In een opinietekst over de Voorjaarsnota wordt gesteld dat de rekening naar toekomstige
generaties wordt doorgeschoven. Beschrijf hoe emotionele argumentatie en feitelijke
argumentatie elkaar aanvullen in deze tekst.
4. Een recensent bespreekt de financiële worstelingen van een schrijver. Leg uit hoe de opbouw
van de recensie invloed heeft op het beeld dat de lezer van de schrijver krijgt.
5. Een tekst over desinformatie rondom de stikstofcrisis gebruikt meerdere voorbeelden uit
media en politiek. Beschrijf hoe de auteur structuur aanbrengt in een complexe
maatschappelijke discussie.
Hoofdstuk 2 – Argumentatie en overtuigingsmiddelen
6. Analyseer hoe ethos, pathos en logos zichtbaar zijn in een opiniestuk over studenten en AI-
gebruik in het onderwijs. Geef van elk begrip een concreet voorbeeld.
7. Een auteur beweert dat Nederlandse literatuur jongeren helpt om maatschappelijke
veranderingen beter te begrijpen. Leg uit welke impliciete aannames achter deze redenering
schuilgaan.
8. In een debattekst over stikstofproblematiek worden boeren regelmatig als slachtoffers
gepresenteerd. Analyseer hoe framing werkt binnen deze argumentatie.
9. Een opiniemaker schrijft dat het onderwijs “fabrieksmatig” is geworden. Leg uit waarom deze
metafoor krachtig is en bespreek het effect ervan op de lezer.
10. Beschrijf hoe een recensent ironie gebruikt om kritiek te leveren op de hoofdpersoon van een
roman over een tekstbureau.