VEGETATIEVE
VERMEERDERING
Samenvatting
HAS Green Academy – Toegepaste Biologie, Jaar 2 – Blok 1
September 2025
Op basis van hoorcolleges, instructiecolleges en practica
Pagina 1 | Samenvatting op basis van hoorcollegemateriaal September 2025
,Vegetatieve Vermeerdering | HAS Green Academy Toegepaste Biologie Jaar 2
1. Inleiding: Wat is vegetatieve vermeerdering?
Vegetatieve vermeerdering is een vorm van ongeslachtelijke voortplanting waarbij een deel van een plant
wordt gebruikt om een nieuwe, genetisch identieke plant te maken. Dit proces wordt ook wel 'klonen'
genoemd.
Het grote voordeel ten opzichte van zaadvermeerdering is dat alle nakomelingen genetisch identiek zijn
aan de moederplant. Dit is essentieel wanneer een gewenste eigenschap – zoals een bepaalde bloemkleur
of vruchteigenschap – behouden moet blijven.
Definitie
Vegetatieve vermeerdering = het gebruik van een deel van een plant (stengel, blad, wortel, orgaan of
cel) om een genetisch identieke nieuwe plant te produceren. Synoniem: klonen.
Wanneer pas je vegetatieve vermeerdering toe?
• Bij niet-zaadvaste cultivars: nakomelingen uit zaad zijn genetisch variabel en dus niet identiek aan
de moederplant.
• Bij mutanten: zowel spontane als geïnduceerde mutaties die gewenste eigenschappen hebben.
• Veelal bij siergewassen (rozen, chrysanten, Phalaenopsis) maar ook bij fruit en groenten.
• Wanneer grote aantallen identieke planten snel nodig zijn.
Twee hoofdmethoden
Begrip Definitie / Uitleg
In vivo Vermeerdering waarbij de plant of plantendelen groeien in een
levende omgeving (kas, akker, grond). De plant maakt gebruik van zijn
eigen fysiologische processen.
In vitro Vermeerdering in een gecontroleerde, steriele laboratoriumomgeving
op kunstmatige voedingsbodems. Ook wel 'weefselkweek' genoemd.
Pagina 2 | Samenvatting op basis van hoorcollegemateriaal September 2025
, Vegetatieve Vermeerdering | HAS Green Academy Toegepaste Biologie Jaar 2
2. Vegetatieve vermeerdering in vivo
In vivo vermeerdering omvat alle technieken waarbij planten of plantendelen buiten het laboratorium
worden vermeerderd. De plant groeit in normale omstandigheden – in grond, substraat of water.
Figuur 1: Overzicht van de in vivo vermeerderingstechnieken
2.1 Stekken
Bij stekken wordt een deel van de plant afgesneden en tot beworteling gebracht in een geschikt substraat.
Er zijn drie hoofdtypen:
• Stengelstekken: Een stuk stengel met okselknoppen wordt afgesneden. Wortels en scheuten
vormen zich adventief (op ongebruikelijke plaatsen).
• Bladstekken: Een blad (met of zonder bladsteel) wordt gebruikt. Toepasbaar bij Begonia,
Sansevieria en vetplanten.
• Wortelstekken: Stukjes wortel worden gebruikt als uitgangsmateriaal.
Adventieve wortels en scheuten
Wortels en scheuten die zich vormen op plekken waar dit normaal niet gebeurt, bijv. wortels op een
stengel of scheuten op een blad. Dit is de biologische basis van stektechnieken. Stekpoeder (IBA, een
auxine) stimuleert de wortelvorming.
2.2 Enten
Bij enten (grafting) wordt een deel van de gewenste plant (de ent of scion) verbonden met de wortels van
een andere plant (de onderstam of rootstock).
• De ent levert de bovengrondse eigenschappen (bloem, vrucht, smaak).
• De onderstam bepaalt de wortelkwaliteit, ziekteweerstand en groeikracht.
• Kambiaal contact tussen ent en onderstam is essentieel voor het slagen.
2.3 Oculeren
Oculeren is een specifieke vorm van enten waarbij slechts één oog (knop) wordt ingebracht in de
onderstam. Veel gebruikt bij rozen en fruitbomen. Het oog wordt onder de bast van de onderstam geplaatst
en vastgebonden.
2.4 Afleggen en Marcotteren
Bij afleggen wordt een tak naar de grond gebogen en gedeeltelijk ingegraven. Op het ingegraven deel
vormen zich wortels. Daarna wordt de tak afgesneden.
Pagina 3 | Samenvatting op basis van hoorcollegemateriaal September 2025