Hoorcollege 5 – Geld, Prijzen en Lange Termijn
Wisselkoers – H5 (13/1)
Monetaire neutraliteit
Het aanbod van de totale hoeveelheid geld wordt bepaald door de monetaire autoriteit: de centrale
bank. Het neutraliteitsprincipe stelt dat op de lange termijn geld alleen invloed heeft op nominale
variabelen, er verandert niets in de reële economie.
Prijzen moeten met ongeveer dezelfde voet groeien als de geldhoeveelheid:
ΔP ΔM
π= =
P M
Transacties zijn het primaire motief voor geldvraag (M).
Mensen houden geld aan om een bepaald gedeelte (k) van hun uitgaven te kunnen doen.
Deze uitgaven zijn gelijk aan het aantal transacties (T) maal de gemiddelde prijs per transactie (P).
1
De transacties hangen af van het reële inkomen of het reële BBP (Y). Omloopsnelheid =
k
Cambridge vergelijking:
M =k∗PT M =k∗PY
Des te hoger het gemiddelde prijspeil, des te minder transacties er mogelijk zijn met een gegeven M.
Reële geldvraag:
M
=k∗Y
P
Wisselkoers – H5 (13/1)
Monetaire neutraliteit
Het aanbod van de totale hoeveelheid geld wordt bepaald door de monetaire autoriteit: de centrale
bank. Het neutraliteitsprincipe stelt dat op de lange termijn geld alleen invloed heeft op nominale
variabelen, er verandert niets in de reële economie.
Prijzen moeten met ongeveer dezelfde voet groeien als de geldhoeveelheid:
ΔP ΔM
π= =
P M
Transacties zijn het primaire motief voor geldvraag (M).
Mensen houden geld aan om een bepaald gedeelte (k) van hun uitgaven te kunnen doen.
Deze uitgaven zijn gelijk aan het aantal transacties (T) maal de gemiddelde prijs per transactie (P).
1
De transacties hangen af van het reële inkomen of het reële BBP (Y). Omloopsnelheid =
k
Cambridge vergelijking:
M =k∗PT M =k∗PY
Des te hoger het gemiddelde prijspeil, des te minder transacties er mogelijk zijn met een gegeven M.
Reële geldvraag:
M
=k∗Y
P