Week 1. Hoofdstuk 2 algemene kijk op psychische stoornissen
Bij psychische stoornissen moet je altijd breed kijken. Gedrag en klachten ontstaan nooit door één
oorzaak.
De mens wordt beïnvloed door:
Het levensverhaal: persoonlijke ervaringen, opvoeding en ontwikkeling
De stoornis zelf: specifieke symptomen en kenmerken
De omgeving: sociale relaties, werk, wonen en fysieke context
De hulpverlener: kennis, houding en culturele achtergrond beïnvloeden interpretatie en
behandeling
2.2 Biologisch perspectief
Zenuwstelsel en neuronen
Het biologische perspectief kijkt naar de
hersenen en het zenuwstelsel als basis van
gedrag.
Een neuron is een zenuwcel die informatie
doorgeeft via elektrische signalen.
Belangrijke onderdelen:
Dendrieten ontvangen signalen van
andere cellen
Cellichaam verwerkt informatie
Axon stuurt signalen door
Eindknopjes geven signalen door aan andere cellen
De overdracht tussen neuronen gebeurt via synapsen met neurotransmitters. Dit zijn chemische
stoffen die signalen doorgeven. Alleen passende neurotransmitters kunnen binden aan receptoren,
zoals een sleutel in een slot.
Wanneer neurotransmitters niet volledig worden opgenomen, worden ze afgebroken of opnieuw
opgenomen (heropname).
Psychofarmaca beïnvloeden deze neurotransmitters en kunnen zo gedrag, stemming en emoties
veranderen.
,Opbouw van het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit twee delen:
Centraal zenuwstelsel
Hersenen en ruggenmerg
Verwerken informatie en sturen
reacties aan
Perifeer zenuwstelsel
Verbindt lichaam met hersenen
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit:
Somatisch zenuwstelsel: bewuste
waarneming en beweging
Autonoom zenuwstelsel: automatische functies zoals hartslag en ademhaling
Het autonome zenuwstelsel:
Sympathisch: activeert lichaam bij stress (vecht of vlucht)
Parasympathisch: zorgt voor rust en herstel
Belangrijke hersengebieden
De hersenen bestaan uit verschillende gebieden met eigen functies:
Achterhersenen
Medulla: hartslag, ademhaling en basisfuncties
Pons: slaap en beweging
Cerebellum: coördinatie en evenwicht
Middenhersenen
Verbinden hersendelen
RAS regelt alertheid en slaap-waakritme
Voorhersenen
Thalamus: schakelpunt voor zintuiglijke informatie
Hypothalamus: regelt lichaamstemperatuur, honger en emoties
Limbisch systeem: emoties en motivatie
Basale ganglia: beweging en houding
Cerebrum: hogere functies zoals denken en plannen
, Hersenschors (cortex):
Occipitaalkwab: zien
Temporaalkwab: horen
Pariëtale kwab: voelen en pijn
Frontaalkwab: bewegen
Prefrontale cortex: plannen, beslissen en impulscontrole
Schade aan de prefrontale cortex kan leiden tot impulsief gedrag, slechte beslissingen en
verminderde remming.
2.3 Psychologisch perspectief
Psychodynamisch model
Freud stelde dat psychische problemen ontstaan door onbewuste conflicten, vaak uit de kindertijd.
Mensen zijn zich meestal niet bewust van de echte oorzaak van hun klachten.
De psyche bestaat uit:
Bewust: wat je nu denkt en ervaart
Voorbewust: herinneringen die je kunt ophalen
Onbewust: verdrongen wensen en driften
Persoonlijkheid:
Id: impulsen en behoeftebevrediging zonder rem
Ego: realistisch en bemiddelend
Superego: normen, waarden en geweten
Het ego probeert een balans te vinden tussen wat je wilt en wat maatschappelijk acceptabel is.
Afweermechanismen beschermen tegen innerlijke spanning:
Projectie: eigen gevoelens op anderen schuiven
Sublimatie: ongewenste driften omzetten in positief gedrag
Regressie: kinderlijk gedrag bij stress
Reactieformatie: tegenovergesteld gedrag laten zien
Verdringing: herinneringen onbewust wegduwen
Rationalisatie: goedpraten van gedrag
Verplaatsing: emoties richten op iets veiligers
Ontkenning: realiteit niet willen zien