1. Schrijven en schrijfonderwijs
Handschriftvaardigheid is een belangrijke basisvaardigheid. Hoewel
tegenwoordig mogelijk minder met de hand wordt geschreven, blijft het
noodzakelijk dat iedereen een leesbaar handschrift ontwikkelt en behoudt.
Daarom is goede begeleiding en voldoende oefening nodig. Uit onderzoek
van de Stichting Schriftontwikkeling bleek dat de kwaliteit van handschriften
vanaf groep 4 sterk afneemt. Dit laat zien dat schrijfonderwijs niet alleen
gericht moet zijn op het aanleren van letters, maar ook op het onderhouden
van de kwaliteit van het handschrift.
Volgens de auteur kan het schrijfonderwijs op drie momenten misgaan:
Te vroeg beginnen met schrijven.
Letters verkeerd aanleren.
Het handschrift na het aanleren onvoldoende begeleiden en
onderhouden.
Het idee dat computers het handschrift overbodig maken, is volgens de
auteur niet uitgekomen. Handschrift blijft belangrijk als schoolgereedschap
én als hulpmiddel bij het leren. Onderzoek laat zien dat schrijven met de
hand helpt om leerstof beter te begrijpen en te onthouden.
1.1 Schrijven
Schrijven wordt omschreven als een vormgevende vaardigheid waarbij
afgesproken tekens worden gebruikt om schriftelijke communicatie mogelijk
te maken. Schrift heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van
onze cultuur, omdat kennis hierdoor kon worden opgeslagen en doorgegeven.
Door boekdrukkunst en digitale technieken zijn deze mogelijkheden verder
uitgebreid.
1.1.1 Schrijven, taal en de misverstanden hierover
Schrift wordt vaak gezien als onderdeel van taal, maar volgens de auteur zijn
taal en schrift twee verschillende systemen. Taal ontwikkelen kinderen
vanzelf door contact met anderen, terwijl schrift een cultureel afgesproken
code is die expliciet moet worden aangeleerd. Daarom vraagt schrift om
gerichte instructie.
De auteur vindt dat schrift niet alleen onder taal moet vallen, omdat het een
eigen vaardigheid is die specifieke kennis en begeleiding vereist.
1.1.2 Schrift en schrijven
Het woord "schrijven" heeft tegenwoordig meerdere betekenissen. Enerzijds
betekent het het vormen van letters, anderzijds het bedenken en opschrijven
van teksten. Volgens de auteur moet eerst de vaardigheid van het correct
vormen van letters worden geleerd voordat kinderen zich kunnen richten op
de inhoud van teksten.
,Schrift en taal ondersteunen elkaar, maar zijn niet hetzelfde. Goed
schrijfonderwijs richt zich daarom eerst op het ontwikkelen van correcte
lettervormen.
1.1.3 Beginnende geletterdheid of beginnend lettergebruik?
Binnen taalonderwijs wordt vaak gesproken over geletterdheid. De auteur
waarschuwt echter dat jonge kinderen nog niet te vroeg letters moeten gaan
schrijven. Vooral kleine letters (minuskels) zijn volgens hem nog te moeilijk
voor jonge kinderen. Daarom moeten kinderen in de eerste jaren vooral
letters herkennen en verkennen, terwijl het daadwerkelijk construeren van
letters later aan bod komt.
1.1.4 Lezen en schrijven
Kinderen zijn meestal eerder leesrijp dan schrijfrijp. Lezen vraagt namelijk
vooral om herkennen, terwijl schrijven een actieve constructie van
lettervormen vereist. Daarom is het belangrijk om eerst te controleren of
kinderen schrijfrijp zijn voordat zij beginnen met schrijfonderwijs.
De auteur bespreekt daarnaast de Alfabetcode van Brik Moonen. In deze
aanpak leren kinderen eerst klanken herkennen en analyseren. Daarna leren
zij deze klanken schrijven en vervolgens lezen. Het uitgangspunt is dat
kinderen beter leren wanneer wordt aangesloten bij wat zij al kennen,
namelijk gesproken taal. Door duidelijke voorbeelden te geven en verwarring
te voorkomen, kunnen problemen zoals dyslexie en dysgrafie volgens deze
visie worden verminderd.
2. Leerlijn schrijfonderwijs
De leerlijn voor schrijfonderwijs beschrijft hoe handschriftontwikkeling
gedurende de hele basisschool wordt opgebouwd. Omdat de kerndoelen en
kennisbasis vaak algemeen geformuleerd zijn, worden tussendoelen gebruikt
om het onderwijs concreter vorm te geven.
2.1 De fasen van het handschriftonderwijs
De ontwikkeling van het handschrift bestaat uit drie fasen:
1. Ontwikkeling van de schrijfvoorwaarden (groep 1 en 2)
In deze fase werken kinderen aan de basisvoorwaarden voor schrijven. Zij
oefenen onder andere met:
Een goede houding en pengreep.
Fijne motoriek.
Waarneming van vormen.
Nauwkeurige uitvoering van bewegingen.
Kinderen maken vooral kennis met hoofdletters (kapitalen), omdat deze beter
aansluiten bij hun ontwikkelingsniveau.
2. Aanleren van lettervormen (groep 3 en 4)
,In groep 3 leren kinderen de kleine letters (minuskels) van het verbonden
schrift. In groep 4 leren zij hoofdletters gebruiken. Tijdens deze fase blijven
ook houding, waarneming en zelfreflectie belangrijk.
3. Ontwikkeling en onderhoud van het handschrift (groep 5 t/m 8)
Vanaf groep 5 staat het onderhouden en verder ontwikkelen van het
handschrift centraal. Kinderen leren niet alleen schrijven, maar ook begrijpen
wat een goed handschrift kenmerkt. Zelfreflectie en kennis over
lettervormgeving spelen hierbij een belangrijke rol.
2.2 Toetsenbordvaardigheid
Naast handschrift krijgt ook toetsenbordvaardigheid een plaats binnen de
leerlijn. Het leren typen vraagt, net als schrijven, aandacht voor houding en
een correcte uitvoering. Veel scholen bieden vanaf groep 5, 6, 7 of 8 lessen
blindtypen aan. Dit is vooral waardevol wanneer leerlingen deze vaardigheid
regelmatig kunnen toepassen.
2.3 De groepen
2.3.1 Groep 1
In groep 1 ligt de nadruk op het voorbereiden van het schrijven. Kinderen
oefenen met:
Goede houding en pengreep.
Nauwkeurig kijken en werken.
Materiaalbeheersing.
Kennismaking met hoofdletters.
Feedback op het resultaat is hierbij belangrijk, zodat kinderen leren letten op
kwaliteit.
2.3.2 Groep 2
In groep 2 worden hoofdletters en kleine letters verkend. Kinderen oefenen
met:
Het herkennen van lettervormen.
Het zien van verschillen tussen letters.
Doolhoven en trajecten volgen.
Kleuren, arceren en fijne motoriek.
Volgens de auteur moeten kinderen nog geen woorden in blokletters
schrijven. De nadruk ligt op herkennen en waarnemen, niet op het zelfstandig
construeren van letters.
2.3.3 Groep 3
In de eerste maanden wordt verder gewerkt aan schrijfvoorwaarden en
fonologisch bewustzijn. Daarna leren kinderen cijfers en het verbonden schrift
schrijven. Er wordt veel aandacht besteed aan:
Vormanalyse van letters.
Correcte letterverhoudingen.
Schrijven op de grondlijn.
, Verbonden schrift als basis voor lezen en spellen.
2.3.4 Groep 4
In groep 4 leren kinderen hoofdletters toepassen en werken zij verder aan
een verzorgde lettervormgeving. Daarnaast leren zij:
Letterzones onderscheiden.
Hoofdletters correct gebruiken.
Schrijfvaardigheden toepassen bij andere vakken.
De kwaliteit van het schrijven blijft hierbij belangrijker dan de hoeveelheid
geschreven tekst.
2.3.5 Groep 5
In groep 5 wordt het handschrift verder ontwikkeld. Kinderen leren:
Lettervormen analyseren.
Handschriftcriteria herkennen.
Bewust omgaan met hun schrijfgedrag.
Hun eigen handschrift beoordelen.
Ook kunnen leerlingen starten met blindtypen. Juist in deze groep ontstaat
vaak een achteruitgang van de handschriftkwaliteit, waardoor extra aandacht
nodig blijft.
2.3.6 Groep 6
In groep 6 leren kinderen meer over:
Lay-out.
Handschriftcriteria.
Zelfevaluatie.
Het onderhouden van hun handschrift.
In de tweede helft van groep 6 maken leerlingen kennis met onverbonden
schrift (blokschrift). Zij leren daarbij hoe letters correct gespatieerd worden
en hoe een leesbaar blokschrift wordt opgebouwd.
2.3.7 Groep 7
In groep 7 leren leerlingen hun eigen handschrift kritisch beoordelen en
verbeteren. Belangrijke aandachtspunten zijn:
Woord- en letterafstand.
Letterverhoudingen.
Lay-out.
Verbonden en onverbonden schrift.
Handschriftcriteria.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan kalligrafie en aan sneller schrijven
zonder kwaliteitsverlies.
2.3.8 Groep 8
In groep 8 staat zelfstandigheid centraal. Leerlingen leren hun handschrift
onderhouden en beoordelen zonder voortdurende begeleiding van de
leerkracht. Daarbij werken zij met:
Verbonden schrift.
Handschriftvaardigheid is een belangrijke basisvaardigheid. Hoewel
tegenwoordig mogelijk minder met de hand wordt geschreven, blijft het
noodzakelijk dat iedereen een leesbaar handschrift ontwikkelt en behoudt.
Daarom is goede begeleiding en voldoende oefening nodig. Uit onderzoek
van de Stichting Schriftontwikkeling bleek dat de kwaliteit van handschriften
vanaf groep 4 sterk afneemt. Dit laat zien dat schrijfonderwijs niet alleen
gericht moet zijn op het aanleren van letters, maar ook op het onderhouden
van de kwaliteit van het handschrift.
Volgens de auteur kan het schrijfonderwijs op drie momenten misgaan:
Te vroeg beginnen met schrijven.
Letters verkeerd aanleren.
Het handschrift na het aanleren onvoldoende begeleiden en
onderhouden.
Het idee dat computers het handschrift overbodig maken, is volgens de
auteur niet uitgekomen. Handschrift blijft belangrijk als schoolgereedschap
én als hulpmiddel bij het leren. Onderzoek laat zien dat schrijven met de
hand helpt om leerstof beter te begrijpen en te onthouden.
1.1 Schrijven
Schrijven wordt omschreven als een vormgevende vaardigheid waarbij
afgesproken tekens worden gebruikt om schriftelijke communicatie mogelijk
te maken. Schrift heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van
onze cultuur, omdat kennis hierdoor kon worden opgeslagen en doorgegeven.
Door boekdrukkunst en digitale technieken zijn deze mogelijkheden verder
uitgebreid.
1.1.1 Schrijven, taal en de misverstanden hierover
Schrift wordt vaak gezien als onderdeel van taal, maar volgens de auteur zijn
taal en schrift twee verschillende systemen. Taal ontwikkelen kinderen
vanzelf door contact met anderen, terwijl schrift een cultureel afgesproken
code is die expliciet moet worden aangeleerd. Daarom vraagt schrift om
gerichte instructie.
De auteur vindt dat schrift niet alleen onder taal moet vallen, omdat het een
eigen vaardigheid is die specifieke kennis en begeleiding vereist.
1.1.2 Schrift en schrijven
Het woord "schrijven" heeft tegenwoordig meerdere betekenissen. Enerzijds
betekent het het vormen van letters, anderzijds het bedenken en opschrijven
van teksten. Volgens de auteur moet eerst de vaardigheid van het correct
vormen van letters worden geleerd voordat kinderen zich kunnen richten op
de inhoud van teksten.
,Schrift en taal ondersteunen elkaar, maar zijn niet hetzelfde. Goed
schrijfonderwijs richt zich daarom eerst op het ontwikkelen van correcte
lettervormen.
1.1.3 Beginnende geletterdheid of beginnend lettergebruik?
Binnen taalonderwijs wordt vaak gesproken over geletterdheid. De auteur
waarschuwt echter dat jonge kinderen nog niet te vroeg letters moeten gaan
schrijven. Vooral kleine letters (minuskels) zijn volgens hem nog te moeilijk
voor jonge kinderen. Daarom moeten kinderen in de eerste jaren vooral
letters herkennen en verkennen, terwijl het daadwerkelijk construeren van
letters later aan bod komt.
1.1.4 Lezen en schrijven
Kinderen zijn meestal eerder leesrijp dan schrijfrijp. Lezen vraagt namelijk
vooral om herkennen, terwijl schrijven een actieve constructie van
lettervormen vereist. Daarom is het belangrijk om eerst te controleren of
kinderen schrijfrijp zijn voordat zij beginnen met schrijfonderwijs.
De auteur bespreekt daarnaast de Alfabetcode van Brik Moonen. In deze
aanpak leren kinderen eerst klanken herkennen en analyseren. Daarna leren
zij deze klanken schrijven en vervolgens lezen. Het uitgangspunt is dat
kinderen beter leren wanneer wordt aangesloten bij wat zij al kennen,
namelijk gesproken taal. Door duidelijke voorbeelden te geven en verwarring
te voorkomen, kunnen problemen zoals dyslexie en dysgrafie volgens deze
visie worden verminderd.
2. Leerlijn schrijfonderwijs
De leerlijn voor schrijfonderwijs beschrijft hoe handschriftontwikkeling
gedurende de hele basisschool wordt opgebouwd. Omdat de kerndoelen en
kennisbasis vaak algemeen geformuleerd zijn, worden tussendoelen gebruikt
om het onderwijs concreter vorm te geven.
2.1 De fasen van het handschriftonderwijs
De ontwikkeling van het handschrift bestaat uit drie fasen:
1. Ontwikkeling van de schrijfvoorwaarden (groep 1 en 2)
In deze fase werken kinderen aan de basisvoorwaarden voor schrijven. Zij
oefenen onder andere met:
Een goede houding en pengreep.
Fijne motoriek.
Waarneming van vormen.
Nauwkeurige uitvoering van bewegingen.
Kinderen maken vooral kennis met hoofdletters (kapitalen), omdat deze beter
aansluiten bij hun ontwikkelingsniveau.
2. Aanleren van lettervormen (groep 3 en 4)
,In groep 3 leren kinderen de kleine letters (minuskels) van het verbonden
schrift. In groep 4 leren zij hoofdletters gebruiken. Tijdens deze fase blijven
ook houding, waarneming en zelfreflectie belangrijk.
3. Ontwikkeling en onderhoud van het handschrift (groep 5 t/m 8)
Vanaf groep 5 staat het onderhouden en verder ontwikkelen van het
handschrift centraal. Kinderen leren niet alleen schrijven, maar ook begrijpen
wat een goed handschrift kenmerkt. Zelfreflectie en kennis over
lettervormgeving spelen hierbij een belangrijke rol.
2.2 Toetsenbordvaardigheid
Naast handschrift krijgt ook toetsenbordvaardigheid een plaats binnen de
leerlijn. Het leren typen vraagt, net als schrijven, aandacht voor houding en
een correcte uitvoering. Veel scholen bieden vanaf groep 5, 6, 7 of 8 lessen
blindtypen aan. Dit is vooral waardevol wanneer leerlingen deze vaardigheid
regelmatig kunnen toepassen.
2.3 De groepen
2.3.1 Groep 1
In groep 1 ligt de nadruk op het voorbereiden van het schrijven. Kinderen
oefenen met:
Goede houding en pengreep.
Nauwkeurig kijken en werken.
Materiaalbeheersing.
Kennismaking met hoofdletters.
Feedback op het resultaat is hierbij belangrijk, zodat kinderen leren letten op
kwaliteit.
2.3.2 Groep 2
In groep 2 worden hoofdletters en kleine letters verkend. Kinderen oefenen
met:
Het herkennen van lettervormen.
Het zien van verschillen tussen letters.
Doolhoven en trajecten volgen.
Kleuren, arceren en fijne motoriek.
Volgens de auteur moeten kinderen nog geen woorden in blokletters
schrijven. De nadruk ligt op herkennen en waarnemen, niet op het zelfstandig
construeren van letters.
2.3.3 Groep 3
In de eerste maanden wordt verder gewerkt aan schrijfvoorwaarden en
fonologisch bewustzijn. Daarna leren kinderen cijfers en het verbonden schrift
schrijven. Er wordt veel aandacht besteed aan:
Vormanalyse van letters.
Correcte letterverhoudingen.
Schrijven op de grondlijn.
, Verbonden schrift als basis voor lezen en spellen.
2.3.4 Groep 4
In groep 4 leren kinderen hoofdletters toepassen en werken zij verder aan
een verzorgde lettervormgeving. Daarnaast leren zij:
Letterzones onderscheiden.
Hoofdletters correct gebruiken.
Schrijfvaardigheden toepassen bij andere vakken.
De kwaliteit van het schrijven blijft hierbij belangrijker dan de hoeveelheid
geschreven tekst.
2.3.5 Groep 5
In groep 5 wordt het handschrift verder ontwikkeld. Kinderen leren:
Lettervormen analyseren.
Handschriftcriteria herkennen.
Bewust omgaan met hun schrijfgedrag.
Hun eigen handschrift beoordelen.
Ook kunnen leerlingen starten met blindtypen. Juist in deze groep ontstaat
vaak een achteruitgang van de handschriftkwaliteit, waardoor extra aandacht
nodig blijft.
2.3.6 Groep 6
In groep 6 leren kinderen meer over:
Lay-out.
Handschriftcriteria.
Zelfevaluatie.
Het onderhouden van hun handschrift.
In de tweede helft van groep 6 maken leerlingen kennis met onverbonden
schrift (blokschrift). Zij leren daarbij hoe letters correct gespatieerd worden
en hoe een leesbaar blokschrift wordt opgebouwd.
2.3.7 Groep 7
In groep 7 leren leerlingen hun eigen handschrift kritisch beoordelen en
verbeteren. Belangrijke aandachtspunten zijn:
Woord- en letterafstand.
Letterverhoudingen.
Lay-out.
Verbonden en onverbonden schrift.
Handschriftcriteria.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan kalligrafie en aan sneller schrijven
zonder kwaliteitsverlies.
2.3.8 Groep 8
In groep 8 staat zelfstandigheid centraal. Leerlingen leren hun handschrift
onderhouden en beoordelen zonder voortdurende begeleiding van de
leerkracht. Daarbij werken zij met:
Verbonden schrift.