1) Hieronder staan drie kenmerken, welke hoort niet bij een participatiesamenleving?
A) inspraak van ambtenaren
B) Interactieve beleidsvorming en coproductie
C) Burgerinitiatief, eigen verantwoordelijkheid en faciliterende overheid
2) Wat is het grootste nadeel van de verzorgingsstaat?
A) dat er een institutionele afhankelijkheid is ontstaan waar in de hedendaagse samenleving
geen financiële middelen tegenover staan.
B) dat mensen voor elkaar moeten zorgen terwijl zij dat niet willen.
C) dat er dan teveel mensen zijn die Social Work gerelateerd werk doen en wij als toekomstig
socialworker minder kans hebben op een baan.
3) Wanneer iemand een getint persoon als ‘’gevaarlijk’’ ervaart kan dit komen door:
A) selectieve waarneming
B) Gentrificatie
C) sociaal bewustzijn
4) Wat is acculturatie?
A) het later alsnog leren en verwerven van een andere (sub)cultuur of elementen daaruit.
B) aanleren en verwerven van de (sub)cultuur van de samenleving of het milieu van de
samenleving waarin je geboren wordt
C) het verwerven van de (sub)cultuur van de samenleving of het milieu van de samenleving
waarin je geboren wordt.
5) Het proces waarbij mensen zich leren sociaal te gedragen in de voor hen relevante groepen
noemt men:
A) sociaal bewustzijn
B) socialisatie
C) referentiekader
6) “Het aanleren en verwerven van de (sub)cultuur van de samenleving of het milieu waar men
geboren wordt.” Welk begrip hoort hierbij?
A) Internationalisering
B) Enculturatie
C) Acculturatie