Aant Aanta Aanta %
Aantal aantal
al l l per
Toetsdoel toepassing vragen
kenni begri inzich geh
integratie per
s p t toe
toetsdoel
1. Je kunt woorden verdelen in fonemen
en grafemen
2. Je kunt aangeven of een woord
klankzuiver is dan wel geschikt als
basiswoord
3.Je kunt verschillende leesfasen,
werkwijzen en leesvormen typeren (2) en
de voor- en nadelen aangeven(2)
4. a Je kunt bij een oefening of situatie
aangeven op welke leesstrategie die
betrekking heeft. (4),
4 b. Je kunt bij een oefening of situatie
aangeven op deelvaardigheid van het
leesproces die betrekking heeft. (7)
4 c. Je kunt bij een oefening of situatie
aangeven op voordrachtsaspect (1) die
betrekking heeft.
5. Je kunt aangeven in welke fasen de
spontane leesontwikkeling van kinderen
verloopt
6. Je kunt aangeven door welke factoren
de leesontwikkeling van kinderen wordt
beïnvloed
7. Je kunt woorden gemotiveerd ordenen
naar leestechnische moeilijkheid
8. Je kunt aangeven of doelstellingen voor
aanvankelijk en technisch lezen adequaat
zijn geformuleerd en kunt de
moeilijkheden in een leertaak benoemen
9. Je kunt van een bepaalde situatie
aangeven welk instructieprincipe voor het
aanvankelijk (4) en technisch lezen (2)
wordt toegepast cq kunnen worden
toegepast
10. Je kunt van werkvormen,
hulpmiddelen en oefeningen aangeven of
ze geschikt zijn om bepaalde typen
lezers, deelvaardigheden of
leesstrategieën te ondersteunen
, 11. Je kunt van een situatie of werkwijze
aangeven of die typerend is voor een
bepaalde methode binnen het
aanvankelijk lezen
Toetsdoel 1
- Je kunt woorden verdelen in fonemen en grafemen
- Grafeem:
o Een grafeem is een letter of lettercombinatie die een spraakklank
weergeeft
3 grafemen: m, ui, s
3 grafemen: d, i, a,
- Foneem:
o Een foneem is een spraakklank die weergegeven wordt door een
grafeem
3 fonemen: /m/ /ui/ /s/
4 fonemen: /d/ /ie/ /j/ /aa/
Toetsdoel 2:
- Je kunt aangeven of een woord klankzuiver is dan wel geschikt als
basiswoord
- Klankzuivere woorden: woorden waarin een foneem door het normale
grafeem wordt weergegeven, als aap, noot, mies, maan, roos, vis, rik, lees
en naam.
- Sommige fonemen kunnen door meer dan 1 grafeem worden weergegeven
en omgekeerd kan een bepaald grafeem verwijzen naar twee verschillende
fonemen.
o In het woord den geeft het grafeem d de /d/ weer, maar in het woord
bad staat de d voor het foneem /t/.
Toetsdoel 3:
- Je kunt verschillende leesfasen, werkwijzen en leesvormen typeren (2) en
de voor- en nadelen aangeven (2)
- Leesfasen
o Voorbreidend lezen (Groep 1/2)
Alle activiteiten waarbij de kinderen niet zelf lezen, maar die
wel op de een of andere manier kinderen voorbereiden op het
lezen, noemen we voorbereidend lezen.
o Aanvankelijk lezen (1e helft groep 3)
De fase van het leesonderwijs waarin de kinderen alle letters
leren, noemen we het aanvankelijk lezen.
o Voortgezet lezen (2e helft groep 3)
Als de kinderen eenmaal alle letters kennen, begint de fase
van het voortgezet lezen. In deze fase kom je zowel technisch
lezen als begrijpend en belevend lezen tegen.
- Werkwijzen
o Stillezen
o Hardop lezen