- Langdurige therapieen
o Ernstige psychopathologie zoals persoonlijkheidsstoornissen
o Meer dan een jaar
▪ Klassieke psychoanalyse: freud, 1890's
▪ Modernse psychodynmaische therapie
• Transference focused therapy / mentalization based
therapy
▪ Humanistisch / clientgerichte therapie (rogers)
▪ Emotiegerichte therapie (greenberg)
▪ Intergratieve therapieen
• Schematherapie
- Kortdurend
o Paar weken tot paar maanden / vaak 5-15 sessies
▪ Cognitieve therapie (beck)
▪ Gedragstherapie (skinner, wolpe)
▪ Cognitieve gedragstherapie
▪ Nieuwe cgt-gerelateerde therapieen
• Self-esteem
• Emotion regulation
• Meta-cognitions
▪ Emdr
▪ Acceptence and commitment therapy
- Drie bewegingen van behandeling
o Psychoanalytisch of dynamisch
▪ Klassieke psychoanalyse: dromen analyseren en vrij associatie
▪ Moderne psychoanalytische benaderingen zoals MBT en TFP.
• Beschermingsmechanismen van clienten
• Verplaatsen (transference) van gedachten en gevoelens
o Humanistisch of clientgericht
▪ Clientgerichte therapie
• om de client, niet om de klachten
• Zelfhelend vermogen
▪ Emotiegerichte therapie
• Herkennen, begrijpen, accepteren en transformeren van
emoties
o Cognitieve gedragstherapie: grootste beweging
▪ Schematherapie
• Herkennen en veranderen van hardnekkige, disfunctionele
patronen in denken, voelen en gedrag
, ▪ Act
•
Flexibele manier omgaan met tegenslagen (acceptance)
•
Acties ondernemen die passen bij wat je belangrijk vind
(commitment)
▪ Cognitieve therapie
• Uitgaan van invloed van denken op het gevoelsleven en het
doen
▪ Gedragstherapie
• Actieve behandelvorm
• Veranderen van gedrag en aanleren nieuwe gewoontes
o EMDR: valt buiten categorieën
Week 1: common factors
- Gemeenschappelijke factoren
o Dodo bird verdict: iedereen wint, alle therapieen lijken even goed te
werken
▪ elke vorm van therapie werkt even goed
o Factoren
▪ Specifieke factoren: elementen uniek voor bepaalde therapievorm
▪ Common factors: vrijwel in alle therapievormen
• Gedeelde elementen zijn verantwoordelijk voor groot deel
van het effect
o Meeste therapievormen hebben blinde vlekken
• Gemeenschappelijke factoren kunnen helpen begrijpen
waarom therapievormen effectief zijn
- Het contextuele model, wampold
o Voordat de paden geactiveerd kunnen worden: initiele band
▪ Beoordelen binnen 100 ms of ze iemand kunnen vertrouwen
• Eerste contact is cruciaal
- Pad 1: therapeutische relatie
o Echte, oprechte, menselijke connectie
o Niet alleen professioneel gedrag, maar ook authenticiteit, empathie en
betrokkenheid
▪ Gevoel dat je gezien en begrepen wordt
o De relatie zorgt voor veiligheid
o Sociale verbinding
▪ Mensen zijn sociale wezens
▪ Gebrek aan sociale verbinding – ernstige gevolgen op gezondheid
• Therapie als een soort sociale genezing
o Hectingstheorie
, ▪ Angstig gepreoccupeerd
• Bang om verlaten te worden
• Afhankelijk van therapeut
• Vormen gemakkelijk alliatien, maar moeilijk te beeindigen
o Veel geduld nodig
o Verlatingsangst
▪ Angstig verwijdend
• Moeite met vertouwen
• Houden afstand
• Focus op vaardigheden en oplossen problemen
o Bindingsangst.
▪ Onveilige hechting – belemmeren epistemisch vertrouwen
• Informatie van anderen als betrouwbaar zien
o Angstige clienten: stabiliteit en geruststelling
o Vermijdend: geduld en opbouwen vertrouwen
• Hectingsstijlen zijn voorspeller voor:
persoonlijkheidsstoornissen, andere stoornissen
o Overdracht (transference)
▪ Clienten nemen gevoelens, verwachtingen en relatieproblemen uit
verleden mee naar de therapie en projecteren dit op therapeut.
• Client reageert niet alleen op therapeut maar ook op
eerdere ervaringen.
o Kan therapeut onbewust zien als kritische ouder
• Therapetische relatie kan dienen als oefenruimte
o Vb: client verwacht afgewezen te worden – ervaart
begrip – corrigerende emotionele ervaring
o Tegenoverdracht
▪ Emotionele reactie van therapeut op client
• Belangrijk om bewust te zijn.
o Alliantie/ samenwerkingsverband
▪ De emotionele band
▪ Overeenstemming over de doelen van de therapie
▪ Overeenstemming over de taken van de therapie
- Pad 2: verwachtingen
o Creeren van hoop en verwachting belangrijk
▪ Soort placebo effect, maar dan niet nep.
▪ Verwachtingen leiden tot echte veranderingen in beleving, gedrag
en neurobiologie
o Geloofwaardig verhaal therapie.
, ▪ Eigen verklaring voor problemen en logica voor behandeling van
therapievorm: healing rationale.
o Verwachtingen die niet helpend kunnen zijn
▪ Timing
▪ Eerdere ervaringen
▪ Overtuigingen over de klachten van client
▪ Overtuigingen over de oplossing voor de klachten
• Kan leiden tot demoralisatie (moedeloosheid) en
motivatieproblemen
o Hoe veranderen we verwachtingen
▪ Patient een werkmodel (kader geven)
• Probleem in ander licht zetten
▪ Psycho educatie
• Remoralisatie en creeren van hoop
▪ Bevorderen van zelfredzaamheid en controle
• Self-efficacy: door kleine succesen te ervaren, groeit
vertrouwen in eigen kunnen
▪ Bespreek en verander verwachtingen
• Clienten hebben vaak negatieve overtuingen. Therapeut
maakt dit bespreekbaar en onderzoekt of het klopt.
▪ Overeenstemming tussen therapeut en client
• Eens over hoe het probleem wordt begrepen, doelen en
vorm van behandeling.
- Pad 3: gezonde acties / gedragsverandering
o Verandering in gedrag is sleutel tot verbetering
- Wat zegt onderzoek?
o Therapeutische alliantie: stevige associatie, geen eenvoudige causaliteit
▪ Effectgrootte en interpretatie: alliantie is belangrijk, maar niet
enige factor
▪ Correlatie is geen causatie
▪ Omgekeerde richintg: vroege symptoomafname --> alliantie
positiever ervaren
▪ Derde variabelen: vb: hechtingsstijl kan zorgen dat zowel de
alliantie als de therapie goed werkt
o Comparable effect.
▪ Argument voor common factors: vergelijkbare effectiviteit
▪ Onderzoek laat soms wel soms niet vergelijkbaarheid zien
• Artefact argument: door zwakke controlegroep of
onderzoeksvoorkeur.