Week 1 .......................................................................................................................................................... 2
College 1.............................................................................................................................................................2
Hoofdstuk 1 – Introduc0on to Personality Psychology ..................................................................................2
Hoofdstuk 2 – Personality Assessment, Measurement and Research Design ...............................................5
Hoofdstuk 9 – Psychoanaly0c Approaches to Personality .............................................................................8
Clip: Angst en afweermechanismen ............................................................................................................14
Uit hoorcollege ............................................................................................................................................15
College 2...........................................................................................................................................................17
Clip: Wat is een taxonomie? ........................................................................................................................17
Clip: Persoonlijkheidsdimensies: De sta0s0sche aanpak ............................................................................17
Hoofdstuk 3 – Traits and Trait Taxonomies ..................................................................................................18
Hoofdstuk 4 – Measurement Issues in Trait Psychology .............................................................................22
Week 2 ........................................................................................................................................................ 25
College 3...........................................................................................................................................................25
Clip: Absolute en rela0eve stabiliteit...........................................................................................................25
Hoofdstuk 5 – Personality Disposi0ons Over Time: Stability and Change ...................................................26
Hoofdstuk 7 – Physiological Approaches to Personality ..............................................................................28
Tabel 7.5a ....................................................................................................................................................30
College 4...........................................................................................................................................................31
Clip: De levenslooptheorie ..........................................................................................................................31
GP hoofdstuk 4 (blz. 85-114) .......................................................................................................................32
TOP hoofdstuk 14 (blz. 210-227) .................................................................................................................37
Hoofdstuk 10 – Mo0ves and Personality .....................................................................................................41
Week 3 ........................................................................................................................................................ 43
College 5...........................................................................................................................................................43
Clip: De culturele dimensies van Hofstede ..................................................................................................43
Hoofdstuk 16 – Sex, Gender and Personality ..............................................................................................44
Hoofdstuk 17 – Culture and Personality ......................................................................................................49
Aggregate temperament scores from mul0ple countries: associa0ons with aggregate personality traits,
cultural dimensions, and allelic frequency – Putnam & Garstein (2017) ....................................................54
College 6...........................................................................................................................................................56
Clip: Persoonlijke construc^heorie .............................................................................................................56
Hoofdstuk 11 – Cogni0ve topics in personality ...........................................................................................58
Hoofdstukken komen uit het boek “Personality Psychology” (4th ed.). Larsen, Buss, Song,
Jeronimus, van den Berg & Sagoe (2025)
GP = Green & Piel; “Theories of human development, a compara5ve approach”
TOP = “Theories of Psychology, understanding persons” (6th ed.) (2013)
, Week 1
College 1
Hoofdstuk 1 – Introduction to Personality Psychology
Wat is persoonlijkheid?
Het vaststellen van een definiPe voor iets zo complex als persoonlijkheid is lasPg. De definiPe
die dit boek hanteert is: “Persoonlijkheid is het geheel van psychologisch traits en
mechanismen binnen het individu die georganiseerd en rela5ef duurzaam zijn, en die de
interac5es met – en aanpassingen aan – de intrapsychische, fysieke en sociale omgeving
beïnvloeden.”
• Traits (trekken) zijn gemiddelde tendensen – beschrijvingen van hoe iemand zich
gemiddeld gedraagt over Pjd en situaPes. Ze beschrijven en verklaren gedrag, en
maken voorspellingen mogelijk
• Mechanismen zijn de processen achter de traits: informaPe verwerkende procedures
met drie ingrediënten – input (prikkels uit de omgeving), beslissingsregels (als…
dan…), en output (gedrag).
o Bijv. bij gevaar: ‘als dapper, dan gevaar confronteren; als laf, dan vluchten.’
Elementen van de definiPe
• Binnen het individu: persoonlijkheid is iets wat iemand meedraagt van situaPe naar
situaPe en door de Pjd. Het is niet volledig situaPegebonden
• Georganiseerd: de traits en mechanismen zijn niet willekeurig, maar coherent met
elkaar verbonden. Ze beva`en beslissingsregels die bepalen welke behoeaen voorrang
krijgen
• Rela8ef duurzaam: persoonlijkheid is stabiel over Pjd (zeker in de volwassenheid) en
enigszins consistent over situaPes. Dit onderscheidt traits van Pjdelijke emoPonele
states (toestanden)
• Invloedrijke krachten: persoonlijkheid beïnvloedt hoe we handelen, denken, voelen,
onze omgeving selecteren, doelen stellen en reageren op omstandigheden. Het
bepaalt mede sociale status, leiderschap, relaPetevredenheid en werpprestaPes
• Interac8e met de omgeving: persoon-omgeving-interacPe is complex. Er zijn vier
vormen:
o Percep8e: hoe we een situaPe interpreteren
o Selec8es: welke situaPes we opzoeken
o Evoca8es: reacPes die we bij anderen oproepen
o Manipula8es: hoe we anderen proberen te beïnvloeden
Drie niveaus van persoonlijkheidsanalyse
Persoonlijkheid kan op drie niveaus worden bestudeerd:
1. Menselijke natuur: universele eigenschappen die alle mensen delen (bijv. behoeae
aan verbondenheid, taalvermogen)
2. Individuele en groepsverschillen: hoe mensen van elkaar of van groepen verschillen
(bijv. introversie vs. extraversie; mannen gemiddeld agressiever)
3. Individuele uniciteit: wat een persoon uniek maakt, anders dan alle anderen (bijv.
Karels unieke manier van boosheid uiten)
,Nomothe8sch vs. idiografisch onderzoek
• Nomothe8sch: staPsPsche vergelijkingen van groepen of individuen; zoekt algemene
wetmaPgheid. Meest gebruik in modern onderzoek
• Idiografisch: diepgaande studie van één persoon over de levensloop; zoekt patronen
in de individuele levensgeschiedenis (bijv. psychobiografieën door Freud)
Groepsverschillen
Naast individuele verschillen bestuderen persoonlijkheidspsychologen ook groepsverschillen:
• Tussen mannen en vrouwen (mannen gemiddeld meer fysiek agressief, vrouwen
gemiddeld hogere empathie)
• Tussen culturen (Europeanen gemiddeld extraverter en opener dan Aziaten en
Afrikanen in sommige studies)
• Tussen regio’s binnen landen (extraversie hoger in de Duitstalige Zwitserse kantons in
het oosten; neuroPcisme lager in de Franstalige kantons in het westen)
Zes kennisdomeinen van persoonlijkheidspsychologie
Het veld van persoonlijkheidspsychologie is georganiseerd rond zes domeinen van kennis, elk
met eigen theorieën, onderzoeksmethoden en empirische bevindingen. Samen vormen zij het
‘volledige olifant’-beeld – elk domein vangt een deel van de waarheid, geen enkel domein
vangt de hele persoon.
Domeinen
Disposi8onele Gericht op verschillen tussen mensen in gedrag, gevoel en
het denken, die tamelijk stabiel zijn over de Pjd en tamelijk
consistent zijn over situaPes
• Basale eigenschappen
• Big Five, aantal en aard van basistrekken
Biologische Gericht op lichamelijke kenmerken en systemen die
samenhangen met gedrag, het denken en het voelen
• GenePsch, psychofysiologisch, evoluPonair
Intrapsychische Gericht op factoren in de geest/psyche die, in interacPe, het
gedrag, het denken, en het voelen beïnvloeden
• Mentale processen, onbewuste moPvaPes, driaen
Cogni8ef-experiën8ële Gericht op het begrijpen van de persoonlijke kijk van mensen
op de wereld en van hun gedachten, gevoelens en wensen,
en hoe mensen die verkrijgen
• CogniPes en subjecPeve ervaringen (denkprocessen)
• Zelfconcept, zelfwaardering, emoPes, intelligenPe
Sociale en culturele Hoe vormt de sociale en culture context persoonlijkheid?
• Wederzijdse beïnvloeding
• Cultuurverschillen, gender, relaPes, sociale posiPe
Aanpassingsdomein Hoe past persoonlijkheid zich aan aan levensproblemen?
• Gezondheid en psychopathologie (houden we buiten
beschouwing in dit vak)
Elke specialisaPe heea zijn eigen theorePsche verklaringen en empirische kennisbasis. Een
toekomsPge ‘grand theory’ van persoonlijkheid zal alle zes domeinen moeten integreren
,De rol van persoonlijkheidstheorie
Theorieën zijn onmisbaar in de wetenschap. Een goede theorie vervult drie funcPes:
1. Leidraad voor onderzoek(ers): idenPficaPe, sPmuleert verder onderzoek en
dataverzameling
2. Ordenen van kennis: brengt duidelijkheid in wat al bekend is over persoonlijkheid
3. Voorspellingen doen: maakt voorspelling over gedrag of ervaringen die nog niet zijn
onderzocht.
Vijf standaarden voor het evalueren van persoonlijkheidstheorieën
Standaard Defini8e
Volledigheid (comprehensiveness) Verklaart de theorie de meest of alle bekende
feiten?
Heuris8sche waarde Leidt de theorie naar nieuwe, onbekende
ontdekkingen? Kader voor nieuwe bevindingen
Toetsbaarheid (testability) Doet de theorie precieze, empirisch testbare
voorspellingen? Toetsen aan de realiteit
Zuinigheid (parsimony) Bevat de theorie zo weinig mogelijk premissen en
aannames? Compactheid à met weinig woorden
veel kunnen verklaren
Compa8biliteit en integra8e Is de theorie consistent met kennis uit andere
domeinen?
Theorieën versus overtuigingen
Wetenschappelijke theorieën worden getoetst via systemaPsche observaPes die door
anderen herhaalbaar zijn. Overtuigingen (bijv. astrologie — de stelling dat sterrenbeelden
persoonlijkheid bepalen) berusten op geloof, niet op empirische feiten. Hoewel overtuigingen
soms nuqg zijn in het dagelijks leven, zijn ze geen wetenschappelijke theorieën.
Klinisch oordeel vs. sta8s8sche voorspelling
Er is een langdurig debat over de waarde van klinisch oordeel (gebaseerd op professionele
ervaring en intuïPe) versus staPsPsche voorspelling (gebaseerd op feiten en algoritmen).
Meehl (1996) toonde aan dat staPsPsche voorspelling doorgaans klinisch oordeel overtrea —
maar dat klinisch oordeel waardevol kan zijn bij uitzonderlijke omstandigheden waarvoor de
staPsPek geen script heea (het 'broken-leg case': een computer kan een professor die normaal
elke dinsdag naar de bioscoop gaat niet voorspellen zal thuisblijven als hij zijn been gebroken
heea).
Is er een grote verenigde theorie van persoonlijkheid?
De biologie heea zo'n theorie: de evolu8etheorie van Darwin, verfijnd tot de inclusieve
fitnesstheorie. Die is volledig, spaarzaam, toetsbaar en compaPbel met andere
wetenschappen. De persoonlijkheidspsychologie heea momenteel geen equivalent.
Freud deed de meest ambiPeuze poging tot een 'grand theory', maar de meeste hedendaagse
onderzoekers zijn het erover eens dat het veld geen enkele overkoepelende theorie heea. In
plaats daarvan zijn er domeinspecifieke theorieën. De zes domeinen waarop dit boek is
gebaseerd vormen samen de bouwstenen waarop een toekomsPge geïntegreerde theorie kan
worden gebouwd.
, Hoofdstuk 2 – Personality Assessment, Measurement and Research Design
(Blz. 22-34, tot Issues in personality assessment)
Inleiding: bronnen van persoonlijkheidsdata
Hoofdstuk 2 gaat over hoe we persoonlijkheid meten en welke databronnen
persoonlijkheidspsychologen gebruiken. Als uitgangspunt dient de vraag: hoe beoordeel je de
persoonlijkheid van twee presidentskandidaten? Je kunt luisteren naar wat ze zelf zeggen
(zelfrapportage), kijken naar wat anderen over hen zeggen (observatorrapportage), ze
plaatsen in een testssituaPe (testdata) of levensgebeurtenissen bestuderen (levensuitkomst-
data). Elk van deze bronnen is onvolledig en mogelijk vertekend — geen enkele bron biedt
een volledig beeld. Samen leveren ze echter een rijkere en betrouwbaardere beschrijving van
persoonlijkheid op.
S-data: zelfrapportagedata
De meest voor de hand liggende bron: de informaPe die een persoon over zichzelf verstrekt.
Individuen hebben toegang tot unieke informaPe over zichzelf – innerlijke gevoelens,
verlangens, zelfwaardering, diepste angsten – die niemand anders kan waarnemen.
Vormen van zelfrapportage
• Open-ended (ongestructureerd): bijv. ‘Vertel me over de feesten die je het leukst
vindt.’ Vereist coderingsschema’s om antwoorden te scoren
• Gestructureerd: vaste antwoordopPes (waar/onwaar, meerkeuzevragen). Eenvoudig
te scoren
• Adjec8efchecklists: personen geven aan welke trait-adjecPeven (acPef, ambiPeus,
angsPg, …) op hen van toepassing zijn
• Likert-schalen: numerieke beoordeling van de mate waarin een trait hen beschrija.
Meest gebruikte methode in persoonlijkheidsschalen.
Experience sampling
Een innovaPeve variant: mensen beantwoorden meerdere keren per dag vragen over
stemming, gedachten en ervaringen via smartphone of draagbare apparatuur. Dit levert
ecologisch valide data op – data die het echt leven volgen – maar deelnemers vergeten soms
dat ze worden gevolg, wat ironisch genoeg de meest naturalisPsche registraPes oplevert.
Beperkingen van S-data
• Mensen zijn niet alPjd eerlijk (sociaal wenselijke antwoorden, zeluedrog)
• Mensen hebben soms onvoldoende zelvennis om accurate antwoorden te geven
• Ongewone ervaringen, diepste geheimen of onbewust patronen komen zelden naar
voren
O-data: observatorrapportagedata
InformaPe verzameld door anderen die de persoon kennen of observeren. In het dagelijks
leven vormen vrienden, familieleden, collega’s en leraren de voornaamste bronnen van O-
data. Ze kunnen gedrag rapporteren dat de persoon zelf niet ziet of niet wil rapporteren.
Voordelen van O-data