2025/2026
,Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 2
WEEK 1 Nederlands en Internationaal Recht 4
1. Indeling van het recht 4
2. De rechtsstaat 4
3. Staatsrecht en wetgeving 4
4. Rechtspraak 5
5. Decentrale overheden 5
6. Europees recht 5
7. Internationaal recht 5
WEEK 2 Strafrecht en Bestuursrecht 7
1. Strafrecht 7
Doelen van strafrecht 7
Strafbare feiten 7
Rechtspersonen (art. 51 Sr) 7
Overheidsaansprakelijkheid 8
2. Bestuursrecht (Awb) 8
Bestuursorganen 8
Belanghebbende 8
Besluiten 8
Handhaving 8
Privaatrecht door overheid 9
3. Bestuursprocesrecht 9
Voorwaarden voor beroep 9
Toetsing door de rechter 9
Uitspraak 9
WEEK 3 Geen literatuur 10
WEEK 4 Vermogensrecht & Verbintenissenrecht 10
1. Vermogensrecht 10
Kernbegrippen 10
Relatieve vs. absolute rechten 10
Overdracht (art. 3:84 BW) 10
Rechtshandelingen 10
Feitelijke handelingen 11
2. Verbintenissenrecht 11
Ontstaan van verbintenissen 11
Overeenkomsten 11
Dwaling 11
Tekortkoming (wanprestatie) 11
Schadevergoeding 12
2
,WEEK 5 Ondernemingsrecht & Belastingrecht 12
Ondernemingsrecht (Hoofdstuk 12) 12
1. Rechtsvormen en aansprakelijkheid 12
2. Interne structuur 13
3. Externe vertegenwoordiging 13
4. Aansprakelijkheid bestuurders 13
5. Fusies, splitsingen en concerns 13
Belastingrecht (Hoofdstuk 8) 14
1. Heffingssystemen 14
2. Rechtsbescherming 14
3. Belastingsoorten 14
4. Boxenstelsel 14
WEEK 6 Arbeidsrecht & Sociale Zekerheid 15
Arbeidsrecht (Hoofdstuk 13) 15
1. Bronnen van arbeidsrecht 15
2. Arbeidsovereenkomst 15
3. Flexibele contracten 15
4. Ontslagrecht 16
5. Transitievergoeding 16
6. CAO’s 16
7. Medezeggenschap 16
Sociale Zekerheid (Hoofdstuk 9) 17
1. Loondoorbetaling bij ziekte 17
2. Werknemersverzekeringen 17
3. Volksverzekeringen 17
4. Participatiewet (bijstand) 17
WEEK 7 Bedrijfsethiek 18
1. Wat is bedrijfsethiek? 18
2. Waarom belangrijk? 18
3. Globalisatie en ethiek 18
4. Internationale verschillen 18
5. Duurzaamheid & Triple Bottom Line 18
3
, WEEK 1 Nederlands en Internationaal
Recht
Week 1 draait om de basis van het Nederlandse rechtssysteem, de rechtsstaat, de
staatsinrichting, en de rol van internationaal en Europees recht. Het vormt het fundament
waarop alle andere rechtsgebieden rusten.
1. Indeling van het recht
Het Nederlandse recht wordt op verschillende manieren ingedeeld. Een eerste onderscheid is
dat tussen nationaal recht(regels die binnen Nederland gelden) en internationaal recht
(verdragen en afspraken tussen staten). Daarnaast is er het verschil tussen materieel recht
(welke rechten en plichten burgers hebben) en formeel recht (hoe die rechten worden
afgedwongen, zoals procesrecht). Ook wordt onderscheid gemaakt tussen publiekrecht
(overheid ↔ burger) en privaatrecht (burger ↔ burger).
2. De rechtsstaat
Nederland is een rechtsstaat, wat betekent dat de overheid gebonden is aan de wet en burgers
worden beschermd door grondrechten.
Belangrijke kenmerken:
● Grondrechten: klassieke (overheid moet afblijven) en sociale (overheid moet zorgen).
● Legaliteitsbeginsel: geen bevoegdheid zonder wettelijke basis.
● Trias Politica: scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht — in
NL niet strikt, maar met checks and balances.
● Onafhankelijke rechtspraak en rechtszekerheid.
3. Staatsrecht en wetgeving
De Staten-Generaal bestaan uit de Tweede Kamer (direct gekozen, 150 leden) en de Eerste
Kamer (indirect gekozen, 75 leden). Samen met de regering maken zij wetten.
De regering kan daarnaast regels maken via:
● AMvB’s (op basis van delegatie)
● Ministeriële regelingen (nog lager niveau, via subdelegatie)
4