BIJEENKOMST 1
GETALFUNCTIES
Getalfunctie Betekenis Voorbeeld
Naamgetal Een getal geeft naam aan. Huisnummer 24, buslijn 5,
rugnummer 10
Telgetal of ordinaalgetal Het getal heeft een plaats Lisa werd 1e in de
in een rij. wedstrijd, Jan staat op de
3e plaats.
Meetgetal Het getal drukt een maat De tafel is 2 meter lang, de
uit. appel weegt 150 gram
Rekengetal Een getal waarmee je Bij 7+5=12 zijn 7,5 en 12
rekent. rekengetallen
Hoeveelheidsgetal of Geeft aan hoeveel Er zitten 28 leerlingen in de
aantalgetal voorwerpen of personen er klas, ik heb 4 appels
zin; resultaat van een
telling.
ONTWIKKELING VAN LEREN TELLEN
1. Omgaan met hoeveelheden
2. Kleine hoeveelheden herkennen Hoeveelheid van twee, drie soms vier of
subiteren vijf benoemen op basis van herkenning (in
één oogopslag)
3. Akoestisch tellen Het goed kunnen opzeggen van de telrij
vaak middels rijmpjes en liedjes.
Asynchroon tellen (tussenfase) Vanaf ongeveer 4 jaar daadwerkelijk tellen
van voorwerpen, maar het aanwijzen van
voorwerpen is nog niet geautomatiseerd.
4. Synchroon tellen Kinderen zijn in staat om gelijktijdig tellen
en een object/voorwerp aanwijzen.
5. Resultatief tellen Tellen begint met één, alle voorwerpen
mogen slechts eenmaal geteld worden en
het laatste genoemde telwoord geeft de
totale hoeveelheid te tellen voorwerpen
aan.
6. Verkort tellen Gebruik maken van getalbeelden om op
een kortere manier hoeveelheden te
herkennen.
1
,VOORBEREIDENDE REKENVAARDIGHEDEN
Voorbereidende Betekenis Voorbeeld
rekenvaardigheid
Correspondentie Het koppelen één voorwerp Kinderen leren zo dat bij
aan één ander voorwerp. elk voorwerp één telwoord
hoort tijdens het tellen.
Classificatie Voorwerpen groeperen op Een kind legt alle rode
basis van een blokken bij elkaar en alle
gemeenschappelijk blauwe blokken in een
kenmerk. andere groep.
Seriëren Voorwerpen ordenen Potloden van kort naar lang
volgens een bepaalde leggen.
eigenschap, zoals grootte, Of blokken van klein naar
lengte of gewicht. groot rangschikken.
Conservatie Begrijpen dat een Een ander voorbeeld is
hoeveelheid hetzelfde blijft, water uit een breed glas in
ook als de vorm of een smal hoog glas gieten:
opstelling verandert. de hoeveelheid water blijft
gelijk.
BIJEENKOMST 2
TELMETHODEN
Strategie Wat doe je? Voorbeeld Hoe denk je?
Bijtellen Je telt vooruit vanaf 7+2=9 (7), 8, 9
het eerste getal.
Wegtellen Je telt het tweede 7–5=2 (7), 6, 5, 4, 3, 2
getal helemaal weg
door achteruit te
tellen.
Terugtellen Je telt een bepaald 7–5=2 7 6 (1), 5 (2), 4
aantal stappen (3), 3 (4), 2 (5)
terug en houdt de
stappen bij.
Doortellen/ Je begint bij het 7–5=2 (5), 6, 7
aanvullen kleine getal en telt
vooruit tot het grote
getal
VAN TELLEN NAAR OPTELLEN ONTWIKKELING NAAR VLUG (EN FOUTLOOS)
REKENEN
- Tellend
- Verkorten/ structureren sneller rekenen door kennis van getalbeelden en -
structuren
- Geautomatiseerd de strategie gaat vlot en snel
2
, - Gememoriseerd de som is zo vaak herhaald dat jet het antwoord uit je hoofd
kent.
DRIE METHODEN
Structuur Steunpunt Wat ziet het Voorbeeld Rekendenken
kind?
Vijfstructuur 5 Een groep van 7=5+2 “Ik zie eerst 5
5 en wat erbij en nog 2.”
komt.
Tienstructuur 10 Een groep van 13 = 10 + 3 “Ik zie eerst 10
10 en wat erbij en nog 3.”
komt.
Dubbelstruct Dubbele Twee even 8=4+4 “Ik zie twee
uur aantallen grote groepjes keer 4.”
VERKORTEN D.M.V. STRUCTUREN EN GETALBEELDEN
Kenmerk Lijnmodel Groepjesmodel
Centraal idee Getallen hebben een plaats Getallen stellen een
in een rij. hoeveelheid voor.
Getalsbeeld Ordinaal (volgorde, positie) Kardinaal (aantal,
hoeveelheid)
Vraag Waar ligt het getal? Hoeveel is het getal?
Focus Volgorde en afstand tussen Structuur van aantalllen
getallen
Voorbeelden Getallenlijn, liniaal, Eierdoos,
kralenketting dobbelsteenbeeld, vingers,
blokjes
Handig voor Tellen, terugtellen, optellen Splitsen, samenvoegen,
en aftrekken met sprongen vijf- en tienstructuur
herkennen
ZELFSTUDIE: ANDERE TALSTELSELS
10 → ……(8) 3(₈) × 5(₈)
10 ÷ 8 = 1 rest 2 3×5=
15(decimaal)
1 ÷ 8 = 0 rest 1
→ 12(₈) 15 ÷ 8 = 1 rest 7
→ 17(₈)
3