HOOFDSTUK 1 – EEN OMSTREDEN EVENEMENTENVERGUNNING, INLEIDING
TOT HET BESTUURSRECHT EN DIT BOEK.
Casus: een vergunning sinterklaas intocht door de burgermeester van Amsterdam, waar
mensen het niet eens mee waren vanwege zwarte pieten. ECLI:NL:RVS:2014:4117
1.1 bestuursrecht heeft betrekking op relaties tussen de overheid (bestuursorganen) en
burgers (belanghebbende).
Bestuursorganen: onder een bestuursorgaan wordt verstaan: a. een orgaan van een
rechtspersoon die krachtens publieke is ingesteld (gemeente/provincie/waterschap
bevoegdheid aan is beleend) of b. een andere persoon of college, met enige openbaar
gezag bekleed( andere lichamen waaraan een deel van de overheidstaken is overgedragen
is). (art 1:1 Awb)
Belanghebbende: onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang
rechtstreeks bij een besluit is betrokken. (art 1:2 Awb)
Besluit: onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een
bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. (art 1:3 Awb)
Bezwaar 7:1 Awb
Beroep 8:1 Awb
- Art 8:1 Awb geeft de samenhang van de begrippen: bestuursorganen,
belanghebbende en besluit.
Eenzijdige rechtshandeling: het bestuur kan zonder instemming van een burger bepalen
wat de rechten en plichten van die burger zijn. Dit is een behoorlijke macht, hij is wel beperkt.
Het bestuur kan alleen een eenzijdige rechtshandeling verrichten als de wetgever hem die
bevoegdheid heeft toegekend in een wettelijk voorschrift.
Je hebt verschillende functies van het bestuursrecht:
- Instrumentele functie: geeft de overheid de bevoegdheden (of instrumenten) om het
algemeen belang te behartigen en zijn publieke taak te vervullen.
- Waarborg functie: het bestuursrecht geeft de burgers bescherming tegen de
overheid en haar besluiten. De burgers hebben de middelen om het beleid van het
bestuur te beïnvloeden en zich daartegen teweer te stellen.
- Normerend functie: burgers kunnen beroep op normen waar het bestuur zich bij de
uitoefening van zijn bevoegdheid aan moet houden.
1.2 sinds 1994 bestaat de wet waarin de algemene regels van het bestuursrecht zijn
opgenomen, de algemene wet bestuursrecht (Awb). De voorloper is de wet AROB. De
rechtspraak speelt een belangrijke rol bij het bestuursrecht. De algemene regels zijn
gemakkelijk te vinden. In het bijzondere bestuursrecht zijn meer inhoudelijke regels
neergelegd, die rechten en plichten van bestuur en burger in een concreet geval bepalen.
Om het overzichtelijk te maken worden overheidsbeleid en bijzondere bestuursrechten in de
literatuur ingedeeld in clusters: bestuursrechtelijk, organisatierecht, recht betreffende
,openbare orde en veiligheid, vreemdelingenrecht, omgevingsrecht, economisch, sociaal,
cultureel, medisch en fiscaal bestuursrecht.
Als je een bestuursrechtelijke zaak behandeld kijk je in de algemene en bijzondere
bestuursrecht.
1.3 verschillende soorten rechtsgebieden:
- Staatsrecht: gaat over de grondwet en de organieke wetten. De grondregels voor
organisaties van de Nederlandse staat.
- Strafrecht: publiekrecht, verzet van burgers kan de overheid naleving van regels
afdwingen.
- Privaatrecht: tussen burgers onderling.
- Europees recht: de Europese regels moeten vaak in Nederlandse wetgeving worden
omgezet.
Bestuursrecht heeft met elke van deze rechtsgebieden een samenhang.
1.4 bestuursrecht kwam in de twintigste eeuw in ontwikkeling. In 1994 mondde het uit in een
algemene codificatie: algemene wet bestuursrecht. De reden van deze ontwikkeling is de
groei van de bevolking, technische ontwikkelingen, verzorgingsstaat.
1.5 bronnen bestuursrecht:
Wet en regelgeving: wetten en uitvoeringsbesluiten worden geplaatst in het
Staatsblad en regelingen in de Staatscourant.
Jurisprudentie
Annotatie: aantekening of meer informatie over een onderwerp toe te voegen of om
de inhoud van een publicatie te verduidelijken.
Literatuur
, HOOFDSTUK 2 – AFWIJKEN MAG, MAAR DAN WEL UITDRUKKELIJK!, DE
ALGEMENE WET BESTUURSRECHT EN DE RELATIE TOT BIJZONDERE
BESTUURSRECHT.
2.1 Art 107 lid 2 Gw verplicht de wetgever tot vaststellen van algemene regels van het
bestuursrecht. Hieruit kwam na een lange tijd de Awb. De Awb kan worden gekwalificeerd
als aanbouwwet. Er vinden regelmatig ook aanpassingen aan toe. Het is dus een levend
project.
2.2 de Awb heeft verschillende doelstellingen:
1. het bevorderen van eenheid binnen de bestuursrechtelijke wetgeving
2. het systematiseren
3. het codificeren van ontwikkelingen die zich in de bestuursrechtelijke jurisprudentie
hebben afgetekend.
4. Het treffen van voorzieningen ten aanzien van het onderwerp die zich hun aard niet
voor regeling in een bijzondere wet lenen.
Verder heeft de Awb ook een bepaalde structuur:
Hoofdstuk 1 – definities en reikwijdte
Hoofdstuk 2 – verkeer tussen burgers en bestuursorganen.
Hoofdstuk 3 – algemene bepalingen over besluiten
Hoofdstuk 4 – bijzondere bepalingen over besluiten
Hoofdstuk 5 - handhaving
Hoofdstuk 6 – algemene bepalingen over bezwaar en beroep
Hoofdstuk 7 – bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Hoofdstuk 8 – bijzondere bepaling over beroep bij rechtbank
Hoofdstuk 9 – klachtenbehandeling.
Hoofdstuk 10 – bepalingen over bestuursorganen.
Hoofdstuk 11 – slotbepalingen.
2.3 met het oog op problematiek heeft de regering bij de totstandkoming van de Awb de
volgende categorieën Awb-regels onderscheiden:
a) Dwingend recht: regels zonder uitzondering voor het gehele bestuur.
b) Regelend recht: regels die geleden voor normale gevallen. Hierbij zijn verschillende
hoofdregels.
c) Aanvullend recht: een restbepaling die aanvullend is op een bepaalde regel.
AANTEKENINGEN LES 1
Wetboek heeft 11 hoofdstukken