Een eerste overzicht
Vermogensrecht
Het vermogensrecht reguleert de bestanddelen van het menselijk vermogen, specifiek de goederen en
de schulden. Dit rechtsgebied bepaalt hoe objecten als goederen worden geclassificeerd, hoe men deze
verkrijgt of verliest en op welke wijze verhaal op het vermogen mogelijk is.
Natuurlijke personen en rechtspersonen
Het privaatrecht maakt onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen, zoals verenigingen,
nv’s en stichtingen, die op basis van artikel 2:3 BW rechtspersoonlijkheid bezitten. Krachtens artikel 2:5
BW staat een rechtspersoon wat het vermogensrecht betreft gelijk aan een natuurlijke persoon, tenzij de
wet uitdrukkelijk anders bepaalt.
Vermogen
Het vermogen van een persoon omvat het juridische geheel van alle goederen en schulden die aan die
persoon toebehoren. De aanwezige goederen vormen het verhaalsvermogen dat volgens artikel 3:276
BW uitwinbaar is voor de schulden van de betreffende rechthebbende.
Relatieve rechten
Relatieve rechten, ook wel rechten in personam genoemd, vormen een aanspraak die uitsluitend jegens
een bepaald persoon kan worden geldend gemaakt. Een kernvoorbeeld is het vorderingsrecht uit een
verbintenis, waarbij de crediteur een prestatie van de debiteur verlangt die kan bestaan uit een geven,
doen of nalaten.
Absolute rechten
Absolute rechten, of rechten in rem, definiëren de directe rechtsverhouding tussen een persoon en een
goed en zijn tegenover eenieder handhaafbaar. Omdat dit recht een exclusieve aanspraak vestigt, rust
op de gehele samenleving de plicht om zich te onthouden van inbreuken op dit absolute recht.
2
,Begrippenapparaat
Het begrippenapparaat is een stelsel van definities en onderverdelingen die als fundament dienen voor
de toepassing van rechtsregels. Aan het voldoen aan de criteria van een specifiek wettelijk begrip is
veelal een direct rechtsgevolg verbonden.
Goederen
Goederen is volgens artikel 3:1 BW de verzamelnaam voor alle zaken en alle vermogensrechten. Dit
overkoepelende begrip vormt de basis voor de verdere indeling en regulering binnen het
goederenrechtelijke systeem.
Zaken
Zaken zijn op grond van artikel 3:2 BW de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Dit
onderscheidt zaken van vermogensrechten, die een immaterieel karakter hebben en andere juridische
vereisten kennen voor overdracht.
Vermogensrechten
Vermogensrechten zijn volgens artikel 3:6 BW rechten die overdraagbaar zijn, ertoe strekken de houder
stoffelijk voordeel te verschaffen of verkregen zijn in ruil voor een dergelijk voordeel. Voorbeelden
hiervan zijn vorderingsrechten, aandelen, intellectuele eigendomsrechten en beperkte rechten op een
goed.
Eigendom
Eigendom is volgens artikel 5:1 BW het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan
hebben, inclusief de exclusieve bevoegdheid tot gebruik en beschikking. Dit recht is in beginsel niet
beperkt in tijd of functie en omvat zowel de aanspraak op de vruchten als de verantwoordelijkheid voor
de risico's van de zaak.
Numerus clausus
In het goederenrecht geldt een gesloten systeem, wat betekent dat partijen alleen die rechtsfiguren
kunnen gebruiken die de wet uitdrukkelijk erkent. In tegenstelling tot de contractvrijheid in het
verbintenissenrecht, bepaalt de wet dwingend de inhoud, de grenzen en de wijze van verkrijging van
deze rechten.
Genotsrechten
3
, Genotsrechten zijn beperkte rechten die de houder de bevoegdheid geven om een goed van een ander
te gebruiken of de vruchten daarvan te trekken. Onder deze categorie vallen specifiek vruchtgebruik,
erfdienstbaarheid, erfpacht en het opstalrecht.
Zekerheidsrechten
Zekerheidsrechten, te weten pand en hypotheek, dienen om een schuldeiser voorrang te bieden bij het
verhaal op de goederen van een schuldenaar. Deze rechten geven de crediteur de zekerheid dat zijn
vordering bij voorrang uit de executieopbrengst van het bezwaarde goed kan worden voldaan.
Dispositievrijheid
Dispositievrijheid houdt in dat elke rechthebbende vrij en bekwaam is om door middel van
rechtshandelingen goederen te verwerven of te vervreemden. Hoewel de eigenaar autonoom over zijn
goed beschikt, kent de wet uitzonderingen zoals de legitieme portie in het erfrecht.
Verhaalsbevoegdheid
Verhaalsbevoegdheid is de materiële bevoegdheid van een crediteur om zich te verhalen op de goederen
van zijn debiteur indien een vordering niet wordt voldaan. Op grond van artikel 3:276 BW is een
schuldeiser bevoegd zijn vordering te verhalen op elk goed dat tot het vermogen van de schuldenaar
behoort.
Voorrang
Voorrang, ook wel preferentie genoemd, is het recht van bepaalde schuldeisers om bij de verdeling van
de opbrengst van goederen boven andere schuldeisers te worden voldaan. Volgens artikel 3:278 BW
vloeit deze voorrang uitsluitend voort uit pand, hypotheek, voorrecht of andere specifiek in de wet
aangegeven gronden.
Droit de suite
Droit de suite, ook bekend als zaaksgevolg of volgrecht, houdt in dat een goederenrechtelijk recht op een
goed blijft rusten ongeacht wie de nieuwe eigenaar wordt. De rechthebbende kan zijn recht hierdoor
handhaven tegenover eenieder die het goed onder zich krijgt, tenzij de wet een derde-verkrijger te
goeder trouw beschermt.
Publiciteitsbeginsel
Het publiciteitsbeginsel, ook wel kenbaarheidsbeginsel genoemd, vereist dat goederenrechtelijke
4