Lecture 1: Client centered therapy:
Roger’s theory:
Historical framework:
Psychoanalysis: Freud.
o Influence of unconscious urges (onbewuste driften).
o Relatie tussen de client en therapeut spelt een rol via: transference (gevoelens
op therapeut uiten), countertransference (reacties van therapeut op die
projecties) en resistence (weerstand tegen inzichten).
o Interpretation of dreams, slips of tongue, etc.
Behaviorism: Skinner.
o Richt zich op observeerbaar gedrag.
o Environmental influences.
Humanistic approach: Rogers.
o Subjective experience: De werkelijkheid is hoe iemand die persoonlijk ervaart.
Niet de objectieve feiten staan centraal, maar de beleving van de persoon.
o Person in their totality: “client/person-centered”. Kijkt naar de mens als een
geheel van gevoelens, gedachten, gedrag, relaties, etc.
o The individual as active: Volgens Rogers heeft ieder mens een natuurlijke
neiging tot groei en zelfontplooiing Self-Actualizing tendency.
Self-actualizing tendency:
Dit betekent dat ieder mens van nature de neiging heeft om zichzelf te ontwikkelen, te groeien
en zijn mogelijkheden te realiseren.
1. Growth: allowing capacities to develop.
o Ieder mens heeft een natuurlijke drang om te groeien en zich te ontwikkelen.
o Volgens Rogers wil de mens zich spontaan ontwikkelen wanneer de omgeving
veilig en accepterend is.
2. Integration: integrating new skills knowledge.
o Wanneer je nieuwe ervaringen, kennis of vaardigheden opdoet, probeer je die
deel te maken van jezelf.
3. Not a bigger but a stronger tree.
o Niet groter of beter lijken, maar sterker en stabieler.
o Zelfactualisatie gaat over innerlijke kracht en echtheid, niet over status of
succes.
Human being as active organism:
Een kind is volgens Roger van nature onderzoekend en nieuwsgierig “Child that sets out to
explore”. De mens is dus niet passief, maar actief betrokken bij zijn ontwikkeling. Mensen
proberen voortdurend betekenis te geven aan ervaringen en manieren te vinden om zich aan te
passen.
,Limitation = the best possible adaptation.
Gedrag dat later problematisch lijkt, zag Rogers niet als “fout” of ziekelijk. Dit was op dat
moment de beste manier om er mee om te gaan of een noodzakelijke aanpassing om
emotioneel te overleven.
- Gedrag bestaat dus met een reden en had vroeger meestal een beschermende functie.
There is no ‘resistance’ in CCT, only best possible adaptation. Adaptation used to be effective
in the past but isn’t working anymore.
- Voorbeeld is een kind dat vroeger leerde dat huilen werd afgewezen, hij heeft nu
geleerd om gevoelens te verbergen. Dat is niet fout, maar op dat moment de beste
aanpassing.
Congruence – Fully functioning person:
Een teken van psychologische gezondheid. Het houdt in dat al je gevoelens, gedachten,
ervaringen, etc. goed bij elkaar passen en het een samenhangend geheel vormt.
Healthy growth and integration → Een persoon groeit op een gezonde manier wanneer
nieuwe ervaringen geïntegreerd worden in het zelfbeeld.
Different pieces of the self fit together (are congruent).
Fully lived experience.
Incongruence – Psychopathology:
Een toestand waarin delen van het zelf niet goed met elkaar overeenkomen. Er bestaat een
kloof tussen hoe iemand zich echt voelt of ervaart en hoe iemand denkt te moeten zijn. Dit
veroorzaakt spanning, onzekerheid, emotionele conflicten en psychologische stress.
Voorbeeld:
- Inner conflict of different pieces of self, causes depression and anxiety.
Rogers’ method: the therapeutic relationship
Relationship as vehicle:
Volgens Rogers ontstaat psychologische groei niet vooral door interpretaties of technieken,
maar door de kwaliteit van de relatie tussen therapeut en cliënt.
- Necessary breeding ground (De relatie is de veilige basis waarin groei kan ontstaan).
- Provides the means to change
Three core conditions:
1. Congruence (genuineness).
o Therapeut is oprecht en zichzelf.
2. Unconditional positive regard.
o Onvoorwaardelijke acceptatie. Dit is belangrijk, omdat veel problemen
ontstaan door voorwaardelijke liefde.
3. Empathy:
Diagnosis-prescription model:
Dit model ziet therapie als een diagnose stellen, problemen analyseren en een oplossing
voorschrijven. De therapeut neemt de rol van expert op zich.
- Directive, objectifying.
, - Unequal relationships: ‘I need to solve your problems’.
Collaboration model: Rogers.
Therapie is volgens Rogers geen behandeling die “op” iemand wordt toegepast, maar een
gezamenlijk proces.
- Empathetic, actively involved client.
- Equality: looking for solutions together.
Congruence: genuineness:
Therapeut staat open voor de eigen innerlijke ervaringen (experiential flow). Hij staat
in contact met wat hij voelt terwijl hij met de cliënt werkt.
In contact with here-and-now (interactional) experience → Wat gebeurt in de
interactie dus bijvoorbeeld irritatie opmerken of spanningen voelen in het gesprek.
Third ear: Met een “third ear” luisteren betekent aandacht hebben voor méér dan
alleen woorden. Emoties, stiltes, toon, lichamelijke signalen.
Self-knowledge, self-awareness, honesty
Voorbeeld:
De therapeut Yalon had negatieve gevoelens tegenover een client omdat zij dik zou zijn. Hij
ontkende of negeerde de gevoelens niet. Maar hij werd zich er bewust van, onderzocht waar
het vandaan kwam en probeerde er verantwoordelijk mee om te gaan.
- Congruence betekent dus niet dat je alleen “mooie” gevoelens mag hebben, maar dat
je eerlijk bent tegenover jezelf over wat er aanwezig is.
Implications for our work:
- Intervision and supervision.
- (Group-)therapy.
- Self-care, mindfulness, mildness.
- Not trying to be superhuman.
Congruence: Transparency:
Personal presence: werkelijk aanwezig, aandachtig, betrokken en emotioneel
beschikbaar.
Appearance (uitstraling) blank slate or façade. De therapeut hoeft zich niet
kunstmatig neutraal op te stellen. Autenticiteit is belangrijker dan afstandelijkheid.
Unaffected (natural).
Consistency in verbal and non-verbal behavior.
Presence – as opposed to shallowness, automatic pilot.
Self-disclosure: “This touches me!”. Je laat soms merken dat het iets met je doet. Dit
kan het contact verdiepen en de cliënt het gevoel geven echt gezien te worden. Maar
ALLEEN wanneer dir helpend is voor de cliënt.
De therapeut gebruikt eigen gevoelens soms als informatie over wat er in de relatie gebeurt.
Dit kan leiden tot:
- Directness.
, - Situation Clarification.
Disciplined spontaneity:
Niet alles hoeft uitgesproken te worden.
o In moderation
o In digestible portions
o As long as it is to the client’s benefit
Always within the context of empathy, acceptance and positive regard!
Unconditional positive regard:
Climate factors:
Deze houding creëert een veilig klimaat waarin de cliënt zichzelf durft te tonen.
Do’s:
- Non-judgmental acceptance
- Suspending own opinion, evaluation, criticism
- No conditions, self-interests, overly focus on results. Acceptatie mag niet afhangen
van goed gedrag bijvoorbeeld.
Underlying:
- Seeing the pain/suffering, seeking the struggling human underneath the behavior.
- Shared basis of vulnerability. De therapeut erkent dat kwetsbaarheid universeel
menselijk is.
Does not per se mean approval of or agreement with the behaviour.
Difficult:
- Seeing psychopathology as “the best possible adjustment”: what does the behavior
mean?
- De eigen grenzen niet verleggen of wegcijferen.
Empathy:
General:
Putting own frame of reference aside and using it when necessary
Creating space, resonating, validating
Adress elements that move you or are (non- verbally) expressed vividly (= AAE / CO)
Can also non-verbally expressed
How to:
Tentative and curious: “as if …”?
The “unknowing/naive therapist”:
o “Is that right?
o “Could that be possible?”
o “What is that like for you?”
Adapt to language use
Welcome the correction!
Dare to use silences (but stay in contact)