Studievragen week 1
Vraag 1: hoe wordt de absolute bevoegdheid van de rechter in een dagvaardingszaak bepaald?
Absolute bevoegdheid houdt in bij welke rechterlijke instantie de dagvaardingszaak moet
worden behandeld. Er zijn drie opties: (1) de rechtbank in eerste aanleg (art. 42 RO), (2) het
gerechtshof (art. 60 RO) en (3) de Hoge Raad (art. 78 lid 1 RO). Als eerst wordt er dus bij de
rechtbank geprocedeerd. Daarna is hoger beroep bij het gerechtshof toegestaan en daarna
cassatie bij de Hoge Raad. Er zijn enkele uitzonderingen:
- Sprongcassatie: partijen komen overeen dat ze de rechtbank overslaan en meteen naar
het Gerechtshof gaan (art. 329 Rv).
- Het Gerechtshof van Amsterdam is in sommige zaken als enige instantie bevoegd (art.
66 RO).
- Ook voor collectieve schadevergoedingszaken is het Gerechtshof van Amsterdam
bevoegd (art. 1013 lid 3 Rv).
- Hoger beroep kan worden overgeslagen en meteen cassatie worden ingesteld (art. 398
Rv).
- Geen hoger beroep toegestaan voor vorderingen tot 1750,- (art. 332 lid 2 Rv).
Vraag 2: wanneer is de kantonrechter bevoegd om over een dagvaardingszaak te beslissen? Dit
wordt ook wel de sectorale bevoegdheid genoemd. Of een zaak komt bij de kantonrechter of een
zaak komt bij de civiele rechter. Om te bepalen of de kantonrechter bevoegd is kijk je in art. 93
Rv. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen aard- en waardevorderingen:
- Aardvorderingen: deze staan in sub c opgenoemd: arbeidsovereenkomst,
huurovereenkomst etc. De waarde van de vordering maakt hierbij niet uit.
- Waardevorderingen: deze staan in sub a en sub b opgenomen:
• Sub a: vorderingen tot een hoogte van 25.000, - worden door de kantonrechter
behandeld. Tenzij de rechtstitel wordt betwist (bijv. geen onrechtmatige daad
gepleegd), dan komt de zaak bij de civiele rechter.
• Sub b: vorderingen met een onbekende waarde, maar het is duidelijk dat de
vordering niet meer dan 25.000, - bedraagt.
Andere wettelijk aangewezen zaken zoals pacht (art. 93 sub d Rv).
Vraag 3: hoe wordt de relatieve bevoegdheid van de rechter in een dagvaardingszaak bepaald?
De relatieve competentie gaat over de vraag waar in Nederland de zaak moet worden afgedaan
(ofwel bij welke rechtbank). Art. 99 Rv is de hoofdregel die bepaald dat de rechter van de
woonplaats van de gedaagde bevoegd is. Maar er kan ook een andere rechter mede bevoegd
zijn:
- Arbeidszaken (art. 100 Rv): mede bevoegd de rechter van de plaats waar de arbeid
gewoonlijk wordt of laatstelijk gewoonlijk wordt verricht.
- Consumentenzaken (art. 101 Rv): een overeenkomst die wordt gesloten door een partij
die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en een natuurlijk persoon die niet
, handelt in uitoefening van een beroep of bedrijf, is mede bevoegd de rechter van de
woonplaats of het werkelijk verblijf van die natuurlijke persoon.
- Onrechtmatige daad (art. 102 Rv): mede bevoegd de rechter van de plaats waar het
schade brengende feit zich heeft voorgedaan.
- Onroerende zaken geschillen (art. 103 Rv): mede bevoegd de rechter binnen wiens
rechtsgebied de zaak of grootste gedeelte daarvan is gelegen.
- Erfrechtszaken (art. 104 Rv): mede bevoegd de rechter van de laatste woonplaats van de
overledene.
- Ondernemingsrechtelijke geschillen (art. 105 Rv): mede bevoegd de rechter van de
woonplaats of de plaats van vestiging van de rechtspersoon of vennootschap.
- Meerdere gedaagde (art. 107 Rv): indien een rechter ten aanzien van een van de
gedaagde bevoegd is, is die rechter ook ten aanzien van de overige gedaagden bevoegd.
Er moet wel een zodanige samenhang bestaan.
- Keuzevrijheid partijen (art. 108 Rv): partijen kunnen ook een rechter aanwijzen.
Vraag 4: wat moet de rechter doen als hij niet bevoegd is om kennis te nemen van de
dagvaardingszaak die bij hem wordt aangebracht?
- Als de rechter geen absolute bevoegdheid heeft moet hij zichzelf onbevoegd verklaren
(art. 72 Rv). Verklaart de rechter zich onbevoegd en is een andere rechter wel bevoegd,
dan verwijst hij de zaak naar deze rechter (art. 73 jo. 71 Rv).
Vraag 5: stel dat een ex-werknemer een vordering instelt tegen zijn ex-werkgever tot betaling van
achterstallig loon, in totaal 40.000, -. Welke rechter is dan bevoegd? Dit betreft een
arbeidsovereenkomst en hiervoor is de kantonrechter op grond van art. 93 sub c RV bevoegd. De
hoogte van de vordering maakt hiervoor niet uit.
Casus 1: bekijk de dagvaarding die centraal staat in het boek P.S.T. Awater & P.M. Vos, Het civiele
procesdossier, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2023 (p. 46-59). Een scan is te vinden op Canvas.
Welke rechter is bevoegd om van dit geschil kennis te nemen? Overige informatie bij de
dagvaarding:
- Adres hoofdvestiging verzekeraar aannemer: Maashaven 83p, Rotterdam
- Adres statutaire vestiging onderaannemer: Paalstraat 3, Zutphen
- Adres familie Pietersen: Hackvorsttraat 12, Zutphen
Absolute bevoegdheid: de rechtbank in eerste aanleg is bevoegd (art. 42 RO). Er zijn geen
uitzonderingen in casu.
Sectorale bevoegdheid: het betreft hier een vordering van 25.000 euro voor herstelkosten van
een onrechtmatige daad. De kantonrechter is bevoegd op grond van art. 93 sub a Rv.
Relatieve bevoegdheid: de rechter van de woonplaats van de gedaagde is bevoegd (art. 99 Rv).
Dat gedaagde is hier de onderaannemer. Voor rechtspersonen wordt de woonplaats bepaalt
waar diegene volgens wettelijk voorschrift of volgens zijn statuten of reglementen zijn zetel heeft
(art. 1:10 BW). Dat is hier Zutphen. De rechtbank in Zutphen is bevoegd. Voor zaken betreffende
een onrechtmatige daad is mede bevoegd de rechter van de plaats waar het schade brengende
feit zich heeft voorgedaan. Dat is hier ook Zutphen.
,Casus 2: Appie heeft aan Beyza € 50.000, - uitgeleend. Appie en Beyza spreken af dat Beyza
Appie terugbetaalt in maandelijkse termijnen van € 2.000, -. De eerste drie maanden blijft
betaling door Beyza echter uit. Appie vordert in rechte de eerste drie aflossingstermijnen van in
totaal € 6.000, -.
a. Is de kamer voor kantonzaken bevoegd of een andere kamer dan die voor kantonzaken? De
kantonrechter is bevoegd. Het betreft hier een vordering van onder de 25.000, - dus de
kantonrechter is bevoegd op grond van art. 93 sub a Rv.
Stel dat Beyza als verweer voert dat Appie het bedrag aan haar heeft geschonken en dat zij het
door hem geëiste bedrag van € 6000 daarom niet hoeft te betalen.
b. Heeft het verweer van Beyza invloed op de bevoegdheid van de rechter? Ja, art. 93 sub a Rv
bepaald dat de kantonrechter bevoegd is als de vordering een hoogte van tot en met 25.000, -
bedraagt. Tenzij de rechtstitel wordt betwist. Hier wordt de rechtstitel betwist. Beyza stelt dat het
gaat om een schenking terwijl Appie stelt dat het gaat om een lening. Als de rechtstitel wordt
beslist, is de civiele rechter bevoegd.
Casus 3: Tanja Botermans is als monteur in dienst bij Autobedrijf Autocrew B.V. (hierna:
Autocrew). Autocrew is statutair gevestigd in De Bilt (arrondissement Midden-Nederland) en
heeft diverse vestigingen verspreid over het land. Tanja werkt normaal gesproken op de
Autocrew-locatie in Weesp (arrondissement Amsterdam), maar in december 2022 moet zij een
week invallen voor een zieke collega op de locatie in Alphen aan den Rijn (arrondissement Den
Haag). In die week overkomt haar een ongeval: tijdens reparatiewerkzaamheden aan een auto
schiet haar voet van de pedaal van de krik af. Zij loopt hierdoor letsel op aan haar knie. Zij wijt het
ongeval aan het feit dat haar veiligheidsschoenen geen adequaat profiel hadden en wil daarom
op de voet van artikel 7:658 BW een procedure tegen Autocrew beginnen met de volgende
vorderingen:
i. Een verklaring van recht dat Autocrew op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is
jegens Tanja Botermans, en
ii. Veroordeling van Autocrew tot vergoeding van de schade die Tanja Botermans als gevolg
van het arbeidsongeval heeft geleden, ter hoogte van EUR 30.000, -, waarvan EUR 26.000
ziet op schade ten gevolge van het knieletsel en EUR 4.000, - op immateriële schade (art.
6:106 BW).
Welke rechter(s) is/zijn bevoegd om van dit geschil kennis te nemen? Ga bij de beantwoording in
op de absolute, sectorale en relatieve bevoegdheid.
- Absolute bevoegdheid: de rechtbank in eerste aanleg is bevoegd (art. 42 RO). Uit de
casus blijkt niet dat er sprake is van een uitzondering.
- Sectorale bevoegdheid: het betreft hier een arbeidsovereenkomst (een aardvordering).
De kantonrechter is bevoegd om kennis te nemen van arbeidsovereenkomst op grond
van art. 93 sub c Rv. De hoogte van de vordering maakt hiervoor niet uit.
- Relatieve bevoegdheid: de rechtbank Amsterdam is bevoegd (art 100 Rv) omdat Tanja
normaal gesproken in Weesp werkt (arrondissement Amsterdam).
Moeten partijen zich in de procedure wel of niet laten bijstaan door een advocaat? Het betreft
hier een kantonzaak waarbij er geen verplichte procesvertegenwoordiging is (art. 79 lid 1 Rv).
, Casus 4: Hans Kooistra (‘Kooistra’) is een aannemer gevestigd in Rotterdam. Hij heeft in
opdracht van Supermarkt Grotebroek B.V. (‘Supermarkt’), een plaatselijke supermarkt in
Bilthoven (arrondissement Utrecht), een aanbouw geplaatst. Enige tijd na de oplevering
ontstaan gebreken en ondanks herhaalde aanmaningen door Supermarkt weigert Kooistra om
deze gebreken te herstellen. De Supermarkt ziet geen andere mogelijkheid dan een procedure te
starten waarin zij vordert dat Kooistra de gebreken aan de aanbouw alsnog zal herstellen. In de
toepasselijke voorwaarden is een forumkeuzeclausule opgenomen op grond waarvan de
rechtbank Rotterdam bevoegd is. Supermarkt laat echter een dagvaarding uitbrengen waarin zij
Kooistra oproept voor de rechtbank Utrecht, dus voor een andere rechter dan die volgens de
toepasselijke voorwaarden bevoegd zou zijn. U bent advocaat van Kooistra. Wat adviseert u hem
te doen? Ga daarbij in op alle onderstaande mogelijke adviezen:
i. In procedure verschijnen en zich op de nietigheid van de dagvaarding beroepen.
ii. In procedure verschijnen en zich op de onbevoegdheid van rechtbank Utrecht beroepen.
iii. Niet in het geding verschijnen.
Eerste advies: geen goed advies want dit verweer is onjuist. De dagvaarding is niet nietig, omdat
wel is voldaan aan art. 111 lid 2 aanhef en sub e Rv: er is immers een rechter aangewezen. Het
feit dat is gedagvaard voor de verkeerde rechter, maakt de rechter niet nietig. De dagvaarding zou
enkel nietig zijn als er in het geheel geen rechter zou zijn genoemd.
Tweede advies: het is verstandig om in de procedure te verschijnen en zich op onbevoegdheid
van de rechtbank Utrecht te beroepen. De partijen hebben een forumkeuzeclausule opgesteld
(art. 108 Rv). Dan is een rechter exclusief bevoegd, en dus geen andere rechter bevoegd. Geen
sprake van een uitzondering van lid 2.
Derde advies: de rechter hoeft zich alleen onbevoegd te verklaren als de gedaagde daar een
beroep op doet (art. 110 lid 1 Rv). Als Kooistra niet verschijnt, kan hij geen verweer voeren. En
juist zo’n verweer moet gevoerd worden. De rechter zal de zaak gewoon behandelen en zijn
bevoegdheid niet ambtshalve beoordelen.
Studievragen week 2
Vraag 1: aan welke vereisten moet een inleidend processtuk (dagvaarding of verzoekschrift)
voldoen?
Dagvaarding:
- Welke informatie moet in de dagvaarding worden opgenomen? Art. 111 Rv: dagvaarding
vermeld, naast de gegevens in art. 45 lid 3 Rv, naam, woonplaats etc.
- Wat vermeldt het inleidende processtuk over de vordering en de onderbouwing van de
vordering? 3 onderdelen van de dagvaarding: de kop, het lichaam en de staart.
• De kop: alle praktische informatie.
• Het lichaam: art. 111 sub d Rv: de eis en de gronden daarvan. Ook art. 111 lid 3
Rv: mogelijke verweren (substantiëringsplicht) en de bewijsmiddelen
(bewijsaandrachtplicht).
• De staart/petitum: de eis. Ook nevenvorderingen staan in de staart.