Samenvatting voor de BIAZ 1 & 2 toets.
ABCDE, respiratie, circulatie en zenuwstelsel.
,Inhoudsopgave
1. Inleiding BIAZ. .............................................................................................................................................. 2
1.1 farmacologie. ............................................................................................................................................... 3
2.3 Toepassing infuusvloeistoffen. ...................................................................................................................... 4
2. Respiratie. .................................................................................................................................................... 6
2.1 Longfysiologie:.............................................................................................................................................. 6
2.2 Respiratoire insufficiëntie. .......................................................................................................................... 12
2.3 Zuur-base .................................................................................................................................................... 15
2.4 Thoraxdrainage. ......................................................................................................................................... 17
3. Circulatie. ................................................................................................................................................... 19
3.1 Circulatiestoornissen. ................................................................................................................................. 19
3.2 Ritme. ......................................................................................................................................................... 27
3.3 Shock: ......................................................................................................................................................... 33
3.4 Stolling: ....................................................................................................................................................... 41
3.5 Vocht en elektrolyten. ................................................................................................................................. 45
3.6 Temperatuurregulatie en afweer. ............................................................................................................... 47
3.7 Tractus digestivus. ...................................................................................................................................... 50
3.8 Urogenitaal stelsel. ..................................................................................................................................... 56
4. Centraal zenuwstelsel. ............................................................................................................................... 60
4.1 Anatomie en fysiologie. .............................................................................................................................. 60
4.1.1 Fysiologie van het zenuwstelsel. ......................................................................................................... 68
4.2 Neurologische aandoeningen. .................................................................................................................... 72
4.3 Pijn, pijnbestrijding en sedatie. .................................................................................................................. 79
4.4. Zintuiglijk. .................................................................................................................................................. 83
4.5 endocrien stelsel. ........................................................................................................................................ 84
D. Hoevers 1
, 1. Inleiding BIAZ.
De ABCDE-methodiek een systematische manier om een vitaal bedreigde patiënt te onderzoeken,
beoordelen en behandelen.
Levensbedreigende problemen worden direct herkend en behandeld op volgorde van urgentie:
Treat first what kills first.
De primaire survey is gericht op het herkennen en behandelen van direct levensbedreigende
problemen. Pas wanneer de vitale functies voldoende gestabiliseerd zijn, kan worden overgegaan
naar de secondary survey. Tijdens de primaire fase wordt de ABCDE-methodiek herhaald.
Bij verslechtering van de patiënt ga je terug naar de A en doorloop je opnieuw de ABCDE.
A – Airway
Luchtwegmanagement en bij traumapatiënten aandacht voor CWK-stabilisatie.
B – Breathing
Beoordelen en ondersteunen van oxygenatie en ventilatie.
C – Circulation
Waarborgen van een adequate hemodynamiek met aandacht voor circulerend volume, perfusie en
bloedingen.
D – Disability
Neurologische beoordeling gericht op bewustzijn en neurologische afwijkingen.
Never forget glucose.
E – Exposure
Top-tot-teen inspectie, lichaamstemperatuur bewaken en aandacht voor pijnstilling.
Stappen systematisch werken:
1. Kijken.
2. Luisteren
3. Voelen.
4. Monitoring.
5. Noodzakelijke interventies.
6. Aanvullend onderzoek. Aanvullend onderzoek gebeurt grotendeels in de secondary survey, tenzij
het nodig is om direct levensbedreigende problemen uit te sluiten.
Observaties zie zakkaartje, Wat interventies:
A B C D E
Houding patiënt (rugligging Patiënt in Aanbrengen AVPU-score Temp behandelen.
voorkeur). zittende/halfzittende houding. toegangsweg (IV, 2)
Manueel vrijmaken luchtweg. Zuurstof geven Toedienen Glucose meten Starten AB
infuusvloeistof
Uitzuigen. AF < 8 evt maskerballon bij Externe bloeding Pupillen op PEARLL Pijnstilling.
beademen. dichtdrukken.
Orofaryngeale tube Vernevelen (Astma, COPD) Labonderzoek Antidota bij intoxicaties. Wond beoordelen.
Jaw thrust (bij verdenking CWK. Intubatie (IC) X-thorax. Behandelen epileptisch
insult.
kin lift
Drainage pneumothorax ECG CT-Scan.
D. Hoevers 2
, De secondary survey start wanneer de patiënt voldoende stabiel is.
Hierbij worden overige letsels en aandoeningen in kaart gebracht en behandeld.
Centrale onderdelen:
- Uitgebreide anamnese
- Lichamelijk onderzoek (volgorde letterlijk van hoofd-nek-thorax-abdomen-bekken-
extremiteiten).
- Aanvullende diagnostiek
- Oorzaak zoeken
SBAR: Communicatiemodel wat helpt bij systematisch overdragen (zie zakkaartje).
S: Situation: situatie, probleem.
B: Background: achtergrond, voorgeschiedenis.
A: Assesment: beoordeling, inschatting.
R: Recommendation: aanbeveling.
EWS (Early Warning Score): hoe hoger de score hoe meer de patiënt vitaal bedreigd is, het blijkt dat
verschillende parameters binnen 6 uur voorafgaand aan de instabiliteit al zichtbaar kunnen zijn.
(Zie zakkaartje).
1.1 farmacologie.
Farmacodynamie beschrijft het effect van het geneesmiddel in het lichaam, de bijwerkingen en de
toxiciteit.
Farmacokinetiek beschrijft hoe het lichaam het geneesmiddel verwerkt volgens 4 processen
(ADME):
Absorptie = opname van medicijn in het lichaam vanaf de toedieningsplaats naar de bloedbaan, de
snelheid hangt af van de toedieningsweg, doorbloeding en vorm van net medicijn.
Distributie = De verdeling van het geneesmiddel vanuit het bloed naar organen en weefsels, een deel
bindt aan plasma-eiwitten (zoals albumine) en is tijdelijk niet actief. Alleen de vrije fractie is
werkzaam. Medicatie kan zich verspreiden naar het interstitium, liquor, vetweefsel of placenta.
Metabolisme = De omzetting/afbraak van het geneesmiddel naar metabolieten (tussen of
eindproduct), vooral in de lever via enzymen. Hierdoor wordt het middel vaak beter uitscheidbaar.
Metabolieten kunnen inactief, actief of toxisch zijn. Leverfunctie beïnvloedt dit sterk.
Excretie = Uitscheiding, gebeurt vooral via de nieren (urine) en via lever/gal/ontlasting. Ook kleine
hoeveelheden via longen, zweet, speeksel of traanvocht. Nierfunctie, leeftijd en leverfunctie bepalen
de snelheid.
Begrippen:
Biologische beschikbaarheid = Hoeveel werkzame stof uiteindelijk de algemene circulatie bereikt
t.o.v. IV-toediening (want dat is 100%).
First-pass effect = Bij orale toediening wordt deel al afgebroken in darmwand/lever voor het in de
circulatie komt.
Halfwaarde tijd (T1/2) = Tijd waarin plasmaconcentratie halveert.
D. Hoevers 3