Aanvullende Bewijslast.
Onderbouwing van de verpleegkundige competentieontwikkeling.
Naam student: Naomi den Reijer.
Studentnummer: 1053556.
Klas: IvG-25-OVK-436A.
Regiedocent: Sharon Visser.
Instellingsdocent: Marieke Ras.
Werkbegeleider(s): Romy Snijders & Maike van Vugt.
Praktijkopleider: Chantal Noordijk- Erkelens.
Toetscode: OVK4AASS01.
Stagejaar (en deel): 4.2.
Datum eindbeoordeling: 18/06/2026.
1
Naomi den Reijer, 1053556.
,Aanvullende bewijslast
Samenvatting bewijslast.
Bewijslast beslaat competenties C2, C4, C5, C6, C9, C11, C12, C13 & C16.
In de aanvullende bewijslast wordt mijn ontwikkeling als verpleegkundige inzichtelijk gemaakt met
behulp van verschillende competenties.
Binnen competentie 2 staat het 5A-model centraal. De lezer ziet hoe ik een patiënt begeleid in het
mobiliseren na een operatie. Raadpleeg hiervoor pagina’s 3 en 4.
Binnen competentie 4 ligt de focus op mijn communicatieve vaardigheden en het opbouwen van een
vertrouwensrelatie met de zorgvrager. De lezer krijgt inzicht in hoe ik bij een angstige patiënt met
Alzheimer door middel van een persoonsgerichte benadering zorg mogelijk maak. Raadpleeg hiervoor
pagina’s 5 en 6.
Binnen competentie 5 staat de gekregen feedback van een zorgvrager centraal. Raadpleeg hiervoor
pagina 7.
Competentie 6 richt zich op samenwerking binnen het multidisciplinaire team. Ik laat zien hoe ik tijdens
een artsenvisite, ondanks een meningsverschil, mijn klinische observaties onderbouw en bijdraag aan
passende zorg bij een patiënt met overvulling en een influenza-infectie. Raadpleeg hiervoor pagina’s 8 en
9.
Voor competentie 11 toon ik aan hoe ik heb gehandeld in een situatie met een agressieve patiënt en wat
deze situatie met mij heeft gedaan als persoon. Raadpleeg hiervoor pagina’s 10 en 11.
Binnen competentie 12 staat het coördineren van zorg centraal. De lezer krijgt inzicht in hoe ik
verantwoordelijkheid neem voor vijf patiënten, prioriteiten stel, samenwerk met collega’s en een
student begeleid tijdens een drukke dienst op de geriatrische trauma unit. Raadpleeg hiervoor pagina’s
12 tot en met 16.
Competentie 13 richt zich op patiëntveiligheid binnen isolatiemaatregelen. Ik laat zien hoe ik een
onjuiste isolatiekaart signaleer en direct corrigerend handel om besmettingsrisico’s te voorkomen en
protocollen te borgen. Raadpleeg hiervoor pagina 17.
Tot slot bevat competentie 9 en 16 een overkoepelende reflectie op mijn professionele ontwikkeling tot
wie ik ben als verpleegkundige. Raadpleeg hiervoor pagina’s 18 en 19.
2
Naomi den Reijer, 1053556.
, Aanvullende bewijslast
Van onzekerheid naar zelfstandigheid: begeleiding bij mobilisatie.
Beslaat competentie: 2.
Achterhalen
Dhr. Voogt (83 jaar) is opgenomen na een totale heupprothese aan de rechterzijde. In de
voorgeschiedenis is dhr. bekend met hypertensie, hypothyreoïdie en astma. Tijdens de avonddienst heb
ik dhr. begeleid bij het mobiliseren na de operatie.
Voorafgaand aan het contact heb ik de rapportages van de fysiotherapeut gelezen. Hierin stond
beschreven dat dhr. tijdens eerdere mobilisatieoefeningen emotioneel was geworden, uit angst de
fysiotherapie had geweigerd en niet uit bed wilde komen. Daarnaast werd beschreven dat dhr. tijdens
het lopen wankel op de benen was.
Ik ging met dhr. in gesprek over hoe hij de mobilisatie ervaarde en wat hij al wist over het herstel na een
heupoperatie. Tijdens het gesprek viel mij op dat dhr. gespannen oogde. Hij sprak voorzichtig over zijn
herstel en benoemde meerdere keren bang te zijn om te vallen. Dhr. gaf aan dat hij bang was dat zijn
nieuwe heup zou beschadigen wanneer hij verkeerd zou bewegen. Daarnaast vertelde hij dat hij zich
onzeker voelde over het lopen met een loophulpmiddel en zich zorgen maakte over zijn zelfstandigheid
thuis, omdat hij alleen woont.
Ik merkte dat de angst van dhr. ervoor zorgde dat hij mobilisatie liever vermeed. Tegelijkertijd gaf hij aan
graag weer zelfstandig te willen functioneren. Ik benoemde dat ik begreep dat mobiliseren na zo'n
operatie spannend kan zijn en gaf hem de ruimte om zijn zorgen uit te spreken. Door actief te luisteren
en erkenning te geven aan zijn gevoelens, merkte ik dat dhr. zich meer op zijn gemak voelde. Vervolgens
stelde ik voor om samen rustig te oefenen, waarbij hij zelf mocht aangeven wat haalbaar voelde. Dhr.
reageerde hier positief op.
Adviseren
Omdat dhr. weinig vertrouwen had in zijn mobiliteit, heb ik uitleg gegeven over het belang van
mobiliseren na een heupoperatie. Ik vertelde dat regelmatig bewegen helpt om het herstel te
bevorderen, spierkracht op te bouwen en complicaties zoals trombose, longproblemen, obstipatie en
conditieverlies te voorkomen.
Daarnaast heb ik uitgelegd dat het normaal is om onzekerheid te ervaren na een operatie en dat
bewegen onder begeleiding juist helpt om weer vertrouwen te krijgen in het eigen lichaam. Ik merkte
dat deze uitleg dhr. geruststelde.
Vervolgens heb ik samen met dhr. besproken hoe hij veilig kon mobiliseren. Ik gaf uitleg over het gebruik
van zijn loophulpmiddel, het veilig opstaan en het belang van een goede houding tijdens het lopen. Ook
bespraken we welke signalen erop kunnen wijzen dat hij rust moet nemen of ondersteuning moet
vragen.
Ik heb de informatie in kleine stappen aangeboden, omdat ik merkte dat dhr. snel overweldigd raakte
wanneer er veel informatie tegelijk werd gegeven. Regelmatig controleerde ik of hij de uitleg begreep
door hem in eigen woorden te laten herhalen wat belangrijk was.
Afspreken
Samen met dhr. maakte ik afspraken over het oefenen van de mobilisatie. Omdat ik merkte dat zijn angst
een belangrijke belemmerende factor was, hebben we de doelen klein en haalbaar gehouden. We
spraken af dat hij meerdere keren uit bed zou komen en korte afstanden zou lopen onder begeleiding.
Daarnaast spraken we af dat hij dagelijks de oefeningen van de fysiotherapeut zou uitvoeren.
Ik vond het belangrijk dat dhr. zelf invloed had op de gemaakte afspraken. Daarom vroeg ik steeds wat
voor hem haalbaar voelde.
3
Naomi den Reijer, 1053556.