Een kwalitatief casusonderzoek naar verpleegkundige ondersteuning bij rookgedrag op een
chirurgische afdeling
(Korsakov Kenniscentrum, 2021).
Naam student: Naomi den Reijer.
Studentnummer: 1053556.
Naam opleiding: Opleiding tot Verpleegkundige Hogeschool Rotterdam.
Code afstudeerproduct: OVK4ABPA02.
Afstudeervariant: Analyse Complexe Zorgsituatie (ACZ).
Naam eerste beoordelaar: J.M. Ras, kerndocent.
Naam tweede beoordelaar: Dr. W.H. Oldenmenger, Hogeschool docent.
Naam begeleider: J.M. Ras, kerndocent.
Datum van inleveren: 10/06/2026.
1
Naomi den Reijer, 1053556.
, Aantal woorden: 498 woorden.
Samenvatting.
Inleiding
Dhr. Haak (fictienaam) werd na een alcoholgerelateerde val opgenomen op een chirurgische afdeling
in Rotterdam-zuid en operatief behandeld aan een gecompliceerde onderbeenfractuur. In zijn
voorgeschiedenis zijn alcoholabusus, dementie en het syndroom van Korsakov bekend.
Er ontstonden spanningen rondom zijn rookgedrag. Dhr. Haak vroeg herhaaldelijk sigaretten, wat
leidde tot handelingsverlegenheid binnen het verpleegkundig team.
Bij het syndroom van Korsakov veroorzaken geheugenstoornissen, verminderd ziekte-inzicht en
beperkingen in sociale cognitie problemen in communicatie en therapietrouw (Van Dam et al., 2020;
Wijnen et al., 2025). Hierdoor is een gestructureerde en voorspelbare benadering bij cognitieve
beperkingen belangrijk is (Van Dorst et al., 2024).
Daarnaast kunnen ontwenningsklachten door rookgedrag, zoals prikkelbaarheid, onrust en
concentratieproblemen, de spanning op de afdeling verhogen en het verpleegkundig handelen
bemoeilijken (Torrecillas et al., 2014), waarbij motiverende gespreksvoering begeleiding van
rookgedrag ondersteunen en escalaties en terugval helpen voorkomen (Lee & Yu, 2025; Zhang et al.,
2025).
Doel-/vraagstelling
Het doel van dit onderzoek is inzicht verkrijgen in wat verpleegkundigen op een chirurgische afdeling
kunnen doen om dhr. Haak te ondersteunen bij zijn rookgedrag. De vraagstelling die hieruit
voortvloeit: wat kunnen verpleegkundigen op een chirurgische afdeling doen om dhr. Haak te
ondersteunen in het omgaan met zijn rookgedrag?
Methode
Gegevens zijn verzameld via semigestructureerde interviews met voorafgaand opgestelde
topiclijsten. Dhr. is meermaals tijdens zorgmomenten geïnterviewd (Odinot et al., 2013; Rensen et
al., 2017), waarbij onderwerpen herhaald zijn besproken om betrouwbaarheid te vergroten (Goyes &
Sandberg, 2024; Horsfall et al., 2021). Daarnaast zijn vier verpleegkundigen geïnterviewd voor meer
betrouwbaarheid. De gegevens zijn geanalyseerd met een stappenplan (Braun & Clarke, 2006).
Resultaten
Het rookgedrag van dhr. hangt samen met verveling, wat leidt tot piekeren en onrust. Dhr. ervaart
contact als helpend, terwijl verpleegkundigen aangeven dat humor en activiteiten effectief zijn.
Daarnaast ervaart dhr. variatie in het handelen van verpleegkundigen als verwarrend. Zo mag hij van
de ene verpleegkundige wel met beveiliging naar beneden om te roken en van de andere niet. Ook
verpleegkundigen benoemen variërend handelen als verwarrend en geven aan behoefte te hebben
aan een eenduidig beleid.
2
Naomi den Reijer, 1053556.