De Geo 3VWO H8 Ruimteschip aarde
Uittreksels Basisboek
B7 Wisselen van schaalniveau
► Vijf schaalniveaus:
- lokale schaal: plaatselijk
- regionale schaal: landsdeel, provincie of streek
- nationale schaal: landelijk
- continentale schaal: een werelddeel
- mondiale schaal: de wereld
● Veranderen van schaalniveau door inzoomen of uitzoomen.
B9 Vergelijkingen en relaties
► Aardrijkskunde: kenmerken van gebieden vergelijken.
● Ook relaties (verbanden) zoeken tussen gebieden of tussen verschijnselen.
■ Binnen één gebied: samenhang tussen verschijnselen = interne relaties.
■ Tussen gebieden = externe relaties.
B34 Planeet aarde
► De aarde is een planeet: hemellichaam dat draait rond een ster.
Ster (zon): gloeiende gasbol met een temperatuur van 6.000 °C.
● Behalve de aarde cirkelen nog zeven planeten rond de zon.
Planeten zijn voor warmtetoevoer en verlichting afhankelijk van de zon.
● Zonnestelsel: zon, acht planeten, manen, hemellichamen.
B35 Draaiing van de aarde
► De aarde draait dagelijks rond de aardas en draait in één jaar rond de zon.
Door de schuine stand (hoek van 23½°) vallen de stralen schuin op aardoppervlak.
■ Midzomernacht: rond 21 juni altijd licht op de Noordpool.
Poolnacht: rond 22 december altijd donker op de Noordpool.
● Loodrechte stand van de zon beweegt tussen de keerkringen (23½° N.B. en 23½°
Z.B). Ertussen liggen de tropen.
B93 Systeem aarde
► Systeem aarde bestaat uit vier sferen:
1 lithosfeer: de aardkorst
2 atmosfeer: de lucht om ons heen
3 hydrosfeer: al het water op aarde
4 biosfeer: het leven op aarde
B118 Waterkringloop
► Waterkringloop: voortdurende verplaatsing van water over de aarde.
● Korte kringloop met zon als motor: verdamping van zeewater (vloeibaar) tot
waterdamp (gasvormig) 🡪 afkoeling en vorming waterdruppels (condenseren) =
wolken 🡪 via regen komt water terug in zee.
● Lange kringloop: wolken naar het land door wind 🡪 neerslag boven land (regen, hagel
of sneeuw) 🡪 via omweg terug in zee. Omwegen:
■ Regenwater over het landoppervlak via rivieren naar zee.
De Geo, aardrijkskunde voor de onderbouw - Uittreksels 3 vwo BB – h8 antw © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort 2016
, ■ Evapotranspiratie:
- Verdamping (of: evaporatie) 🡪 water in de lucht.
- Planten en bomen: opname grondwater en transpiratie in de lucht.
■ Water zakt weg in de bodem 🡪 grondwater naar rivieren of zee.
■ Water is opgeslagen in ijskappen op de polen en in de bergen.
B119 Grondwater
► Grondwater bevindt zich in poriën.
Veel infiltratie in poreuze grond.
Aquifer: waterdragende laag in de ondergrond 🡪 Water zakt niet verder weg vanwege de
ondoorlatende laag die daaronder zit.
● Grondwaterspiegel of grondwaterpeil: bovenkant van het grondwater.
Het oppervlak = het maaiveld.
B120 Rivieren
► Rivier: natuurlijke waterloop die water afvoert. Twee soorten:
- regenrivieren: helemaal afhankelijk van regenwater
- gletsjerrivieren of gemengde rivieren: smeltwater van gletsjers + regen
● Een stroomstelsel bestaat uit een hoofdrivier, zijrivieren en beekjes.
Waterscheiding: grens tussen twee stroomgebieden.
● Debiet: hoeveelheid water die op een punt door de rivier stroomt.
Uitgedrukt in m3 per seconde.
● Waterstand vaak lager in de zomer.
Wadi’s: woestijnrivieren met een droogvalperiode.
Regiem: schommelingen in de waterafvoer.
B125 Koolstofkringloop
► Koolzuurgas (CO2) is een kleur- en reukloos gas.
Nodig voor de groei van planten, bomen en zeealgen.
Fotosynthese: het onder invloed van zonlicht omzetten van water en koolzuurgas in
suikers en zuurstof door planten en bomen.
● Koolstofkringloop: alle uitwisselingen van CO2 op aarde.
Planten en bomen: opname en transpiratie van CO2.
Mensen: verbranding van fossiele brandstoffen, ontbossing, houtverbranding 🡪
toevoeging van CO2 aan de lucht.
B126 Versterkt broeikaseffect
► CO2 is een van de broeikasgassen.
Broeikaseffect: het vasthouden van zonnewarmte door de dampkring.
● Zonder broeikaseffect zou de aarde onbewoonbaar zijn.
Sterke toename CO2 🡪 versterkt broeikaseffect.
■ Hoofdoorzaak: verbranding van fossiele brandstoffen.
B128 Klimaatverandering en zeestromen
► Zeestromen hebben veel invloed op het klimaat.
Voorbeeld: Golfstroom met relatief warm en zout water 🡪 een mild klimaat.
● Kust van IJsland: Golfstroom in aanraking met koud zeewater uit de poolstreken 🡪
koud en zout water is zwaar 🡪 onder in de oceaan stroomt het water terug.
De Geo, aardrijkskunde voor de onderbouw - Uittreksels 3 vwo BB – h8 antw © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort 2016
Uittreksels Basisboek
B7 Wisselen van schaalniveau
► Vijf schaalniveaus:
- lokale schaal: plaatselijk
- regionale schaal: landsdeel, provincie of streek
- nationale schaal: landelijk
- continentale schaal: een werelddeel
- mondiale schaal: de wereld
● Veranderen van schaalniveau door inzoomen of uitzoomen.
B9 Vergelijkingen en relaties
► Aardrijkskunde: kenmerken van gebieden vergelijken.
● Ook relaties (verbanden) zoeken tussen gebieden of tussen verschijnselen.
■ Binnen één gebied: samenhang tussen verschijnselen = interne relaties.
■ Tussen gebieden = externe relaties.
B34 Planeet aarde
► De aarde is een planeet: hemellichaam dat draait rond een ster.
Ster (zon): gloeiende gasbol met een temperatuur van 6.000 °C.
● Behalve de aarde cirkelen nog zeven planeten rond de zon.
Planeten zijn voor warmtetoevoer en verlichting afhankelijk van de zon.
● Zonnestelsel: zon, acht planeten, manen, hemellichamen.
B35 Draaiing van de aarde
► De aarde draait dagelijks rond de aardas en draait in één jaar rond de zon.
Door de schuine stand (hoek van 23½°) vallen de stralen schuin op aardoppervlak.
■ Midzomernacht: rond 21 juni altijd licht op de Noordpool.
Poolnacht: rond 22 december altijd donker op de Noordpool.
● Loodrechte stand van de zon beweegt tussen de keerkringen (23½° N.B. en 23½°
Z.B). Ertussen liggen de tropen.
B93 Systeem aarde
► Systeem aarde bestaat uit vier sferen:
1 lithosfeer: de aardkorst
2 atmosfeer: de lucht om ons heen
3 hydrosfeer: al het water op aarde
4 biosfeer: het leven op aarde
B118 Waterkringloop
► Waterkringloop: voortdurende verplaatsing van water over de aarde.
● Korte kringloop met zon als motor: verdamping van zeewater (vloeibaar) tot
waterdamp (gasvormig) 🡪 afkoeling en vorming waterdruppels (condenseren) =
wolken 🡪 via regen komt water terug in zee.
● Lange kringloop: wolken naar het land door wind 🡪 neerslag boven land (regen, hagel
of sneeuw) 🡪 via omweg terug in zee. Omwegen:
■ Regenwater over het landoppervlak via rivieren naar zee.
De Geo, aardrijkskunde voor de onderbouw - Uittreksels 3 vwo BB – h8 antw © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort 2016
, ■ Evapotranspiratie:
- Verdamping (of: evaporatie) 🡪 water in de lucht.
- Planten en bomen: opname grondwater en transpiratie in de lucht.
■ Water zakt weg in de bodem 🡪 grondwater naar rivieren of zee.
■ Water is opgeslagen in ijskappen op de polen en in de bergen.
B119 Grondwater
► Grondwater bevindt zich in poriën.
Veel infiltratie in poreuze grond.
Aquifer: waterdragende laag in de ondergrond 🡪 Water zakt niet verder weg vanwege de
ondoorlatende laag die daaronder zit.
● Grondwaterspiegel of grondwaterpeil: bovenkant van het grondwater.
Het oppervlak = het maaiveld.
B120 Rivieren
► Rivier: natuurlijke waterloop die water afvoert. Twee soorten:
- regenrivieren: helemaal afhankelijk van regenwater
- gletsjerrivieren of gemengde rivieren: smeltwater van gletsjers + regen
● Een stroomstelsel bestaat uit een hoofdrivier, zijrivieren en beekjes.
Waterscheiding: grens tussen twee stroomgebieden.
● Debiet: hoeveelheid water die op een punt door de rivier stroomt.
Uitgedrukt in m3 per seconde.
● Waterstand vaak lager in de zomer.
Wadi’s: woestijnrivieren met een droogvalperiode.
Regiem: schommelingen in de waterafvoer.
B125 Koolstofkringloop
► Koolzuurgas (CO2) is een kleur- en reukloos gas.
Nodig voor de groei van planten, bomen en zeealgen.
Fotosynthese: het onder invloed van zonlicht omzetten van water en koolzuurgas in
suikers en zuurstof door planten en bomen.
● Koolstofkringloop: alle uitwisselingen van CO2 op aarde.
Planten en bomen: opname en transpiratie van CO2.
Mensen: verbranding van fossiele brandstoffen, ontbossing, houtverbranding 🡪
toevoeging van CO2 aan de lucht.
B126 Versterkt broeikaseffect
► CO2 is een van de broeikasgassen.
Broeikaseffect: het vasthouden van zonnewarmte door de dampkring.
● Zonder broeikaseffect zou de aarde onbewoonbaar zijn.
Sterke toename CO2 🡪 versterkt broeikaseffect.
■ Hoofdoorzaak: verbranding van fossiele brandstoffen.
B128 Klimaatverandering en zeestromen
► Zeestromen hebben veel invloed op het klimaat.
Voorbeeld: Golfstroom met relatief warm en zout water 🡪 een mild klimaat.
● Kust van IJsland: Golfstroom in aanraking met koud zeewater uit de poolstreken 🡪
koud en zout water is zwaar 🡪 onder in de oceaan stroomt het water terug.
De Geo, aardrijkskunde voor de onderbouw - Uittreksels 3 vwo BB – h8 antw © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort 2016