Nominale schaal: kleur, merk, godsdienst (kenmerk)
Ordinale schaal: classificatie Michelin-sterren (Logische volgorde)
Intervalschaal: temperatuur of tijd aflezen (eenduidige betekenis)
Ratioschaal: gewicht, wachttijd, inkomen of afstand (natuurlijk nulpunt)
Begrippen H1 Uitleg
Waarnemingen Frequentie
Absolute frequentie som frequenties gelijk aan aantal waarnemingen
Relatieve frequentie frequentie per klasse delen door totaal aantal
waarnemingen
Cumulatieve frequentie waargenomen aantallen beneden de bovengrens
Relatieve cumulatieve frequentie cumulatieve frequenties delen door totaal aantal
waarnemingen
Begrippen H2 Uitleg
Rekenkundig gemiddelde (̅) Gemeten uitkomsten optellen door het totale aantal
Mediaan De middelste waarneming van een groep gegevens
Modus Uitkomst met de hoogste frequentie
Gewogen rekenkundig gemiddelde Twee toetsen, 1e telt 1 keer mee 2e telt 2 keer mee.
Uitkomsten zijn 5 en 7; 1x5 + 2x7
Kwartielen Getalwaarden waarmee de frequentieverdeling wordt
verdeeld in gedeelten van 25%
Spreidingsbreedte Het verschil tussen de hoogste en de laagste
waarnemingsuitkomst (hoog – laag)
Gemiddelde absolute afwijking (GAA) Berekenen van rekenkundig gemiddelde, daarna voor
iedere uitkomst het verschil berekenen
Halve kwartielafstand HK = Q3 – Q
Interkwartiel range (IQR) IQR = Q3 – Q1
Variantie De gemiddelde kwadratische afwijking van alle
waarnemingen ten opzichte van het rekenkundig
gemiddelde
Standaarddeviatie Wortel uit de variantie
̅ = rekenkundig gemiddelde
Steekproef = variantie
n = aantal waarnemingen
p = percentage
= Rekenkundig gemiddelde
Populatie = variantie
N = aantal waarnemingen
= Percentage
Variatiecoëfficiënt
̅ (Variantie / rekenkundig gemiddelde)
Ordinale schaal: classificatie Michelin-sterren (Logische volgorde)
Intervalschaal: temperatuur of tijd aflezen (eenduidige betekenis)
Ratioschaal: gewicht, wachttijd, inkomen of afstand (natuurlijk nulpunt)
Begrippen H1 Uitleg
Waarnemingen Frequentie
Absolute frequentie som frequenties gelijk aan aantal waarnemingen
Relatieve frequentie frequentie per klasse delen door totaal aantal
waarnemingen
Cumulatieve frequentie waargenomen aantallen beneden de bovengrens
Relatieve cumulatieve frequentie cumulatieve frequenties delen door totaal aantal
waarnemingen
Begrippen H2 Uitleg
Rekenkundig gemiddelde (̅) Gemeten uitkomsten optellen door het totale aantal
Mediaan De middelste waarneming van een groep gegevens
Modus Uitkomst met de hoogste frequentie
Gewogen rekenkundig gemiddelde Twee toetsen, 1e telt 1 keer mee 2e telt 2 keer mee.
Uitkomsten zijn 5 en 7; 1x5 + 2x7
Kwartielen Getalwaarden waarmee de frequentieverdeling wordt
verdeeld in gedeelten van 25%
Spreidingsbreedte Het verschil tussen de hoogste en de laagste
waarnemingsuitkomst (hoog – laag)
Gemiddelde absolute afwijking (GAA) Berekenen van rekenkundig gemiddelde, daarna voor
iedere uitkomst het verschil berekenen
Halve kwartielafstand HK = Q3 – Q
Interkwartiel range (IQR) IQR = Q3 – Q1
Variantie De gemiddelde kwadratische afwijking van alle
waarnemingen ten opzichte van het rekenkundig
gemiddelde
Standaarddeviatie Wortel uit de variantie
̅ = rekenkundig gemiddelde
Steekproef = variantie
n = aantal waarnemingen
p = percentage
= Rekenkundig gemiddelde
Populatie = variantie
N = aantal waarnemingen
= Percentage
Variatiecoëfficiënt
̅ (Variantie / rekenkundig gemiddelde)