Week 16: HC De algemene veroudering
Introductie veroudering
Ouderdom komt met gebreken..
Gerontologie (bestudeert het ouder worden) (geron=oudere)
o Biologische gerontologie
o Biomedische gerontologie
o Sociale gerontologie
o Psychogerontologie
Geriatrie (medisch specialisme) (iatros = arts)
o (psycho-) geriatrische patiënt
Wie zijn ouderen?
Senioren (58-82 jaar)
Bejaarden (83 jaar en ouder)
Introductie veroudering
Verouderingsproces:
Lichamelijke veranderingen
Psychische veranderingen
Sociale veranderingen
3 fysiologische levensfasen:
Conceptie – 20 jaar: groei en ontwikkeling
20-29 jaar: geen verandering
> 30 jaar: afname kwaliteit van het organisme
Gezondheidsproblemen en veroudering:
Geven klachten minder goed aan, minder diagnostiek
Herstel vaak trager
Verhoogde kans op complicaties
Normale verschijnselen van veroudering en herkennen van symptomen
Kwaliteit van leven staat voorop
Projecten/ontwikkelingen in de ouderenzorg:
Skewiel Trynwalden
Ouderen- ouderenzorg
Zorg en welzijn
Nationaal programma ouderenzorg
Introductie: ‘klinische geriatrie’
Op de voorgrond:
Bij geriatrie: lichamelijke problematiek
Bij psychogeriatrie: psychische problematiek
Geriatrie:
Nederlandse vereniging voor klinische geriatrie (KVKG)
Centrum voor ouderengeneeskunde (UCO)/geriatrie
Healthy Ageing:
UMCG
Hanze
Centre of expertise
Vijftig tinten OUD
,Epidemiologie levensverwachting Nederlandse vrouw
Dubbele vergrijzing:
Meer ouderen
Ouderen worden ouder
Regel voor levensverwachting
60 jaar: 18 jaar
70 jaar: 12 jaar
80 jaar: 6 jaar
Kenmerken v/d oudere patiënt
Leeftijd (biologische leeftijd/echte leeftijd)
Complexe patiënt
Kwetsbaarheid
o Fysiologische reserves dalen + compensaties dalen
Multimorbiditeit (> bijkomende ziekten)
Geriatrische syndromen
Polyfarmacie (meerdere medicijnen)
Apart aandacht: bewegen en vallen
Apart aandacht: zintuigen + communicatie
Apart aandacht: Advanced care planning, kwaliteit van leven
Apart aandacht: functioneren
Hoge zorgbehoefte
Fraility = kwetsbaarheid
‘Een toestand van leeftijd-gerelateerde fysiologische kwetsbaarheid die voortkomt uit verstoorde
homeostatische reserves en een verminderd vermogen om weerstand te bieden aan belasting’.
Fried et al. 2001: Criteria voor kwetsbaarheid:
1. Gewichtsverlies
2. Uitputting
3. Lichamelijke inactiviteit
4. Loopsnelheid
5. Handknijpkracht
Gevolgen Fraility/kwetsbaarheid:
Vallen, lichamelijke achteruitgang, opnames, afname kwaliteit leven, sterfte.
De Groningen Fraility Indicator (GFI)
Selectie-instument om ouderen te selecteren voor interventies
, Meet met 15 items, 4 domeinen van functioneren:
o Lichamelijk
o Cognitief
o Sociaal
o Psychologisch
Score van 4 of hoger = frail
Multimorbiditeit
> 2 bijkomende ziekten
Geriatrische syndromen
Dementie
Depressie
Delier
Duizeligheid
Incontinentie
Decubitus
Mobiliteit
Vallen
Enzovoort
Dementie
Neurodegeneratieve ziekte (psycho-organische stoornis)
Kenmerken: cognitieve achteruitgang bij een helder bewustzijn (i.t.t. delier: verminderd
bewustzijn)
Problemen met o.a. het geheugen, oriëntatie en plannen
Dementie is een verzamelbegrip
Belangrijkste vormen:
Ziekte van Alzheimer (60-70%)
Vasculaire dementie (15%)
Combinaties van beide
Ziekte van Pick/ Frontotemporale dementie
Lewy body dementie
De ziekte van Parkinson
Het Korsakov-syndroom
Ziekte van Creutzfeldt-Jakob
Wat zie je in de Psychogeriatrie
Denk hierbij aan de volgende mensen:
Depressie
Delier
Angststoornissen
Persoonlijkheidsstoornissen, persoonlijkheidsveranderingen
Dementie en andere cognitieve stoornissen
Veranderd gedrag
Vallen en valpreventie
CBO: Richtlijn Valincidenten
Polyfarmacie
> 2 medicijnen gebruiken (theorie)
> 5 medicijnen gebruiken (praktijk)
, Veroudering theorieën
Biologische theorieën
Ontwikkelingstheorieën
o Geprogrammeerde levensduur
Degeneratieve theorieën
o Degeneratietheorieën
o Vrijedicalentheorieën
o Slijtagetheorie
o Instabiliteit erfelijk materiaal
o Exogeen
Psychische (emotionele) theorieën
Sociale theorieën
Slijtagetheorie
Essentiele weefsels raken defect
Essentiële orgaanonderdelen raken defect
De functies van de organen gaat achteruit
De vrije zuurstofradicalentheorie
Ontstaan als bijproduct v/d energievoorziening van alle lichaamscellen (in de mitochondriën).
Kunnen DNA, eiwitten en vetten beschadigen.
Het DNA kan worden gerepareerd, de schade aan eiwitten en vetten is cumulatief en zorgt voor
functieachteruitgang van (alle) weefsels.
Instabiliteit v/h erfelijk materiaal
DNA kan beschadigd raken door chemische en fysische processen.
Zo’n beschadiging heet een mutatie en is meestal nadelig
Hoe langer je leeft, hoe meer mutaties je oploopt
Mutaties in delende cellen (stamcellen) geven hun mutaties door aan de dochtercellen.
Een lichaamscel die niet meer deelt, sterft na een mutatie doorgaans vanzelf (apoptose).
Exogeen
‘veroudering door straling’
Meest bekend: ultraviolette straling door zonnen.
Gevolgen van (veel) zonnebaden
Colleagene vezels (stevigheid) en elastische vezels (veerkracht) worden verzwakt.
Proteoglycanen (houden water vast) nemen ook versneld af.
Kans huidkanker neemt toe door mutaties in delende epitheelcellen.
Uv-straling gaat niet dieper dan de huid… Röntgen- en gammastraling wel, ook interne
organen lopen gevaar.