Toetsstof: Jong & Oud Hoofdstuk 1-9, Vervoer Hoofdstuk 2 (Rekonomie Hoofdstuk 3)
Jong & Oud
Hoofdstuk 1: School of baantje
Gevangenendilemma
Persoon 2
ruimt op ruimt niet op
persoon 1 ruimt op 30 (1) ; 30 (2) 70 (1) ; 10 (2)
ruimt niet op 10 (1) ; 70 (2) 60 (1) ; 60 (2)
Bij het gevangenendilemma heb je altijd 2 keuzes. Het linker getal is van persoon 1, en het rechter
getal is van persoon 2. De dominante strategie van een persoon is het getal dat het laagste is.
Hoofdstuk 2: De jeugd
Sparen Lenen
Ontvangst Tijd Besteding Besteding Tijd Ontvangst
van van van van
inkomen inkomen inkomen inkomen
Wie spaart, stelt consumptie uit. Het moment van consumeren wordt verplaatst naar de toekomst.
Rekenwerk kunnen
Hoofdstuk 3: Werken en belasting betalen (Geen belasting opdrachten, wel theorie)
Over je inkomen betaal je loonheffingen. Dit bestaat uit loonbelasting en premie
volksverzekeringen. De loonheffing is een voorschot op de inkomensheffing die je achteraf per
jaar wordt vastgelegd over het totale inkomen dat je in een jaar hebt verdiend.
Op het totale heffingsbedrag worden heffingskortingen in mindering gebracht. Iedereen heeft recht
op de algemene heffingskorting en daarnaast zijn er nog aanvullende kortingen, zoals
arbeidskorting.
Bij een progressief belastingstelsel stijgt het gemiddelde tarief als het inkomen stijgt.
Bij een proportioneel belastingstelsel betaalt iedereen hetzelfde percentage aan belasting.
Bij een degressief belastingstelsel wordt er een vast bedrag aan belasting betaald. Hierbij
worden de inkomensverschillen relatief groter. Er is dan sprake van denivellering van inkomens.
Hoofdstuk 4: Inkomensongelijkheid
Denivelleren: inkomensverschillen worden groter
Nivelleren: inkomensverschillen worden kleiner
Maken van een tabel bruto-inkomens:
Personen in % van het totaal: totaal / geheel aantal
Bruto-inkomen per groep: wat je weet - totaal
Bruto-inkomen per groep in % van het totaal: deel / geheel X 100%
Cumulatief % personen: bijv. bij 5 groepen: 20%, 40%, 60%, 80%, 100%
, Cumulatief % van het totale inkomen: bruto-inkomen per groep in % van het totaal bij
elkaar optellen van de getallen ervoor
Lorenzcurve: Y-as: Inkomen (% cumulatief)
X-as: Personen (% cumulatief)
Als het inkomen niet bij KANO zit, is het geen primair inkomen, maar secundair inkomen.
Bijvoorbeeld uitkeringen zorgen voor gelijker inkomen en dichterbij de 45°-lijn.
Cumulatief = 100% van de mensen verdient 100% van het gehele inkomen.
Finland, Noorwegen, Zweden zijn gelijker verdeeld dan Nederland.
Sovjet-Unie, Cuba, Noord-Korea zijn theoretisch gelijker verdeeld dan Nederland, in
werkelijkheid niet.
Rusland, Canada, Australië zijn ongelijker verdeeld dan Nederland.
Oplossingen om inkomens gelijker te maken:
1) Degressief belastingstelsel
2) Schijven langer maken, bijv. 1e twee schijven korter, 3e-5e schijven langer
3) Arbeids- en heffingskortingen omlaag
Eerlijk / oneerlijk nooit zeggen, wel gelijkwaardig verdeeld of niet
Hoofdstuk 5: Waarde toevoegen (alleen bij herkansing)
Toegevoegde waarde berekenen (allebei kunnen)
1) KANO
K (kapitaal) - Huur, Rente, Winst
A (arbeid) - Loon
N (natuur) - Pacht
O (ondernemingsschap) - Winst
Onder elkaar zetten en optellen en aftrekken = netto toegevoegde waarde
2) Inkoopwaarde, Diensten Derde
Inkoopwaarde
Diensten Derde _ (Energiekosten, gas, water, uitzendkrachten)
Bruto Toegevoegde Waarde
Afschrijvingen _ (Waardevermindering)
Netto Toegevoegde Waarde
Omzet
Omzet = p (prijs) * q (aantal)
Omzet = inkoopwaarde grondstoffen + de productiewaarde (toegevoegde waarde)
Inkomen = productiewaarde (loon + pacht/huur + rente + winst)
Hoofdstuk 6: Verzekeren
Verzekeren
Particuliere verzekeringen zijn af te sluiten bij bedrijven, zijn vrijwillig en verzekerden mogen
zelf een verzekeringsmaatschappij kiezen. Met uitzondering van de WA-verzekering
(autoverzekering), deze is verplicht voor automobilisten en de basis ziektekosten.
Bedrijven concurreren met elkaar op de verzekeringsmarkt (marktwerking).