Wetenschap: systematische activiteiten leiden tot formuleren van verklarende theorieën aangaande
de empirie
- Als activiteit (‘het doen van onderzoek’)
- Als resultaat (theorie/kennis)
Wetenschap is wetenschappelijk als het voldoet aan 3 eisen (KES):
1) Het streeft naar kennis – wordt samengebracht tot een theorie*
2) Is empirisch – gebaseerd op waarnemingen
3) Wordt gekenmerkt door systematische benadering – herhaalbaar er controleerbaar
Formele eisen aan wetenschap:
o Maximaal informatief -> domein/specificiteit
o Explicitering ->bronnen en onderzoekstappen
o Toetsbaar -> verificatie/falsificatie
Hands-on methode (Homburg): What do you mean & How do you know?
Wetenschap streeft naar willen weten waarom in de vorm van verklarende uitspraken die gebaseerd
zijn op waarnemingen van de waarheid.
Theorie: samenhangend geheel van uitspraken over de werkelijkheid waarmee empirische
regelmatigheden beschreven, verklaard en voorspeld kunnen worden.
Deductief-nomologisch model: hypothesen (specifieke uitspraken) worden afgeleid uit algemene
uitspraken
- Uitspraken moeten zeer precies worden geformuleerd (F)
- Uitspraken kunnen worden geordend van algemeen naar specifiek (O)
- Uitspraken moeten logisch samenhangen (L)
- Specifieke uitspraken moeten kunnen worden getoetst (T)
Popper is grondlegger van het kritisch rationalisme. Wetenschap moet, volgens hem, streven naar
falsificatie van uitspraken (weerleggen van theorie). Naarmate je iets vaker niet hebt kunnen
weerleggen, is de kans dat het waar is ook groter.
Empirische cyclus (OIDTE!)
Observeren
Inductie: hypothese opstellen
Deductie: algemene theorie om hypothese af te leiden voor andere situaties
Toetsen: kijken of theorie klopt
Evalueren: verwerpen of aanvaarden theorie
Kwaliteit van onderzoek wordt gewaarborgd door het double blind review systeem (onbekende
wetenschappers kijken elkaars werk na). Indicatie voor de kwaliteit van een artikel kan afgeleid
worden van het aantal malen dat het artikel geciteerd wordt. Indicatie kwaliteit van een tijdschrift
word afgeleid uit aantal citaten uit het tijdschrift in een bepaalde periode.
Valorisatie: onderzoek dient zowel wetenschappelijk belang, maar ook maatschappelijk belang
Balans tussen ‘rigor’ en ‘relevance’!
, College 2
Fundamenteel onderzoek is om verklaring te geven aan dingen die we nog niet weten en
ontwerpgericht onderzoek is voor het oplossen van problemen.
Fundamenteel onderzoek (Empirische cyclus)
Binnen fundamenteel onderzoek zijn verschillende benaderingen/paradigma’s te onderscheiden:
1) Empirisch-analytisch: Empirie is gegeven en te bestuderen door onderzoeker op afstand.
Hypothesen worden geconfronteerd met empirische date en er word gestreefd naar
patronen, zo algemeen mogelijke wetten en nieuwe theorie (nomothetische kennis).
Reduceert details als achterliggende processen en motivaties betrokkenen. Richt zich op
ware kennis (toetsing algemene abstracte hypothesen). Is laatste 3 stukken uit model!
2) Interpretatieve: Nadruk op percepties, motivaties, reacties van actoren. Vanuit duiding en
interpretatie (dus niet zozeer zintuigelijke waarneming) uiteindelijk opbouw van verklaring.
Streeft naar betekenisvolle en inhoudelijke verklaring. Gericht op genereren van nieuwe
specifieke kennis. Minder nadruk op algemene wetmatigheden, minder explicitering waarom
dit model is geconstrueerd. Is eerste 3 stukken in model!
3) Kritisch emancipatoir: Samenwerken met specifieke (kwetsbare) groep -> peer research.
Ware kennis wordt niet bepaald door onderzoeker maar volgt uit dialoog tussen
stakeholders. Dit type onderzoek is meer een leerproces. Onderzochten zijn niet een
passieve databron maar een actieve expert. Gericht op genereren van gedeelde inzichten.
Enerzijds zijn de paradigma’s tegenstellend, anderzijds is er een taakverdeling op te merken.
Interpretatief + participatief: inductief, kwalitatief en hypothese genererend onderzoek
Empirisch analytisch: deductief, kwantitatief en hypothese toetsend onderzoek.
Ontwerpgericht onderzoek (Regulatieve cyclus)
Probleemdefinitie
Diagnose
Plan
Interventie
Evaluatie
PDP-IE! -> wordt niet veel gebruikt in bestuurskunde/sociale wetenschappen
, College 3
Er zijn zoveel benaderingen dat het noodzakelijk is te expliciteren en keuzes en ambities te
verantwoorden.
Doelstelling + Vraagstelling = Probleemstelling
In de probleemstelling moet duidelijk worden welke concrete onderzoeksactiviteiten gaan
plaatsvinden (sturing) zodat vooraf ingeschat kan worden of het onderzoek daadwerkelijk oplevert
wat het beoogd (evaluatie).
Doelstelling: A-door-B. Waarbij A het doel van het onderzoek is (externe doel!) en B het doel in het
onderzoek (interne doel!). Voorbeeld: Doel van het onderzoek is… door…..
Dus A component geeft het doel van je onderzoek aan, B component geeft aan hoe de ambities
gerealiseerd worden.
Let op bij het formuleren van doelstelling!
- Afbakenen
- Duiding geven van kennisproduct
- Hoe komt antwoord tot stand? (sturing)
Vraagstelling: Kennis die nodig is om doelstelling te realiseren (verlengde van doelstelling). Aard
vraagstelling moet aansluiten bij aard doelstelling voor efficientie!
Deductieve opzet is empirisch analytisch!
Inductieve opzet is interpretatief!