10.1 Inleiding
Vervolging veroordeling benodigd een dagvaarding
Dagvaarding start een onderzoek ter terechtzitting, naar aanleiding waarvan de rechter een vonnis
moet uitspreken. = erg geformaliseerd
Eerste aanleg speelt het OtT zich af in een zittingszaal van de rechtbank.
Opstelling: helemaal rechts de griffier, dan 3 rechters met de voorzitter in het midden, links de
oudste rechter en rechts de jongste rechter (niet op leeftijd maar op anciënniteit!) Links van de
rechters zit de OvJ. In de zaal zijn vaak een aantal ‘ parketwachten’ aanwezig (ter veiligheid).
10.2 Openbaarheid
In rechtszalen is altijd ruimte beschikbaar voor publiek! (verplichte openbaarheid, o.a. Art. 121 Gw)
Voor iedere meerderjarige toegankelijk – met uitzonderingen, namelijk:
Op voet van art. 269 Sv kan de rechter de deuren laten sluiten, om zwaarwegende redenen.
Einduitspraak geschiedt wel altijd in het openbaar! (art. 362 Sv)
Publieke toegang tot het strafproces: externe openbaarheid
Alle procesdeelnemers moeten volledige beschikking hebben tot alle info uit het dossier: interne
openbaarheid (moet volledig zijn!)
10.3 Karakter van het onderzoek ter terechtzitting
Verdachte heeft tijdens het OtT voor een groot deel de positie van een procespartij en niet zozeer
meet het voorwerp van onderzoek.
Deze gelijkheid tussen OvJ en verdachte heet equality of arms
Voorbereidend onderzoek is overwegend inquisitoir (onderzoekend) te noemen;
Tijdens het OtT is de verhouding overwegend accusatoir (beschuldigend).
- Beter is om te zeggen dat dit verschuift naarmate het proces vordert: niet zwart-wit.
OtT: rechter gaat actief op zoek naar de materiele waarheid. Belangrijkste middel is de getuige zelf.
Men spreekt wel van verificatiekarakter van het OtT (daardoor vaak sobere en snelle behandeling).
Vaak zijn getuigen niet op de zitting aanwezig maar worden voorafgaand afgelegde verklaringen
gebruikt ter zitting. Dit geldt ook voor de meeste deskundigenverklaringen.
Beginsel dat aangeeft dat de zittingsrechter in principe de meest authentieke bron raadpleegt heet
het onmiddellijkheidsbeginsel.
Gebrek aan dit beginsel bestaat pas wanneer een verdachte niet de mogelijkheid heeft om getuigen
of deskundigen ten overstaan van de zittingsrechter te (laten) ondervragen (bv. bij anonieme
getuigen).
De regie op een Nederlandse strafzitting is in handen van de rechter!
Niet voorkomend in ons land is lekenrechtspraak (dmv een jury). In Nederland alleen professionele
rechters.
10.4 Wat er aan de zitting vooraf gaat
> De dagvaarding
= schriftelijke mededeling aan de verdachte dat hij terecht moet staan voor de strafrechter.
4 functies:
1) Aanduiden van de persoon van de verdachte;
2) Oproepen van de verdachte om te verschijnen voor de rechter op de aangegeven plaats en
op het aangegeven tijdstip;
3) Beschuldigen van de verdachte;
, 4) Informeren van de verdachte omtrent een aantal strafprocessuele rechten die hem
toekomen.
Het hart van de dagvaarding is de tenlastelegging.
> De tenlastelegging
OvJ moet beslissen waarvoor hij de verdachte wil vervolgen. anticipeert hierbij op de mogelijke
veroordeling van de rechter.
* Primair-subsidiaire tenlastelegging (vb zie pagina 249)
Bijvoorbeeld moord primair, subsidiair doodslag, meer subsidiair zware mishandeling de dood ten
gevolge hebbende. Er kunnen dus meerdere dingen ten laste gelegd worden, ook bij de primair-
subsidiaire. veel ruimte voor de rechter om te kiezen aangezien die niets mag toevoegen aan de
tenlastelegging (zie art. 350 Sv)
* Cumulatieve of meervoudige tenlastelegging. meerdere feiten zijn tot uitdrukking gekomen
Bijvoorbeeld terecht staan voor diefstal, bedreiging en cocaïne bezit in 1 terechtzitting.
* Alternatieve tenlastelegging. Rechter heeft vrije keuze om één van de twee feiten bewezen te
verklaren zonder het andere tenlastegelegde in onderzoek te nemen.
Combinaties van verschillende tenlastelegging-technieken zijn mogelijk.
> De verdediging
Als er tijdens het voorarrest oid nog geen advocaat bij de verdachte was, zal de verdachte er een
moeten zoeken na het ontvangen van de dagvaarding. Dit is niet verplicht.
Let op: advocaat = raadsman. Voor een raadsman is het cliënt, voor de OvJ is het verdachte.
> De rechters
Voor de zitting hebben de rechters zich niet met de zaak bemoeit. (alleen de R-C, die niet mag
deelnemen aan het OtT.)
Voor de zitting bestuderen de rechters het dossier. Er wordt nauwelijks overlegd, dat gebeurd pas nà
de zitting om een onafhankelijk antwoord te waarborgen.
10.5 Het onderzoek ter terechtzitting
> Opening van de zitting
Begint met het uitroepen van de zaak tegen de verdachte. (art. 270 Sv)
Het intrekken van de dagvaarding door de OvJ is nu niet meer mogelijk. (art. 266 Sv)
> Identiteit, oplettendheid, cautie
De voorzitter vraagt naar de identiteit van de verdachte en de feitelijke verblijfplaats. Hij wijst de
verdachte erop oplettend te zijn en geeft cautie.
> Voordracht van de zaak
OvJ draagt de zaak voor (art. 284 Sv). Meestal voorlezen van de tenlastelegging. (dit doet hij staand
``staande magistratuur”)
> Ondervraging door de rechter
Art. 286 Sv
begin werkelijke inhoudelijke behandeling
Actieve rechter: stelt zelf vragen aan de verdachte
- meestal eerst feiten, dan de persoonlijke omstandigheden.
Na de voorzitter kunnen de bijzitters, de OvJ en de raadsman vragen stellen aan de verdachte.
, > Requisitoir
De OvJ geeft zijn visie op de zaak en zijn strafeis (in de wet: ‘vordering’).
redenen waarom hij vind dat het tenlastegelegde bewezen kan worden en wat hij in het
algemeen van de zaak vind en legt zijn strafeis uit.
OvJ kan van mening veranderen tijdens de zaak. Kan soms tot zijn eigen niet-ontvankelijkheid of
vrijspraak requiseren.
> Pleidooi
Verdediging komt aan bod: art. 311 lid 2 Sv
Raadsman zal beginnen met evt. verweer tov formele vragen, daarna materiele vragen.
Vervolgens standpunt over de bewijsvraag
Pleidooi kan een primair-subsidiair opbouw hebben
> Repliek
OvJ krijgt de gelegenheid te reageren op de verdediging. (art. 311 lid 3 Sv)
Niet verplicht!
> Dupliek
Raadsman kan ingaan op de repliek.
> Laatste woord
In art. 311 lid 4 Sv staat dat de verdachte het recht krijgt om als laatste te spreken.
Geen verplichting!
> Sluiting
Voorzitter sluit het OtT en deelt datum mee aan de verdachte wanneer er een uitspraak komt.
Uiterste termijn is 14 dagen.
10.6 Bijzonderheden
Hierboven betreft de gang van zaken als er niets bijzonders is.
> Preliminaire verweren
Raadsman kan direct na de ondervraging naar de identiteit ( en oplettendheid en cautie dus) een
preliminair verweer voeren. Hierin pleit hij over de formele vragen, de drie voorvragen. Het zou
tijdverspilling zijn om een hele zitting te doen waarna blijkt dat de OvJ niet ontvankelijk is. Na dit
verweer moeten de rechters naar de raadkamer om te kijken of dit verweer wordt geaccepteerd.
Naast verwerpen of accepteren kan de rechtbank ook besluiten pas bij de einduitspraak een
beslissing te nemen.
Ook de rechtbank kan zonder inhoudelijk onderzoek in de zaak komen tot bijvoorbeeld niet-
ontvankelijkheid van de OvJ.
> Onderbreking van de zitting
Zitting kan onderbroken worden. Bijvoorbeeld vanwege de duur of het nemen van rust (zie art. 277
Sv). Onderbreking is anders dan de schorsing uit art. 281 Sv!! Schorsing vind plaats om bijvoorbeeld
een getuige alsnog op te roepen. Procesdeelnemers spreken van ‘aanhouding’ van de zitting.
> Getuigen ter terechtzitting
Als het wenselijk wordt geacht dat een getuige ter zitting verschijnt kan de OvJ deze oproepen (art.
260 lid 1 Sv). Ook de verdediging kan dit doen.
Regels t.o.v. termijn > art. 263 lid 2 Sv
OvJ kan deze weigeren, als het onaannemelijk lijkt dat de getuige zal verschijnen.
Of als er bezwaar is vanwege de gezondheid of het welzijn van de getuige.
Of als de OvJ vind dat door te weigeren de verdachte niet in verdediging wordt geschaad.