Begrippenlijst Economie
Nationaal inkomen/ Totaal inkomen/product Nederland in 1
Nationaal product jaar. Inclusief Nederlandse productie in
het buitenland. Exclusief productie van
buitenlanders in Nederland.
Investeringen Bestedingen aan kapitaalgoederen.
Kapitalisme Economisch systeem gebaseerd op het
prive-eigendom en grond en op het
behalen van winst.
Binnenlandsproduct Waarde van een in jaar geproduceerde
goederen en diensten. Inclusief
buitenlanders werkend in Nederland.
Exclusief Nederlanders werken in het
buitenland.
Vermogen Geld belegd in kapitaalgoederen
Breedte-investeringen Investeringen waarbij de
kapitaalsintensiteit van het proces
hetzelfde blijft.
Diepte-investeringen Investeringen waarbij de
kapitaalsintensiteit toeneemt.
Kapitaalintensiteit Hoeveelheid kapitaal per werknemer.
Kapitaalintensief wanneer veel kapitaal en
weinig arbeid.
Concentratie Groei van de grotere ondernemingen ten
kost van de kleinere.
Concentatiegraad Gezamenlijk marktaandeel in procenten
van de grotere ondernemingen.
Kartel (Prijs)afspraak tussen ondernemingen om
concurrentie te beperken. Strafbaar.
, Diversificatie Iets er totaal anders bij doen. Uitbreiding
van activiteiten.
Integratie Spar verkoopt niet alleen brood maar gaat
het ook zelf bakken. Neemt 1 taak over van
tussenpersoon.
Productdifferentiatie Naast gewoon brood nu ook desembrood
verkopen. Breidt uit binnen eigen
productiekolom.
Internationalisatie Laat het brood in het buitenland bakken
om meer winst over te houden.
Productdifferentiatie Product eigen maken door naam, vorm of
etiket. (Wasmiddel)
Eigen vermogen Vermogen dat door de aandeelhouders is
ingebracht. (aandeel eigenaar maar ook
leningen van hem).
Vreemd vermogen Vermogen dat de onderneming van derden
heeft geleend. Vermogen zonder het eigen
vermogen van de eigenaar.
Betalingsbalans Overzicht van de totale internationale
betalingen en ontvangsten van een land.
Directe investeringen Wanneer ondernemingen buitenlandse
ondernemingen overnemen of
buitenlandse dochterondernemingen
financieren.
Unie’s op volgorde Vrijhandelszone douane-unie
gemeenschappelijke markt
economische-unie Monetaire-unie
Nationaal spaarsaldo Verschil tussen de export en import van
een land.
Appreciatie Waardestijging van een valuta
Nationaal inkomen/ Totaal inkomen/product Nederland in 1
Nationaal product jaar. Inclusief Nederlandse productie in
het buitenland. Exclusief productie van
buitenlanders in Nederland.
Investeringen Bestedingen aan kapitaalgoederen.
Kapitalisme Economisch systeem gebaseerd op het
prive-eigendom en grond en op het
behalen van winst.
Binnenlandsproduct Waarde van een in jaar geproduceerde
goederen en diensten. Inclusief
buitenlanders werkend in Nederland.
Exclusief Nederlanders werken in het
buitenland.
Vermogen Geld belegd in kapitaalgoederen
Breedte-investeringen Investeringen waarbij de
kapitaalsintensiteit van het proces
hetzelfde blijft.
Diepte-investeringen Investeringen waarbij de
kapitaalsintensiteit toeneemt.
Kapitaalintensiteit Hoeveelheid kapitaal per werknemer.
Kapitaalintensief wanneer veel kapitaal en
weinig arbeid.
Concentratie Groei van de grotere ondernemingen ten
kost van de kleinere.
Concentatiegraad Gezamenlijk marktaandeel in procenten
van de grotere ondernemingen.
Kartel (Prijs)afspraak tussen ondernemingen om
concurrentie te beperken. Strafbaar.
, Diversificatie Iets er totaal anders bij doen. Uitbreiding
van activiteiten.
Integratie Spar verkoopt niet alleen brood maar gaat
het ook zelf bakken. Neemt 1 taak over van
tussenpersoon.
Productdifferentiatie Naast gewoon brood nu ook desembrood
verkopen. Breidt uit binnen eigen
productiekolom.
Internationalisatie Laat het brood in het buitenland bakken
om meer winst over te houden.
Productdifferentiatie Product eigen maken door naam, vorm of
etiket. (Wasmiddel)
Eigen vermogen Vermogen dat door de aandeelhouders is
ingebracht. (aandeel eigenaar maar ook
leningen van hem).
Vreemd vermogen Vermogen dat de onderneming van derden
heeft geleend. Vermogen zonder het eigen
vermogen van de eigenaar.
Betalingsbalans Overzicht van de totale internationale
betalingen en ontvangsten van een land.
Directe investeringen Wanneer ondernemingen buitenlandse
ondernemingen overnemen of
buitenlandse dochterondernemingen
financieren.
Unie’s op volgorde Vrijhandelszone douane-unie
gemeenschappelijke markt
economische-unie Monetaire-unie
Nationaal spaarsaldo Verschil tussen de export en import van
een land.
Appreciatie Waardestijging van een valuta