2020-2021
FYSREG
Contents
Table of Contents
Homeostase........................................................................................................................................2
Feedback............................................................................................................................................5
Medische oriëntatietermen................................................................................................................9
Lichaamsholtes.................................................................................................................................12
2. Weefsel in details.............................................................................................................................16
Epitheel.............................................................................................................................................19
Bindweefsel......................................................................................................................................27
Spierweefsel.....................................................................................................................................29
Zenuwstelsel.....................................................................................................................................30
Glial cells...........................................................................................................................................32
Kraakbeen.........................................................................................................................................37
Het zenuwstelsel: ontwikkeling, witte en grijze stof, bescherming middels meningen en CSF........41
Cel-cel communicatie.......................................................................................................................47
Rustmembraanpotentiaal met de nernstvergelijking.......................................................................51
Signaal overdracht (en graded potentials)........................................................................................53
Actiepotentiaal.................................................................................................................................58
Summatie, integratie, divergentie en convergentie.........................................................................61
Het zenuwstelsel (integratie)............................................................................................................65
Visuele informatieverwerking...........................................................................................................76
Somatomotorisch systeem...............................................................................................................89
Autonoom (visceromotorisch) systeem............................................................................................94
Verschil in type neuronen en neurotransmitters in beide systemen................................................96
Reflex & motoriek...........................................................................................................................104
Renale processen:...........................................................................................................................119
Secretie en excretie........................................................................................................................121
Reabsorptie....................................................................................................................................124
Klaring.............................................................................................................................................127
Waterhuishouding..........................................................................................................................129
Het Renine-Angiotensine-Aldosteron Systeem...............................................................................135
7. Het endocriene systeem, Inleiding en pathologie..........................................................................147
, Classificatie hormonen...................................................................................................................148
Hormonen algemeen incl interacties..............................................................................................153
Hypothalamus – Hypofyse systeem................................................................................................156
Ziektebeelden: hypo- en hypersecretie.........................................................................................162
Hormonen van de bijnier...............................................................................................................163
1. Orientatietermen & Homeostase mechanisme
Leerdoelen
De basale begrippen van de fysiologie te omschrijven: Milieu
Intérieur/exterieur, homeostase.
De anatomische oriëntatietermen en oriëntatievlakken te kennen.
De lichaamsvliezen en lichaamsholten te benoemen.
Homeostase en de relatie met het goed functioneren van een organisme toe
te lichten
Het begrip negatieve feedback aan de hand van een voorbeeld uit te leggen,
alsook het begrip antagonistische werking.
Het begrip positieve feedback aan de hand van een voorbeeld uit te leggen.
Uit te leggen waarom positieve feedback niet bijdraagt aan homeostase.
Uit te leggen dat homeostase behouden kan worden door lokale en lange
afstand regulatie.
De termen: dysplasia, metaplasia, hyperplasia, hypertrofie en atrofie te
kunnen toelichten.
De Bloed-hersenbarrière en CSF
De term hersenventrikel uit te leggen, de verschillende ventrikels te
benoemen en de ligging van de ventrikels in de hersenen aan te geven
Uit te leggen wat de functie van cerebrospinale vloeistof is, hoe en
waar cerebrospinale vloeistof wordt uitgescheiden (geproduceerd), in
welke ruimten het zich bevindt en hoe het afgevoerd wordt
De samenstelling van cerebrospinale vloeistof aan te geven en de
plek aan te wijzen waar deze vloeistof kan worden verzameld
Kunnen uitleggen wat de ziekte meningitis is, en hoe de diagnostiek
hiervan wordt gedaan.
Homeostase
Homeostase= gelijk houden/ balans houden in het lichaam
,Intern milieu: extracellulaire vloeistof bv. Bloed
Extern milieu: dat wat je omgeeft: de omgeving
Handhaving door: homeostase
Bradford ontwikkelde het concept van homeostase vanuit het eerdere idee van Claude Bernard van
milieu interieur, en maakte het populair in zijn boek The Wisdom of the Body, 1932. Cannon
presenteerde vier voorlopige voorstellen om de algemene kenmerken van homeostase te
beschrijven:
Constantie in een open systeem, zoals ons lichaam vertegenwoordigt, vereist mechanismen die
werken om deze constantheid te behouden. Cannon baseerde deze stelling op inzichten in de
manieren waarop stabiele toestanden zoals glucoseconcentraties, lichaamstemperatuur en zuur-
base-balans werden gereguleerd.
Steady-state-omstandigheden vereisen dat elke neiging tot verandering automatisch wordt
geconfronteerd met factoren die weerstand bieden aan verandering. Een verhoging van de
bloedsuikerspiegel leidt tot dorst omdat het lichaam probeert de suikerconcentratie in de
extracellulaire vloeistof te verdunnen.
Het regelsysteem dat de homeostatische toestand bepaalt, bestaat uit een aantal samenwerkende
mechanismen die gelijktijdig of opeenvolgend werken. Bloedsuiker wordt gereguleerd door insuline,
glucagonen en andere hormonen die de afgifte uit de lever of de opname door de weefsels regelen.
Homeostase komt niet toevallig voor, maar is het resultaat van georganiseerd zelfbestuur.
Belang van homeostase
Leerdoel: Homeostase en de relatie met het goed functioneren van een organisme toe te lichten
Het interne milieu moet in balans zijn wilt het goed functioneren. Oftewel het handhaven
van het interne milieu van een organisme op een steady en gebalanceerd niveau.
Doel: creëren van optimale condities voor het organisme en de cellen
De imbalans wordt door een receptor opgemerkt, dit is ookwel de sensor. De informatie
wordt naar de control center gestuurd waardoor de effector reageert op dit signaal van
informatie. Hierdoor kan de imbalans verholpen worden.
, Het niet goed kunnen reguleren van de homeostase leidt tot een ziekte.
Het begrip negatieve feedback aan de hand van een voorbeeld uit te leggen, alsook het begrip
antagonistische werking
Voorbeelden van situaties waar homeostase in plaats vindt:
Hier zie je dat bij een negatieve feedback de effector de stimulus beinvloedt. Dit doet hij door bijv
hormoon productie te remmen die van de stimulus komt.
Onderdelen van een reflex pathway