Orthopedagogiek
Hoofdstuk 1 Opvoeden, pedagogiek en orthopedagogiek
1.1 Een cultuurverschijnsel
De wijze waarop opvoeding plaats vind wordt bepaald door de cultuur en tijd waarin men
opgroeit. In praktisch elke periode van de menselijke geschiedenis zien we dat de
volwassenen kinderen helpen bij hun ontwikkeling naar een vorm van zelfstandigheid. Er is
dus altijd al een vorm van "opvoeden".
Opvoeden wordt beschouwd door een cultuurverschijnsel omdat er in alle culturen en tijden
het verschijnsel van "opvoeden" bestaat.
Doordat mensen met een verschillende culturele achtergrond deel uitmaken van de
samenleving leidt dit tot een 'bont' verzameling van manieren en stijlen van opvoeden.
Er bestaan grote verschillen in de vormen van opvoeden. Iedere tijd en samenleving heeft
zijn eigen ideeën, opvattingen en idealen. Hierdoor wordt niet iedereen hetzelfde opgevoed.
De ene vind binnen de opvoedingssituatie regelmaat belangrijk, de ander vind orde en
netheid weer belangrijker.
Hoe mensen hun kind opvoeden heeft voor een deel te maken hoe zij zijn opgevoed. Dit
kunnen zij als prettig hebben ervaren of juist helemaal niet.
1.2 Wat kunnen we onder opvoeden verstaan?
De meeste omschrijvingen hebben wel een bepaalde raakvlak met elkaar:
'Leren van gewoonten, manieren en regel die moeten leiden tot zelfstandigheid en
verantwoordelijkheid'
'Dat je moet leren hoe je te gedragen, wat wel en niet mag, tot je zelfstandig bent'.
'Het leren van normen en waarden, zodat iemand zo zelfstandig mogelijk in de
maatschappij kan functioneren'.
'Een kind helpen te leren op eigen benen staan'.
Omgang
Het opvoeden en de activiteiten van opvoeden komen we tegen in de omgang tussen
volwassene en kind. Het kind is sterk afhankelijk van de hulp van anderen, de hulp van zijn
opvoeders. Het heeft behoefte aan voeding en verzorging en leer vervolgens, met hulp,
stapje voor stapje, zich te ontwikkelen.
Unieke omgang
De omgang tussen kind en opvoeder is een unieke, persoonlijk omgang, waarin de regel en
wederzijdse betrokkenheid valt waar te nemen. In die betrokkenheid is sprake van een
omgang, een samenleven, waarin met name geborgenheid, veiligheid en een uitnodigende
(leer)omgeving de basis vormen voor de verdere ontplooiing van het kind. Het kunnen
opgroeien in een 'warme' omgeving bevordert de sociale en emotionele ontwikkeling.
Zoals dat de opvoeder iets goed vind of afkeurt, het kind stimuleert, het kind helpen en
kansen bied om zelf te ontdekken.
Omgang en invloed
Opvoeden is niet alleen maar het omgaan met het kind. Het gaat vooral om de hulp die je
geeft aan het kind.
Een opvoeder oefent in zijn omgang met het kind veelal doelgerichte invloed uit !
Deze invloed heeft als doel het kind wat te leren, iets voor te doen en duidelijk te maken, of
hem iets te laten ervaren.
Zoals normen en waarden bij brengen, leren van respect hebben voor anderen, keuzes
maken etc.
Opvoeders zijn niet altijd bewust dat zij opvoeders zijn. Vaak gebeuren dingen gewoon.
,Omgang, vrijheid en grenzen, consequent zijn
Het kind moet niet alleen een bepaalde vrijheid in de omgang kunnen ervaren, maar ook
leren dat er grenzen zijn. Een opvoeder moet indien nodig ook ingrijpen. Het kind moet
(direct) op zijn gedrag worden aangesproken. Het is daarom belangrijk om als opvoeder
consequent te zijn en wees duidelijk.
Vrijheid, emotioneel en fysiek
De stabiele veiligheid en geborgenheid die het opgegroeide kind van zijn opvoeder(s) en
omgeving moet kunnen ervaren, legt een belangrijke basis voor de ontwikkeling van zijn
zelfvertrouwen en weerbaarheid
Er kan onderscheid gemaakt worden in veiligheid:
De behoefte aan een mate van geborgenheid (emotionele veiligheid)
De behoefte aan een mate van lichamelijke (fysieke) veiligheid ten opzichte van
zichzelf en zijn directe omgeving.
Binnen dit proces moet een kind de ruimte hebben om zich geleidelijk zelfstandig kunnen
ontwikkelen.
Bij een kind dat stap voor stap leert om aan zijn eigen bestaan leiding te geven, al de
zelfgeleide zelfstandigheid uitmonden in een bepaalde mate van volwassenheid.
Stimuleren, praten en luisteren
Het stimuleren van een kind om te ontwikkelen is een zeer belangrijke taak voor de
opvoeder. Het kind moet de ruimte krijgen om zijn omringende wereld te ontdekken en
ervaren. Hierbij is het belangrijk dat een kind zichzelf kan zijn.
Praten, luisteren en complimenten geven dragen bij aan de ontwikkeling van eigenwaarde en
zelfvertrouwen.
Natuurlijke en georganiseerde activiteiten
Er kan bij het opvoeden onderscheid gemaakt worden tussen natuurlijke activiteiten en
georganiseerde activiteiten.
Natuurlijke activiteiten: vinden plaats in het dagelijkse omgang tussen opvoeder en kind.
Georganiseerde activiteiten: deelnemen aan school, sport of muziekles.
In deze maatschappij zijn de georganiseerde activiteiten een belangrijke aanvulling op de
natuurlijke activiteiten. De taken en verantwoordelijkheden zijn tussen deze twee niet altijd in
balans. Doordat ouders tegenwoordig vaak druk zijn is het vanzelfsprekend dat andere
helpen bij de opvoeding. Van school wordt dan ook veel verwacht
Opgevoed zijn
Hoe je bent geworden zoals je nu bent heeft te maken met in welk milieu je bent opgevoed
en op welke wijze de rollen zijn verdeeld.
Op grond van de ideeën, idealen, normen en waarden en de stijl van opvoeding van je
opvoeders heb je vaardigheden aangeleerd en ben je min of meer in staat gesteld je eigen
kwaliteiten te ontwikkelen.
Doel van de opvoeding
Opvoeden is gericht op de hulp aan het kind bij zijn ontwikkeling om te kunnen groeien naar
een vorm van zelfstandigheid, tot een niveau van volwassenheid.
1.3 Opvoeden en de pedagogiek
Mede dankzij de aandacht, liefde en hulp van de opvoeder(s) zal het kind lichamelijk
weerbaarder en geestelijk zelfstandiger kunnen worden.
, Pedagogiek
De wetenschap die het opvoeden als object heeft en waarin het denken over opvoeden
centraal staat, noemen we de pedagogiek of opvoedingswetenschap. Pedagogen zijn gaan
onderzoeken op welke wijze opvoeding en onderwijs het best tot hun recht kunnen komen of
wat de rol van de opvoeder in de hedendaagse samenleving inhoudt.
Pedagogie
De praktijk, het handelen binnen de opvoeding wordt pedagogie genoemd.
Pegagogie betekend 'pais'(kind) en 'agogein'(leiden).
Kansen, innerlijke en uiterlijke factoren
Een kind heeft de drang om door te oefenen en te leren zich verder te ontwikkelen. Het kind
neemt daardoor actief deel in het opvoedingsproces. Bij opvoeding is er een interactie
tussen kind en opvoeder. Het beïnvloed elkaar en er is een wisselwerking.
Op welke wijze een kind zich gaat ontwikkelen is afhankelijk van zowel innerlijke als uiterlijke
factoren.
Innerlijke factoren: erfelijk -> eigenschappen die het kind bij de geboorte heeft meegekregen.
Uiterlijke factoren: omstandigheden waarin het kind opgroeit.
De pedagogiek richt zich op het 'normale kind', op een opvoeding die een 'normale
opvoedbaarheid' impliceert . Met normaal wordt in dit verband bedoeld: alle schakeringen in
het leven die mogelijk zijn en als zodanig voorkomen zonder dat ze tot groter
opvoedingsproblemen leiden.
Na te streven einddoel van de opvoeding
Het doel is het nastreven van een bepaalde mate van volwassenwording of volwassenheid.
In de praktijk gaat het erom iemand te helpen een bepaalde mate van zelfstandigheid en
stabiliteit te verkrijgen, iemand leren op eigen benen te staan, keuzes maken, beslissingen
nemen en verantwoordelijkheden te willen en kunnen dragen.
Opvoeding is gericht op geestelijk en lichamelijk vlak. Het einddoel is de volwassenheid. Als
dit is bereikt en er geen opvoedingsrelatie meer.
Hoofdstuk 1 Opvoeden, pedagogiek en orthopedagogiek
1.1 Een cultuurverschijnsel
De wijze waarop opvoeding plaats vind wordt bepaald door de cultuur en tijd waarin men
opgroeit. In praktisch elke periode van de menselijke geschiedenis zien we dat de
volwassenen kinderen helpen bij hun ontwikkeling naar een vorm van zelfstandigheid. Er is
dus altijd al een vorm van "opvoeden".
Opvoeden wordt beschouwd door een cultuurverschijnsel omdat er in alle culturen en tijden
het verschijnsel van "opvoeden" bestaat.
Doordat mensen met een verschillende culturele achtergrond deel uitmaken van de
samenleving leidt dit tot een 'bont' verzameling van manieren en stijlen van opvoeden.
Er bestaan grote verschillen in de vormen van opvoeden. Iedere tijd en samenleving heeft
zijn eigen ideeën, opvattingen en idealen. Hierdoor wordt niet iedereen hetzelfde opgevoed.
De ene vind binnen de opvoedingssituatie regelmaat belangrijk, de ander vind orde en
netheid weer belangrijker.
Hoe mensen hun kind opvoeden heeft voor een deel te maken hoe zij zijn opgevoed. Dit
kunnen zij als prettig hebben ervaren of juist helemaal niet.
1.2 Wat kunnen we onder opvoeden verstaan?
De meeste omschrijvingen hebben wel een bepaalde raakvlak met elkaar:
'Leren van gewoonten, manieren en regel die moeten leiden tot zelfstandigheid en
verantwoordelijkheid'
'Dat je moet leren hoe je te gedragen, wat wel en niet mag, tot je zelfstandig bent'.
'Het leren van normen en waarden, zodat iemand zo zelfstandig mogelijk in de
maatschappij kan functioneren'.
'Een kind helpen te leren op eigen benen staan'.
Omgang
Het opvoeden en de activiteiten van opvoeden komen we tegen in de omgang tussen
volwassene en kind. Het kind is sterk afhankelijk van de hulp van anderen, de hulp van zijn
opvoeders. Het heeft behoefte aan voeding en verzorging en leer vervolgens, met hulp,
stapje voor stapje, zich te ontwikkelen.
Unieke omgang
De omgang tussen kind en opvoeder is een unieke, persoonlijk omgang, waarin de regel en
wederzijdse betrokkenheid valt waar te nemen. In die betrokkenheid is sprake van een
omgang, een samenleven, waarin met name geborgenheid, veiligheid en een uitnodigende
(leer)omgeving de basis vormen voor de verdere ontplooiing van het kind. Het kunnen
opgroeien in een 'warme' omgeving bevordert de sociale en emotionele ontwikkeling.
Zoals dat de opvoeder iets goed vind of afkeurt, het kind stimuleert, het kind helpen en
kansen bied om zelf te ontdekken.
Omgang en invloed
Opvoeden is niet alleen maar het omgaan met het kind. Het gaat vooral om de hulp die je
geeft aan het kind.
Een opvoeder oefent in zijn omgang met het kind veelal doelgerichte invloed uit !
Deze invloed heeft als doel het kind wat te leren, iets voor te doen en duidelijk te maken, of
hem iets te laten ervaren.
Zoals normen en waarden bij brengen, leren van respect hebben voor anderen, keuzes
maken etc.
Opvoeders zijn niet altijd bewust dat zij opvoeders zijn. Vaak gebeuren dingen gewoon.
,Omgang, vrijheid en grenzen, consequent zijn
Het kind moet niet alleen een bepaalde vrijheid in de omgang kunnen ervaren, maar ook
leren dat er grenzen zijn. Een opvoeder moet indien nodig ook ingrijpen. Het kind moet
(direct) op zijn gedrag worden aangesproken. Het is daarom belangrijk om als opvoeder
consequent te zijn en wees duidelijk.
Vrijheid, emotioneel en fysiek
De stabiele veiligheid en geborgenheid die het opgegroeide kind van zijn opvoeder(s) en
omgeving moet kunnen ervaren, legt een belangrijke basis voor de ontwikkeling van zijn
zelfvertrouwen en weerbaarheid
Er kan onderscheid gemaakt worden in veiligheid:
De behoefte aan een mate van geborgenheid (emotionele veiligheid)
De behoefte aan een mate van lichamelijke (fysieke) veiligheid ten opzichte van
zichzelf en zijn directe omgeving.
Binnen dit proces moet een kind de ruimte hebben om zich geleidelijk zelfstandig kunnen
ontwikkelen.
Bij een kind dat stap voor stap leert om aan zijn eigen bestaan leiding te geven, al de
zelfgeleide zelfstandigheid uitmonden in een bepaalde mate van volwassenheid.
Stimuleren, praten en luisteren
Het stimuleren van een kind om te ontwikkelen is een zeer belangrijke taak voor de
opvoeder. Het kind moet de ruimte krijgen om zijn omringende wereld te ontdekken en
ervaren. Hierbij is het belangrijk dat een kind zichzelf kan zijn.
Praten, luisteren en complimenten geven dragen bij aan de ontwikkeling van eigenwaarde en
zelfvertrouwen.
Natuurlijke en georganiseerde activiteiten
Er kan bij het opvoeden onderscheid gemaakt worden tussen natuurlijke activiteiten en
georganiseerde activiteiten.
Natuurlijke activiteiten: vinden plaats in het dagelijkse omgang tussen opvoeder en kind.
Georganiseerde activiteiten: deelnemen aan school, sport of muziekles.
In deze maatschappij zijn de georganiseerde activiteiten een belangrijke aanvulling op de
natuurlijke activiteiten. De taken en verantwoordelijkheden zijn tussen deze twee niet altijd in
balans. Doordat ouders tegenwoordig vaak druk zijn is het vanzelfsprekend dat andere
helpen bij de opvoeding. Van school wordt dan ook veel verwacht
Opgevoed zijn
Hoe je bent geworden zoals je nu bent heeft te maken met in welk milieu je bent opgevoed
en op welke wijze de rollen zijn verdeeld.
Op grond van de ideeën, idealen, normen en waarden en de stijl van opvoeding van je
opvoeders heb je vaardigheden aangeleerd en ben je min of meer in staat gesteld je eigen
kwaliteiten te ontwikkelen.
Doel van de opvoeding
Opvoeden is gericht op de hulp aan het kind bij zijn ontwikkeling om te kunnen groeien naar
een vorm van zelfstandigheid, tot een niveau van volwassenheid.
1.3 Opvoeden en de pedagogiek
Mede dankzij de aandacht, liefde en hulp van de opvoeder(s) zal het kind lichamelijk
weerbaarder en geestelijk zelfstandiger kunnen worden.
, Pedagogiek
De wetenschap die het opvoeden als object heeft en waarin het denken over opvoeden
centraal staat, noemen we de pedagogiek of opvoedingswetenschap. Pedagogen zijn gaan
onderzoeken op welke wijze opvoeding en onderwijs het best tot hun recht kunnen komen of
wat de rol van de opvoeder in de hedendaagse samenleving inhoudt.
Pedagogie
De praktijk, het handelen binnen de opvoeding wordt pedagogie genoemd.
Pegagogie betekend 'pais'(kind) en 'agogein'(leiden).
Kansen, innerlijke en uiterlijke factoren
Een kind heeft de drang om door te oefenen en te leren zich verder te ontwikkelen. Het kind
neemt daardoor actief deel in het opvoedingsproces. Bij opvoeding is er een interactie
tussen kind en opvoeder. Het beïnvloed elkaar en er is een wisselwerking.
Op welke wijze een kind zich gaat ontwikkelen is afhankelijk van zowel innerlijke als uiterlijke
factoren.
Innerlijke factoren: erfelijk -> eigenschappen die het kind bij de geboorte heeft meegekregen.
Uiterlijke factoren: omstandigheden waarin het kind opgroeit.
De pedagogiek richt zich op het 'normale kind', op een opvoeding die een 'normale
opvoedbaarheid' impliceert . Met normaal wordt in dit verband bedoeld: alle schakeringen in
het leven die mogelijk zijn en als zodanig voorkomen zonder dat ze tot groter
opvoedingsproblemen leiden.
Na te streven einddoel van de opvoeding
Het doel is het nastreven van een bepaalde mate van volwassenwording of volwassenheid.
In de praktijk gaat het erom iemand te helpen een bepaalde mate van zelfstandigheid en
stabiliteit te verkrijgen, iemand leren op eigen benen te staan, keuzes maken, beslissingen
nemen en verantwoordelijkheden te willen en kunnen dragen.
Opvoeding is gericht op geestelijk en lichamelijk vlak. Het einddoel is de volwassenheid. Als
dit is bereikt en er geen opvoedingsrelatie meer.