Aantekeningen hoorcolleges
Blok Beweging, zenuwstelsel en lokale anesthesie
HC 1 | Hersenzenuwen
De hersenen zitten opgesloten in de schedel en wervelkolom. In de hersenen zijn ook vliezen en
liquor cerebrospinalis aanwezig.
- Centraal zenuwstelsel: hersenen + ruggenmerg
- Perifeer zenuwstelsel: ruggenmergzenuwen (31 paar) + hersenzenuwen (12 paar)
Cellichaam: receptieve velden
Een drieluik wordt gevormd doordat afferente informatie vanuit de sensoren naar het CZS gaat en
van daaruit vervolgens efferente informatie wordt gestuurd naar de effectoren.
Input en output vormt 1/10 deel van alle zenuwen. De meeste zenuwen zijn dus schakelneuronen.
Informatie gaat eerst naar de hersenstam voordat het de cortex bereikt.
Het autonome zenuwstelsel speelt een belangrijke rol bij het gelaat.
- Exterosensorisch: bijv. druk van buiten
- Propriosensorisch: bijv. spanning op pezen/spieren
- Orthosympaticus: ganglia in sympatische grensstreng – bij het hoofd: ganglion cervicale
superior
- Parasympaticus: ganglia meer bij de organen gelegen
In één zenuw zijn vier componenten mogelijk: somato-efferent, viscero-efferent, somato-afferent en
viscero-afferent.
De meeste hersenzenuwen ontspringen uit de hersenstam. Uitzondering wordt gevormd door de N.
olfactorius (voor reuk, door lamina cribrosa) en N. opticus. De meeste hersenzenuwen (behalve de N.
hypoglossus, ventraal) ontspringen lateraal vanuit de hersenstam.
Mondholte:
- N. trigeminus (V): gevoel voorste 2/3 deel tong
- N. facialis (VII)
- N. glossopharyngeus (IX)
- N. vagus (X)
- N. hypoglossus (XII)
In het ruggenmerg komen zenuwen met sensorische informatie van dorsaal binnen. In de
hersenstam is dit dorsale deel naar lateraal gelegen. Mediaal liggen de motorische zenuwen.
Hersenzenuwen moeten door de schedel heen. N. olfactorius gaat door de lamina cribrosa, n. opticus
gaat door het canalis opticus etc.
Alle sensorische informatie gaat eerst naar de thalamus.
- N. oculomotorius
1
, o parasympatische zenuwen schakelen over op zenuwen in ganglia
o Twee componenten
- N. trochlearis
o Voor schuin omhoog en omlaag kijken
- N. trigeminus
o V1 n. opthalmicus
vertakt in n. frontalis, n. lacrimalis en n. nasociliaris
o V2 n. maxillaris
vertakt in n. zygomaticus, n. infraorbitalis (vertakt in rr. alveolares
superiores) en rr. ganglionares ad ganglion pterygopalatinum
o V3 n. mandibularis gemengd, grootste deel is sensorisch
Portio major vertakt in n. alveolaris inferior, n. lingualis (gevoel voorste 2/3
deel van de tong), n. buccalis (gevoel van de wang) en n. auriculotemporalis
(gevoel van de slaap)
- N. facialis
o Loopt in gl. parotis
o Takken lopen vrij oppervlakkig
o Mimiek
o Het gevoel van het voorste 2/3 deel van de tong wordt verzorgd door de n. lingualis,
de smaak door een parasympatische tak van de n. facialis
- N. accessorius
o Kern loopt ver door, bijna tot in ruggenmerg
HC 2 | Hersenzenuwen en mondholte
De n. palatinus major innerveert het palatum durum (voorste deel door de n. nasopalatinus). De nn.
Palatini minores innerveren het palatum molle.
Het voorste deel van het neusepitheel wordt geïnnerveerd door een tak van de n. opthalmicus, het
achterste deel door de n. nasopalatinus van de n. maxillaris (V 2).
De wang wordt geinnerveerd door de n. buccalis van de n. mandibularis (V 3).
Sensorische innervatie n. mandibularis
- Dentitie mandibula
- Wangen
- Voorste 2/3 deel van de tong
Motorische innervatie n. mandibularis
- Vier kauwspieren
- Twee mondbodemspieren
Chorda tympani is een parasympatische zenuw die hoort bij de n. facialis en ontspringt uit de
speekselkern in de hersenstam. De zenuw schakelt over in het ganglion submandibulare en loopt
mee met een tak van de n. mandibularis, de n. lingualis.
De sensibiliteit en smaak van het achterste 1/3 deel van de tong worden beide verzorgd door de n.
glossopharyngeus.
2
, N. vagus doet mee met gevoel maar ook met smaak.
De parasympatische takken lopen mee met zenuwen, de sympatische met bloedvaten.
HC 3 | Histologie van het zenuwstelsel
Hersenvlies, dik bindweefselkapje: dura mater (hardste vlies)
Buitenkant cerebrum:
- ‘Bergen’: gyri
- ‘Dalen’: sulci
Meteen aansluitend op de buitenkant van het cerebrum ligt een zacht hersenvlies: de pia mater.
Tussen pia mater en dura mater ligt arachnoidea. Dit vlies leunt op bindweefselpillaartjes (SAS). Deze
pillaren leunen op de pia mater. De subarachnoideale ruimte geeft ruimte voor cerebrospinale
vloeistof, die door de pilaartjes stroomt. Deze cerebrospinale vloeistof is ook aanwezig in ventrikels,
holten.
Ruggenmerg: tussen de ruggenwervels en de dura mater is de epidurale ruimte aanwezig.
Ganglia horen bij PZS, nuclei bij CZS.
Buiten CZS:
- Zenuwbanen: 300-500 axonen die een tijdje lang dezelfde richting oplopen totdat splitsing
plaatsvindt.
- Spinale ganglia
- Zenuweindigingen
- Sensorische organen
- Perifere zenuwbanen reageren anders op beschadigingen en de vorming van myeline
geschiedt op andere wijze dan bij centrale zenuwbanen het geval is.
Duidelijke connectie zenuwweefsel en target: neuromuscular junction.
De lijntjes worden
gevormd door 3
spiervezels, de ovalen
door neuromuscular
junctions.
Blok Beweging, zenuwstelsel en lokale anesthesie
HC 1 | Hersenzenuwen
De hersenen zitten opgesloten in de schedel en wervelkolom. In de hersenen zijn ook vliezen en
liquor cerebrospinalis aanwezig.
- Centraal zenuwstelsel: hersenen + ruggenmerg
- Perifeer zenuwstelsel: ruggenmergzenuwen (31 paar) + hersenzenuwen (12 paar)
Cellichaam: receptieve velden
Een drieluik wordt gevormd doordat afferente informatie vanuit de sensoren naar het CZS gaat en
van daaruit vervolgens efferente informatie wordt gestuurd naar de effectoren.
Input en output vormt 1/10 deel van alle zenuwen. De meeste zenuwen zijn dus schakelneuronen.
Informatie gaat eerst naar de hersenstam voordat het de cortex bereikt.
Het autonome zenuwstelsel speelt een belangrijke rol bij het gelaat.
- Exterosensorisch: bijv. druk van buiten
- Propriosensorisch: bijv. spanning op pezen/spieren
- Orthosympaticus: ganglia in sympatische grensstreng – bij het hoofd: ganglion cervicale
superior
- Parasympaticus: ganglia meer bij de organen gelegen
In één zenuw zijn vier componenten mogelijk: somato-efferent, viscero-efferent, somato-afferent en
viscero-afferent.
De meeste hersenzenuwen ontspringen uit de hersenstam. Uitzondering wordt gevormd door de N.
olfactorius (voor reuk, door lamina cribrosa) en N. opticus. De meeste hersenzenuwen (behalve de N.
hypoglossus, ventraal) ontspringen lateraal vanuit de hersenstam.
Mondholte:
- N. trigeminus (V): gevoel voorste 2/3 deel tong
- N. facialis (VII)
- N. glossopharyngeus (IX)
- N. vagus (X)
- N. hypoglossus (XII)
In het ruggenmerg komen zenuwen met sensorische informatie van dorsaal binnen. In de
hersenstam is dit dorsale deel naar lateraal gelegen. Mediaal liggen de motorische zenuwen.
Hersenzenuwen moeten door de schedel heen. N. olfactorius gaat door de lamina cribrosa, n. opticus
gaat door het canalis opticus etc.
Alle sensorische informatie gaat eerst naar de thalamus.
- N. oculomotorius
1
, o parasympatische zenuwen schakelen over op zenuwen in ganglia
o Twee componenten
- N. trochlearis
o Voor schuin omhoog en omlaag kijken
- N. trigeminus
o V1 n. opthalmicus
vertakt in n. frontalis, n. lacrimalis en n. nasociliaris
o V2 n. maxillaris
vertakt in n. zygomaticus, n. infraorbitalis (vertakt in rr. alveolares
superiores) en rr. ganglionares ad ganglion pterygopalatinum
o V3 n. mandibularis gemengd, grootste deel is sensorisch
Portio major vertakt in n. alveolaris inferior, n. lingualis (gevoel voorste 2/3
deel van de tong), n. buccalis (gevoel van de wang) en n. auriculotemporalis
(gevoel van de slaap)
- N. facialis
o Loopt in gl. parotis
o Takken lopen vrij oppervlakkig
o Mimiek
o Het gevoel van het voorste 2/3 deel van de tong wordt verzorgd door de n. lingualis,
de smaak door een parasympatische tak van de n. facialis
- N. accessorius
o Kern loopt ver door, bijna tot in ruggenmerg
HC 2 | Hersenzenuwen en mondholte
De n. palatinus major innerveert het palatum durum (voorste deel door de n. nasopalatinus). De nn.
Palatini minores innerveren het palatum molle.
Het voorste deel van het neusepitheel wordt geïnnerveerd door een tak van de n. opthalmicus, het
achterste deel door de n. nasopalatinus van de n. maxillaris (V 2).
De wang wordt geinnerveerd door de n. buccalis van de n. mandibularis (V 3).
Sensorische innervatie n. mandibularis
- Dentitie mandibula
- Wangen
- Voorste 2/3 deel van de tong
Motorische innervatie n. mandibularis
- Vier kauwspieren
- Twee mondbodemspieren
Chorda tympani is een parasympatische zenuw die hoort bij de n. facialis en ontspringt uit de
speekselkern in de hersenstam. De zenuw schakelt over in het ganglion submandibulare en loopt
mee met een tak van de n. mandibularis, de n. lingualis.
De sensibiliteit en smaak van het achterste 1/3 deel van de tong worden beide verzorgd door de n.
glossopharyngeus.
2
, N. vagus doet mee met gevoel maar ook met smaak.
De parasympatische takken lopen mee met zenuwen, de sympatische met bloedvaten.
HC 3 | Histologie van het zenuwstelsel
Hersenvlies, dik bindweefselkapje: dura mater (hardste vlies)
Buitenkant cerebrum:
- ‘Bergen’: gyri
- ‘Dalen’: sulci
Meteen aansluitend op de buitenkant van het cerebrum ligt een zacht hersenvlies: de pia mater.
Tussen pia mater en dura mater ligt arachnoidea. Dit vlies leunt op bindweefselpillaartjes (SAS). Deze
pillaren leunen op de pia mater. De subarachnoideale ruimte geeft ruimte voor cerebrospinale
vloeistof, die door de pilaartjes stroomt. Deze cerebrospinale vloeistof is ook aanwezig in ventrikels,
holten.
Ruggenmerg: tussen de ruggenwervels en de dura mater is de epidurale ruimte aanwezig.
Ganglia horen bij PZS, nuclei bij CZS.
Buiten CZS:
- Zenuwbanen: 300-500 axonen die een tijdje lang dezelfde richting oplopen totdat splitsing
plaatsvindt.
- Spinale ganglia
- Zenuweindigingen
- Sensorische organen
- Perifere zenuwbanen reageren anders op beschadigingen en de vorming van myeline
geschiedt op andere wijze dan bij centrale zenuwbanen het geval is.
Duidelijke connectie zenuwweefsel en target: neuromuscular junction.
De lijntjes worden
gevormd door 3
spiervezels, de ovalen
door neuromuscular
junctions.