Samenvatting Hoofdstukken Sociaal Recht
Hoofdstuk 1 – Terreinverkenning
1.1 Orientatie
Onzelfstandige beroepsbevolking: bestaat uit personen die zich tijdens hun werk in een
afhankelijkheidspositie bevinden te opzichte van een ander, namelijk de werkgever.
Private sector: arbeid verrichten
Publieke sector: personeel dat in dienst is van de overheid.
G- en G sector: gepremieerde en gesubsidieerde.
Zelfstandige beroepsbevolking: zijn tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden niet
onderworpen aan opdrachten van anderen.
1.2 Werkgever en werknemer: welke rechtsbronnen?
Het recht op de werkrelatie tussen werkgevers en werknemers is te vinden in de volgende
rechtsbronnen:
1. Het arbeidsovereenkomstenrecht > burgerlijk wetboek
2. Het vermogensrecht in het algemeen > verbintenis: rechtsbetrekking tussen minstens
2 partijen.
3. Overige wetten met betrekking tot de private sector
4. De jurisprudentie (rechtersrecht)
5. De cao
6. Het verdrag
1.3 Van dwingend recht tot aanvullend recht
Dwingend recht: recht, waarvan niet of niet ten nadele van de werknemer mag worden
afgeweken.
Driekwartdwingend recht: recht, waarvan uitsluitend kan worden afgeweken bij cao of bij
regeling door of namens een bevoegd bestuursorgaan. Van deze twee is de afwijking bij cao
van echt praktisch belang. Bij driekwartdwingend recht kunnen dus alleen de vakbonden en
de werkgevers(organisaties) in gezamenlijk overleg een andere regeling treffen dan die,
welke in de wet staat vermeld.
Semidwingend recht: recht, waarvan alleen kan worden afgeweken bij schriftelijke
aangegane overeenkomst.
Aanvullend recht: recht, waarvan altijd, ook individueel en mondeling, mag worden
afgeweken.
1.4 De bevoegde rechter
Welke rechter is competent?
Absolute competentie: welk soort gerecht (rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad) is
bevoegd?
o Kantonrechter: arbeidszaken
o Sector civiel: geschillen tussen de bestuurder en de nv of bv waarvoor hij
werkzaam is.
o Rechter in eerste aanleg: rechter die als eerste absoluut bevoegd is om van een
geschil kennis te nemen.
o Dagvaarding
o verzoekschrift
De relatieve competentie: welke van de vele rechters van een bepaald soort is bevoegd.
, In welke plaats zal de zaak aanhangig moeten worden gemaakt?
o Arrondissement: bepaald gebied van een rechtbank.
o Vestigingsplaats: plaats waar kantonrecht gevestigd is.
o Kort geding: snel afgewikkelde, informele en grotendeels mondeling gevoerde
procedure voor spoedeisende gevallen.
o Voorzieningenrechter: naam rechter in kort geding.
Hoofdstuk 2 – Arbeidsovereenkomst
2.1 Indeling van overeenkomsten van werk
Het BW onderscheid drie overeenkomsten waarin het verrichten van arbeid centraal staat:
De arbeidsovereenkomst
De overeenkomst tot aanneming van werk
De overeenkomst van opdracht
2.2 Kenmerken van overeenkomsten van werk
1) de arbeidsovereenkomst
De ene partij, de werknemer, verbindt zich tegenover de andere partij, de werkgever,
arbeid te verrichten.
De werkgever verbint zich loon te betalen
De werknemer staat in dienst van de werkgever, dat wil zeggen: hij staat in een
gezagsverhouding tot de werkgever.
# gezagsverhouding (zie volgende paragraaf)
2) de overeenkomst tot aanneming van werk:
De ene partij, de aannemer, verbindt zich tegenover de andere partij, de aanbesteder,
een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren.
De aanbesteder verbindt zich een bepaalde prijs te betalen
Tussen aannemer en aanbesteder bestaan geen arbeidsovereenkomst
# stoffelijk voorwerp wordt tot stand gebracht.
3) De overeenkomst van opdracht
De ene partij, de opdrachtnemer, verbint zich tegenover de andere partij, de
opdrachtgever, werkzaamheden te verrichten.
Dit geschiedt anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst (geen
gezagsverhouding).
De werkzaamheden bestaan uit iets anders dan het tot stand bregen van een werk van
stoffelijke aard.
2.3 Gezagsverhouding
Er is sprake van gezagsverhouding als de werkgever gerechtigd is tijdens het werk eenzijdige
instructies aan de werknemer te geven, die deze heeft op te volgen.
Hoge Raad geeft 2 criteria aan waarop kan worden getoetst of een arbeidsovereenkomst
tussen partijen geldt:
1. Wat hebben partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst beoogd? >
partijbedoeling
2. Hoe hebben partijen vanaf het moment dat de overeenkomst is gaan ‘werken,
, feitelijk uitvoering aan de overeenkomst gegeven?
Formele gezagscriterium: alle kenmerken moeten in onderling verband in ogenschouw
worden genomen.
Materiele gezagscriterium: de gezagsverhouding tussen partijen.
Verschillende aanknopingspunten of het een formeel gezagscriterium is.
a) Wat is de mate van continuiteit van de betreffende arbeidsrelatie?
b) Wie draagt de eindverantwoordelijkheid voor het resultaat van de arbeid?
c) Wordt loon betaald op een wijze die gebruikelijk is bij de andere werknemers in de
onderneming? Geldt hetzelfde voor de andere arbeidsvoorwaarden?
2.4 Uitzendkracht
Uitzendkrachten worden ingezet door uitzendbureaus.
Waadi: wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs >o.a uitzendkracht hoeft niet meer
tijdelijk te zijn.
Driehoeksverhouding: binnen het uitzendwezen treffen we een driehoeksverhouding aan:
uitzendkracht, uitzendbureau en opdrachtgever.
Tweefasetheorie: zodra beide overeenkomen dat de uitzendkracht en uitzendbureau een
arbeidsovereenkomst voor de duur van de afgesproken periode, ongeacht of de
uitzendkracht verplicht was het aanbod te aanvaarden.
2.5 detacheren van werknemers
gedetacheerde werknemer: werkt op basis van een arbeidsovereenkomst bij zijn werkgever.
Als gevolg van bepaalde omstandigheden wenst de werkgever hem echer voor een bepaalde
periode ‘uit te lenen’ aan een andere werkgever.
2.6 afroepcontrectant/flexwerker
afroepcontractanten: personen die voor een ander arbeid verrichten, uitsluitend op de
momenten waarop deze laatste dat noodzakelijk acht.
De oproepkracht wordt op twee manieren beschermd:
invoering van een tweetal rechtsvermoedens > bewijsvoorsprong.
minimale garantie per oproep > per oproep heeft een werknemer altijd recht op ten
minstens drie uren loon.
Hoofdstuk 3 – Arbeidsovereenkomst – een inhoudelijke oriëntatie
3.15 Art. 7:658 BW: veiligheid in de onderneming
Werknemer moet zoveel mogelijk beschermd zijn tegen gevaren. Deze gevaren worden
verdeeld over 2 categorieen:
echte bedrijfsongevallen > lichaam wordt zichtbaar verminkt
levensbedreigende beroepsziekten
niet-nakoming van deze verplichting resulteert in vergeoding van de opgelopen schade,
tenzij de werkgever aantoont dat hij de in lid 1 genomend verplichtingen is nagekomen of
dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de
Hoofdstuk 1 – Terreinverkenning
1.1 Orientatie
Onzelfstandige beroepsbevolking: bestaat uit personen die zich tijdens hun werk in een
afhankelijkheidspositie bevinden te opzichte van een ander, namelijk de werkgever.
Private sector: arbeid verrichten
Publieke sector: personeel dat in dienst is van de overheid.
G- en G sector: gepremieerde en gesubsidieerde.
Zelfstandige beroepsbevolking: zijn tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden niet
onderworpen aan opdrachten van anderen.
1.2 Werkgever en werknemer: welke rechtsbronnen?
Het recht op de werkrelatie tussen werkgevers en werknemers is te vinden in de volgende
rechtsbronnen:
1. Het arbeidsovereenkomstenrecht > burgerlijk wetboek
2. Het vermogensrecht in het algemeen > verbintenis: rechtsbetrekking tussen minstens
2 partijen.
3. Overige wetten met betrekking tot de private sector
4. De jurisprudentie (rechtersrecht)
5. De cao
6. Het verdrag
1.3 Van dwingend recht tot aanvullend recht
Dwingend recht: recht, waarvan niet of niet ten nadele van de werknemer mag worden
afgeweken.
Driekwartdwingend recht: recht, waarvan uitsluitend kan worden afgeweken bij cao of bij
regeling door of namens een bevoegd bestuursorgaan. Van deze twee is de afwijking bij cao
van echt praktisch belang. Bij driekwartdwingend recht kunnen dus alleen de vakbonden en
de werkgevers(organisaties) in gezamenlijk overleg een andere regeling treffen dan die,
welke in de wet staat vermeld.
Semidwingend recht: recht, waarvan alleen kan worden afgeweken bij schriftelijke
aangegane overeenkomst.
Aanvullend recht: recht, waarvan altijd, ook individueel en mondeling, mag worden
afgeweken.
1.4 De bevoegde rechter
Welke rechter is competent?
Absolute competentie: welk soort gerecht (rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad) is
bevoegd?
o Kantonrechter: arbeidszaken
o Sector civiel: geschillen tussen de bestuurder en de nv of bv waarvoor hij
werkzaam is.
o Rechter in eerste aanleg: rechter die als eerste absoluut bevoegd is om van een
geschil kennis te nemen.
o Dagvaarding
o verzoekschrift
De relatieve competentie: welke van de vele rechters van een bepaald soort is bevoegd.
, In welke plaats zal de zaak aanhangig moeten worden gemaakt?
o Arrondissement: bepaald gebied van een rechtbank.
o Vestigingsplaats: plaats waar kantonrecht gevestigd is.
o Kort geding: snel afgewikkelde, informele en grotendeels mondeling gevoerde
procedure voor spoedeisende gevallen.
o Voorzieningenrechter: naam rechter in kort geding.
Hoofdstuk 2 – Arbeidsovereenkomst
2.1 Indeling van overeenkomsten van werk
Het BW onderscheid drie overeenkomsten waarin het verrichten van arbeid centraal staat:
De arbeidsovereenkomst
De overeenkomst tot aanneming van werk
De overeenkomst van opdracht
2.2 Kenmerken van overeenkomsten van werk
1) de arbeidsovereenkomst
De ene partij, de werknemer, verbindt zich tegenover de andere partij, de werkgever,
arbeid te verrichten.
De werkgever verbint zich loon te betalen
De werknemer staat in dienst van de werkgever, dat wil zeggen: hij staat in een
gezagsverhouding tot de werkgever.
# gezagsverhouding (zie volgende paragraaf)
2) de overeenkomst tot aanneming van werk:
De ene partij, de aannemer, verbindt zich tegenover de andere partij, de aanbesteder,
een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren.
De aanbesteder verbindt zich een bepaalde prijs te betalen
Tussen aannemer en aanbesteder bestaan geen arbeidsovereenkomst
# stoffelijk voorwerp wordt tot stand gebracht.
3) De overeenkomst van opdracht
De ene partij, de opdrachtnemer, verbint zich tegenover de andere partij, de
opdrachtgever, werkzaamheden te verrichten.
Dit geschiedt anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst (geen
gezagsverhouding).
De werkzaamheden bestaan uit iets anders dan het tot stand bregen van een werk van
stoffelijke aard.
2.3 Gezagsverhouding
Er is sprake van gezagsverhouding als de werkgever gerechtigd is tijdens het werk eenzijdige
instructies aan de werknemer te geven, die deze heeft op te volgen.
Hoge Raad geeft 2 criteria aan waarop kan worden getoetst of een arbeidsovereenkomst
tussen partijen geldt:
1. Wat hebben partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst beoogd? >
partijbedoeling
2. Hoe hebben partijen vanaf het moment dat de overeenkomst is gaan ‘werken,
, feitelijk uitvoering aan de overeenkomst gegeven?
Formele gezagscriterium: alle kenmerken moeten in onderling verband in ogenschouw
worden genomen.
Materiele gezagscriterium: de gezagsverhouding tussen partijen.
Verschillende aanknopingspunten of het een formeel gezagscriterium is.
a) Wat is de mate van continuiteit van de betreffende arbeidsrelatie?
b) Wie draagt de eindverantwoordelijkheid voor het resultaat van de arbeid?
c) Wordt loon betaald op een wijze die gebruikelijk is bij de andere werknemers in de
onderneming? Geldt hetzelfde voor de andere arbeidsvoorwaarden?
2.4 Uitzendkracht
Uitzendkrachten worden ingezet door uitzendbureaus.
Waadi: wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs >o.a uitzendkracht hoeft niet meer
tijdelijk te zijn.
Driehoeksverhouding: binnen het uitzendwezen treffen we een driehoeksverhouding aan:
uitzendkracht, uitzendbureau en opdrachtgever.
Tweefasetheorie: zodra beide overeenkomen dat de uitzendkracht en uitzendbureau een
arbeidsovereenkomst voor de duur van de afgesproken periode, ongeacht of de
uitzendkracht verplicht was het aanbod te aanvaarden.
2.5 detacheren van werknemers
gedetacheerde werknemer: werkt op basis van een arbeidsovereenkomst bij zijn werkgever.
Als gevolg van bepaalde omstandigheden wenst de werkgever hem echer voor een bepaalde
periode ‘uit te lenen’ aan een andere werkgever.
2.6 afroepcontrectant/flexwerker
afroepcontractanten: personen die voor een ander arbeid verrichten, uitsluitend op de
momenten waarop deze laatste dat noodzakelijk acht.
De oproepkracht wordt op twee manieren beschermd:
invoering van een tweetal rechtsvermoedens > bewijsvoorsprong.
minimale garantie per oproep > per oproep heeft een werknemer altijd recht op ten
minstens drie uren loon.
Hoofdstuk 3 – Arbeidsovereenkomst – een inhoudelijke oriëntatie
3.15 Art. 7:658 BW: veiligheid in de onderneming
Werknemer moet zoveel mogelijk beschermd zijn tegen gevaren. Deze gevaren worden
verdeeld over 2 categorieen:
echte bedrijfsongevallen > lichaam wordt zichtbaar verminkt
levensbedreigende beroepsziekten
niet-nakoming van deze verplichting resulteert in vergeoding van de opgelopen schade,
tenzij de werkgever aantoont dat hij de in lid 1 genomend verplichtingen is nagekomen of
dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de