Hoofdstuk 1 – Ethiek
Ethiek of moraalwetenschap is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de kritische bezinning
over het juist handelen. In algemene zin probeert ethiek de criteria vast te stellen om te kunnen
beoordelen of een handeling als goed of fout kan worden gekwalificeerd, en om de motieven en
consequenties van deze handeling te kunnen evalueren.
Moraal
Dit is het geheel van gedragsregelen die ons handelen bepalen. Er zijn verschillende moralen, denk
aan een persoonlijk moraal, groepsmoraal, maatschappelijk moraal. Een maatschappelijk moraal is
bijvoorbeeld de rechten van de mens of de tien geboden. Een moraal bestaat uit:
1. Waarden
Een opvatting over wat iemand als goed ervaart en daarom belangrijk en nastrevenswaardig vindt.
Er zijn twee soorten waarden:
Intrinsieke waarden: waarde dat onderdeel is van een hogere waarde (liefde)
Instrumentele waarde: dit is een waarde opzich (geluk)
Zo kan men kan liefde gebruiken om geluk te realiseren.
2. Normen
Dit zijn gedragsregels of richtlijnen voor het handelen. Zij helpen om waarden te realiseren.
De norm kan zijn dat ergens niet gerookt mag worden, met als onderliggende waarde gezondheid.
Er zijn drie soorten normen:
Relationele normen: gedragsverwachtingen over de omgang van mensen in de privésfeer
Professionele normen: gedragsregels die gelden in bepaalde beroepen of organisaties
Publieke normen: gedrag van burgers tegenover andere burgers (afval)
3. Deugden
Dit is een goede karaktereigenschap van een bepaald persoon (Aristoteles).
4. Zeden
Dit zijn tradities en gebruiken (bijv. ontgroening). Zeden moeten bijdragen aan het moraal.
Het verschil tussen waarden, normen en cultuur
Een waarde is een opvatting of principe, een doel, het betreft iets algemeens.
Een norm is een gedragsregel of verwachting, een middel en het is iets concreets.
Een cultuur is een samenhangend geheel van gewoonten, regels, opvattingen, waarden en
normen die mensen binnen een bepaalde maatschappij accepteren en naleven
De functie van de moraal
Maakt samenleven mogelijk
Geeft houvast: hoe hoor je je te gedragen en wat kun je van anderen verwachten?
Geeft richting
Elementen die de moraal kunnen beïnvloeden
Invloed van economisch denken (crisis)
Invloed van wetenschap en techniek
Toenemende mondialisering
Multiculturele samenleving (integratie versus segregatie)
Toename van individualisering en secularisatie
, Terugtredende overheid
Er zijn twee visies waarvan uit men een moraal kan bekijken
De absolute visie. Hierbij verandert het moraal niet: denk aan levensbeschouwingen.
De relatieve visie. Hierbij verandert het moraal onder invloed van bepaalde omstandigheden
zoals cultuur en de plaats.
Vanuit deze twee visies ontwikkelt zich een tweedeling:
Determinisme. Deze leer stelt dat de mens sociaal (Marx), psychisch (Freud) en
opvoedkundig (Kohlberg) bepaald is. Al de acties die de mens onderneemt, worden bepaald
door bepalende oorzaken die ervoor zorgen dat de mens automatisch een bepaald gedrag
volgt. Hij kiest er dus niet voor om dat gedrag te volgen.
Existentialisme. Deze leer stelt dat de ervaring van de mens niet te beschrijven is door
wetenschap. De mens kan volledig vrij denken en handelen.
Het antwoord bij de behandeling van de morele zaken moet je niet zoeken in het compromis model,
maar in het synthese model.
Ethiek
Gaat over goed en kwaad in het menselijk handelen
Een bepaalde manier van naar de werkelijkheid kijken
De studie die de reflectie op de moraal bestudeerd
Zowel ethiek als moraal verwijzen naar waarden en normen en de vraag over hoe mensen zich
behoren te gedragen.
Het verschil tussen een optiek en visie
Optiek
Dit is de manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt (benadering).
Visie
Dit is een standpunt of een mening.
Leest men bijvoorbeeld vanuit de ethische optiek een boek, gebruikt men dezelfde optiek, echter
kunnen de visies onderling sterk verschillen.
De ethische optiek houdt zich bezig over dat mensen zich behoren goed te handelen. Met goed
wordt bedoeld dat een handeling menswaardig is. De hoofdvraag luidt: ‘is ons handelen
menswaardig te noemen?’
De ethische optiek bestaat uit het goede, het behoren en het doen:
Descriptieve ethiek: menswaardigheid (het goede)
Mensen behoren goed te handelen. Beschrijvend en constaterend.
Prescriptieve ethiek of normatieve optiek (het behoren)
De ethische optiek stelt niet alleen vragen, maar houdt ook een norm voor, namelijk: wij
behoren moreel goed te handelen. Oordelend.
Praktische optiek (het doen)
De ethische optiek stelt ook dat je iets moet doen: namelijk het goede. Bijv. bedrijfsethiek.
Ethiek en filosofie
Ethiek is ontstaan uit de filosofie. Het gaat bij filosofie meer om de vragen dan om de antwoorden.
Het wordt ook wel de moeder van de wetenschappen genoemd, immers zonder filosofie zijn er geen
wetenschappen. De wetenschappen streven objectiviteit na. Echter is het niet mogelijk om uit te
gaan van zuivere objectiviteit dat ontdaan is van alle waarden en normen (Plato, grotmythe).
, Filosofie gaat over het stellen van wijsheidvragen die te maken hebben met zingeving: wat geeft er
zin aan mijn leven? Men hanteert hierbij de socratische methode: het principe van doorvragen.
Er zijn een aantal voorwaarden om te filosoferen
Logisch en systematisch nadenken, niet emotioneel
Zelfstandig en individualistisch denken
Verwondering, eureka (ik heb het), aha erlebnis, vragen stellen
Communicatie, filosofenscholen van o.a. Plato en Socrates
De waarde van filosofie is dat de mens zelfstandig leert nadenken waardoor hij onafhankelijk wordt.
De mens kan gezien worden als een ‘animale rationale’ oftewel ‘cogito ergo sum’ (ik denk dus ik ben,
Descartes).
In een organisatie zorgt filosofie en het voeren van ethische reflectie ervoor dat er verantwoorde
beslissingen worden genomen. Het verschil tussen filosofie en ethiek is dat ethiek naast het voeren
van vragen, ook oplossingen bedenkt. Dit maakt ethiek een praktische wetenschap met als
hoofdvraag: Hoe behoort de mens te handelen?
Ethische theorieën
Een ethische theorie is een opvatting over wat uiteindelijk menswaardig is. Er zijn er drie:
Beginselethische theorie
Motief, handeling en principes staan centraal
Deontologie (plicht) is specialisatie (Kant). Dit houdt in dat je moet doen wat je plicht is, die
wordt aangestuurd door je geweten. Veel levensbeschouwingen hebben deze ethische
theorie als uitgangspunt.
De deugden ethiek gaat uit van attitude (Aristoteles). Dit steunt op innerlijke waarden en
vaardigheden.
1. Gevolgenethiek
Deze ethiek kijkt naar het motief (intentie), de handeling en het resultaat. Echter staat alleen het
resultaat van de handeling centraal. Het uitgangspunt is: een handeling is moreel juist wanneer het
juiste resultaat wordt gerealiseerd. Er zijn binnen de gevolgenethiek drie soorten:
Hedonisme lust, genot
Een ethische theorie die er vanuit gaat dat alleen de handeling die als resultaat het meeste
genot levert, juist is. Het hedonisme stelt dat de mens van nature zoveel mogelijk probeert te
genieten. Epicurus heeft deze theorie bedacht. Hij is voorstander van het rederneren en je
verstand gebruiken en niet zomaar korte termijn beslissingen nemen.
Eudemonisme geluk
Een ethische theorie die streeft naar geluk (het gevoel van welbehagen dat ontstaat wanneer
er een harmonie is bereikt tussen innerlijk en omgeving). Deze theorie stelt dat alles wat
geluk bevorderd, goed is. De ethische norm is: mensen behoren geluk na te streven.
Geluk verschilt van genot omdat het langer duurt en de zintuigen geen grote rol spelen.
Utilisme nuttig
Een ethische theorie die er van uit gaat dat de handeling die de meeste nuttigheid oplevert,
ethisch juist is. Nuttigheid wil zeggen datgene dat voordeel opbrengt voor de mens. Deze
theorie is bedacht door J. Stuart Mill en Bentham. Het utilisme wijst op de nuttigheid van het
individu maar ook op die van de samenleving. Bentham stelde, net als A. Smith, dat de mens
van nature de drang heeft alleen zijn eigen voordeel belangrijk vindt. Zij vinden dit positief
omdat de mens zo gestimuleerd wordt maatschappelijk nuttige activiteiten te ondernemen.
J. Stuart Mill gaat nog verder en stelt dat een individu de taak heeft om mee te werken aan
het geluk van de samenleving.