Kernvragen OW (441082)
Definitie org. organizations are congeries of interdependent flows and activities linking shifting
coalitions of participants embedded in wider material- resource and institutional environments
Definitie ow systematic study and careful application of knowledge about how people- as
individuals and as groups- act within and between organizations
Organisatie is een sociale actor
- Vermogen om beslissingen te nemen
- Vertonen gedrag op basis van wilskracht
- Verantwoordelijkheid voor genomen beslissingen
Organisaties aanpakken van grote maatschappelijke en kleine alledaagse problemen
Organisaties beïnvloed individuen, categorieën, gemeenschappen en maatschappijen
Oorzaken van uitdagende vergelijking van kennis van en over organisaties
- Locatie (culturele en regionale context)
- Tijd ( tijdsgewricht en tijdspann)
- Publiek wie heeft implicaties voor wat en hoe
- Scope schaal (interorganizational of juist niet?)
Beginselen voor Organisatie
Afbakening Besturingsmanier
Natuurlijk systeem Rationeel systeem
niet alleen formele doelen. Gaat ervan uit dat Kijken naar organisatie met een specifiek doel,
organisatie een samenstelling van mensen is die waarop elke schakel uit de organisatie zich
een gemeenschappelijk doel nastreven, maar gericht geeft. Niet altijd met resultaat: verschil in
ook persoonlijk doel nastreven zoals promotie. gelijkwaardige ondernemingen en gelijke
Valt onder de informele structuren. condities. Niet gericht op persoon, maar op
- Koffieapparaat ontmoetingsplek voor gehele onderneming
het uitwisselingen van informele - Informatie wordt alleen uitgewisseld op
informatie. Informatie gaat via mensen de werkvloer
die elkaar ergens op een niet- werkplek
tegenkomen
- Rokersplek “
Plekken brengen informatie van ene naar andere
afdeling zonder de noodzaak van een
vergadering.
Legt aandacht op andere (doorslaggevende)
zaken
Beide systemen onder te verdelen in:
1. Open systeem externe factoren kunnen invloed uitoefenen op manier waarop organisatie
op zich zelf werkt. Voorbeelden: Stakeholders, Markt waarop organistatie zich richt. Kennis,
kunde en rollen van buitenaf meenemen.
2. Gesloten Systeem externe factoren hebben geen invloed op manier waarop organisatie op
zich zelf werkt.
Switchen tussen natuurlijk en rationeel systeem
,Drie typen relaties tussen wetenschap en management/ bestuur:
- Technocratische (wetenschap is de baas)
- Ideologische (opvattingen en ideologieen van bestuurders zijn de baas)
- Kritisch/ gelijkwaardige (beslissingen genomen in dialoog tussen beide)
Absorptie bedrijf gaat internationaliseren, wanneer een bedrijf een bepaalde handeling voor de
productie van een goed, dat eerst uitbesteedt werd aan een andere organisatie, zelf gaat uitvoeren
3 zaken met terugwerkende kracht op absorptie
1. Grenzen van organisaties beschermen mate van absorptie
2. Internalization Externalization
Internalization benodigde activiteiten internaliseren, dus zelf verzorgen
Externalization Gespecialiseerde aandeel zelf uitvoeren, de rest uitbesteden.
Deze afwenteling zorgt vaak voor grote samenwerkingsnetwerken
3. Verticaal Horizontaal:
Horizontalisering kennis uitwisselen op een informele manier
Verticaal vooral hiërarchische bestuursvorm en erg formeel, zonder enige kans op
zelfontplooiing. Deze logheid kan uiteindelijk resulteren in een achterstand
Organisaties essentieel voor samenleving
- Domineren de maatschappij
- Vele taken uit de zorg uitgevoerd door organisaties
- Sommige functies mogen niet meer door autonome personen uitgevoerd worden (medisch)
Organisaties brachten activiteiten onder hun eigen personeel.
Organisaties absorberen het voor hun bruikbare personeel uit de maatschappij.
Organisaties aanpassen vanwege logheid Gevolg is veroudering, achterstand
- Gevolg van deze tendens specialisatie outsourcen, uitbesteden aan andere organisaties
Centrale vragen:
1. Hoe functioneren organisaties op intern gebied en structuur?
2. Hoe gedragen organisaties zich naar omgevende schakels?
3. Welke invloed hebben organisaties op sociale systemen in welke zij zichzelf bevinden?
4. Hoe is er uiteindelijk een organisatorische samenleving ontstaan?
Organisaties zorgen voor dynamiek binnen de maatschappij
Afwezigheid van ultieme succesformule
Concrete wetenschap dankzij beginselen van de mens zelf.
Oerdisciplines gebruiken om organisaties te begrijpen.
Multidisciplinair meerdere disciplines claimen relevante bijdrage aan bestuderen van organisaties
Relevantie verleden van organisaties en haar omgeving
- Verleden van organisatie heeft invloed op toekomst van organisatie
- Organisaties die met een imago uit het verleden te maken hebben
Lock- in keuzes die gemaakt zijn door een dominant design, die beperken in verdere keuzes zoals
bijvoorbeeld toetsenbord (Qwerty)
Geschiedenis redenen waarom verleden relevant is klassiekers zijn nuttig omdat:
- Scholieren werken vanuit verschillende tradities
- Signifiers (betekenaars) wereldwijde referentie naar klassiekers
, - Inspiratie nieuw theoretisch en empiristisch onderzoek stimuleren
Functies van klassiekers:
1. Touchstones: voorbeelden
2. Provide developmental tasks
Adam Smith Specialisatie taken opdelen in deelbewerkingen stijging productiviteit
Max Weber Bureaucratie taken en bevoegdheden afbakenen richtlijn voor mensen
Fayol en Taylor Standaardisatie hogere productkwaliteit
Henry Ford Fordisme lopende band
Elton Mayo Gedragssructuur
Schuingedrukt Rationalisme
Onderstreept Naturalisme
Max Weber bureacratie vorm van organisatiestructuur, in welke mensen verantwoordelijk
gehouden kunnen worden voor hun acties, omdat zij volgens standaardregels en procedures moeten
werken.
- Duidelijke hierarchie of autoriteit
- Personeel aangenomen door examen, training of opleiding
- Individuele prestaties strict geleid door regels, discipline en controlole
Top Down Fayol 2 functies
- Coördinatie 4 instrumenten
1. Scalar hierarchie
2. Unity of command één leider
3. Span of control zo groot mogelijke groep toezicht houden
4. Exceptions principle geroutineerde elementen behandeld door lower level employees
- Specialisatie richten op een bepaald doel
1. Departmentalization principle meerdere taken uitvoeren binnen eenzelfde afdeling
2. Line functions directe bijdrage bij nastreven van primary goals
3. Staff functions lagere activiteiten, geen directe bijdrage (voor de lagere afdelingen)
Bottom Up Taylor
- Simplificatie van taken makkelijker personeel opleiden
- Sleutel naar effectief management onderzoek naar zinloze stappen binnen organisatie
Verandering van klassieke management naar management Taylor en Fayol door:
- Meer focus op het sociale deel van organisatie
- Verschuiving van normatief (wat een organisatie moet zijn) naar descriptive (wat de
organisatie eigenlijk is)
- Variaties in organisaties benodigden variaties in structure and management practice
Law of requisite variety hoe groter de variëteit van handelingen in een systeem, des te
groter de variëteit van verstoringen die gecompenseerd kunnen worden.
Contingent tengengesteld van noodzakelijkheid
- Worker satisfaction weg naar effectiviteit goede workforce
Oorspronkelijke denkwijze enigszins veranderd, meer rekening gehouden met sociale aspect van
een organisatie, in plaats van het alleen maar streven naar effectiviteit
Definitie org. organizations are congeries of interdependent flows and activities linking shifting
coalitions of participants embedded in wider material- resource and institutional environments
Definitie ow systematic study and careful application of knowledge about how people- as
individuals and as groups- act within and between organizations
Organisatie is een sociale actor
- Vermogen om beslissingen te nemen
- Vertonen gedrag op basis van wilskracht
- Verantwoordelijkheid voor genomen beslissingen
Organisaties aanpakken van grote maatschappelijke en kleine alledaagse problemen
Organisaties beïnvloed individuen, categorieën, gemeenschappen en maatschappijen
Oorzaken van uitdagende vergelijking van kennis van en over organisaties
- Locatie (culturele en regionale context)
- Tijd ( tijdsgewricht en tijdspann)
- Publiek wie heeft implicaties voor wat en hoe
- Scope schaal (interorganizational of juist niet?)
Beginselen voor Organisatie
Afbakening Besturingsmanier
Natuurlijk systeem Rationeel systeem
niet alleen formele doelen. Gaat ervan uit dat Kijken naar organisatie met een specifiek doel,
organisatie een samenstelling van mensen is die waarop elke schakel uit de organisatie zich
een gemeenschappelijk doel nastreven, maar gericht geeft. Niet altijd met resultaat: verschil in
ook persoonlijk doel nastreven zoals promotie. gelijkwaardige ondernemingen en gelijke
Valt onder de informele structuren. condities. Niet gericht op persoon, maar op
- Koffieapparaat ontmoetingsplek voor gehele onderneming
het uitwisselingen van informele - Informatie wordt alleen uitgewisseld op
informatie. Informatie gaat via mensen de werkvloer
die elkaar ergens op een niet- werkplek
tegenkomen
- Rokersplek “
Plekken brengen informatie van ene naar andere
afdeling zonder de noodzaak van een
vergadering.
Legt aandacht op andere (doorslaggevende)
zaken
Beide systemen onder te verdelen in:
1. Open systeem externe factoren kunnen invloed uitoefenen op manier waarop organisatie
op zich zelf werkt. Voorbeelden: Stakeholders, Markt waarop organistatie zich richt. Kennis,
kunde en rollen van buitenaf meenemen.
2. Gesloten Systeem externe factoren hebben geen invloed op manier waarop organisatie op
zich zelf werkt.
Switchen tussen natuurlijk en rationeel systeem
,Drie typen relaties tussen wetenschap en management/ bestuur:
- Technocratische (wetenschap is de baas)
- Ideologische (opvattingen en ideologieen van bestuurders zijn de baas)
- Kritisch/ gelijkwaardige (beslissingen genomen in dialoog tussen beide)
Absorptie bedrijf gaat internationaliseren, wanneer een bedrijf een bepaalde handeling voor de
productie van een goed, dat eerst uitbesteedt werd aan een andere organisatie, zelf gaat uitvoeren
3 zaken met terugwerkende kracht op absorptie
1. Grenzen van organisaties beschermen mate van absorptie
2. Internalization Externalization
Internalization benodigde activiteiten internaliseren, dus zelf verzorgen
Externalization Gespecialiseerde aandeel zelf uitvoeren, de rest uitbesteden.
Deze afwenteling zorgt vaak voor grote samenwerkingsnetwerken
3. Verticaal Horizontaal:
Horizontalisering kennis uitwisselen op een informele manier
Verticaal vooral hiërarchische bestuursvorm en erg formeel, zonder enige kans op
zelfontplooiing. Deze logheid kan uiteindelijk resulteren in een achterstand
Organisaties essentieel voor samenleving
- Domineren de maatschappij
- Vele taken uit de zorg uitgevoerd door organisaties
- Sommige functies mogen niet meer door autonome personen uitgevoerd worden (medisch)
Organisaties brachten activiteiten onder hun eigen personeel.
Organisaties absorberen het voor hun bruikbare personeel uit de maatschappij.
Organisaties aanpassen vanwege logheid Gevolg is veroudering, achterstand
- Gevolg van deze tendens specialisatie outsourcen, uitbesteden aan andere organisaties
Centrale vragen:
1. Hoe functioneren organisaties op intern gebied en structuur?
2. Hoe gedragen organisaties zich naar omgevende schakels?
3. Welke invloed hebben organisaties op sociale systemen in welke zij zichzelf bevinden?
4. Hoe is er uiteindelijk een organisatorische samenleving ontstaan?
Organisaties zorgen voor dynamiek binnen de maatschappij
Afwezigheid van ultieme succesformule
Concrete wetenschap dankzij beginselen van de mens zelf.
Oerdisciplines gebruiken om organisaties te begrijpen.
Multidisciplinair meerdere disciplines claimen relevante bijdrage aan bestuderen van organisaties
Relevantie verleden van organisaties en haar omgeving
- Verleden van organisatie heeft invloed op toekomst van organisatie
- Organisaties die met een imago uit het verleden te maken hebben
Lock- in keuzes die gemaakt zijn door een dominant design, die beperken in verdere keuzes zoals
bijvoorbeeld toetsenbord (Qwerty)
Geschiedenis redenen waarom verleden relevant is klassiekers zijn nuttig omdat:
- Scholieren werken vanuit verschillende tradities
- Signifiers (betekenaars) wereldwijde referentie naar klassiekers
, - Inspiratie nieuw theoretisch en empiristisch onderzoek stimuleren
Functies van klassiekers:
1. Touchstones: voorbeelden
2. Provide developmental tasks
Adam Smith Specialisatie taken opdelen in deelbewerkingen stijging productiviteit
Max Weber Bureaucratie taken en bevoegdheden afbakenen richtlijn voor mensen
Fayol en Taylor Standaardisatie hogere productkwaliteit
Henry Ford Fordisme lopende band
Elton Mayo Gedragssructuur
Schuingedrukt Rationalisme
Onderstreept Naturalisme
Max Weber bureacratie vorm van organisatiestructuur, in welke mensen verantwoordelijk
gehouden kunnen worden voor hun acties, omdat zij volgens standaardregels en procedures moeten
werken.
- Duidelijke hierarchie of autoriteit
- Personeel aangenomen door examen, training of opleiding
- Individuele prestaties strict geleid door regels, discipline en controlole
Top Down Fayol 2 functies
- Coördinatie 4 instrumenten
1. Scalar hierarchie
2. Unity of command één leider
3. Span of control zo groot mogelijke groep toezicht houden
4. Exceptions principle geroutineerde elementen behandeld door lower level employees
- Specialisatie richten op een bepaald doel
1. Departmentalization principle meerdere taken uitvoeren binnen eenzelfde afdeling
2. Line functions directe bijdrage bij nastreven van primary goals
3. Staff functions lagere activiteiten, geen directe bijdrage (voor de lagere afdelingen)
Bottom Up Taylor
- Simplificatie van taken makkelijker personeel opleiden
- Sleutel naar effectief management onderzoek naar zinloze stappen binnen organisatie
Verandering van klassieke management naar management Taylor en Fayol door:
- Meer focus op het sociale deel van organisatie
- Verschuiving van normatief (wat een organisatie moet zijn) naar descriptive (wat de
organisatie eigenlijk is)
- Variaties in organisaties benodigden variaties in structure and management practice
Law of requisite variety hoe groter de variëteit van handelingen in een systeem, des te
groter de variëteit van verstoringen die gecompenseerd kunnen worden.
Contingent tengengesteld van noodzakelijkheid
- Worker satisfaction weg naar effectiviteit goede workforce
Oorspronkelijke denkwijze enigszins veranderd, meer rekening gehouden met sociale aspect van
een organisatie, in plaats van het alleen maar streven naar effectiviteit