Samenvatting nieuwe styl. Hier tref je een samenvatting aan waarbij de examenvragen erin zijn
verwerkt. Na het leren van dit examen haal je een voldoende.
Motivatie: een prikkel die je hebt of krijgt waardoor je iets wel of niet wilt doen.
Interinsieke motivatie: de prikkel die ervoor zorgt dat je iets wilt doen vanuit je zelf komt.
Extrinsieke motivatie: de prikkel wordt beïnvloed door zaken die buiten jou liggen.
De 4 motivatietheorieën
1. Verwachtingstheorie van Vroom: Gaat er vanuit dat mensen gemotiveerd zijn als de
uitkomsten van de dingen die ze doen aansluiten bij de verwachtingen die ze erbij hebben.
(MEIV) Motivatie; Verwachting; gaat het lukken om de doel te bereiken? Instrumentaliteit; wat
houdt de beloning in? Waardering; hoe waardevol is de beloning.
2. Attributietheorie: de manier waarop mensen hun gedrag verklaren.
1 Intern attributie: verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag bij onrustige kinderen.
Extern attributie: oorzaak van gedrag van de kinderen ligt buiten je zelf.
Attributiefout: wanneer een kind vervelende gebeurtenissen steeds intern attribueert en leuke
dingen extern.
Dimensies: het begrijpen hoe kinderen denken over successen die ze behalen of fouten die ze
maken. Deze theorie bestaat uit:
Locatie; interne of externe oorzaak. Duur >> tijdelijk geluk zoals gokken >> permanent
vaardigheden die je hebt . Beheersbaarheid inzet oorzaken die je zelf in de hand hebt.
3. Doeloriëntatietheorieën >> kan je 2 doelen hebben
presentatie doel: richt zich op het behalen van een goede eindresultaat
leerdoel: richt zich op het leerproces dan op het resultaat. Je wilt ergens beter in worden.
4. Zelfdeterminatietheorie: volgens deze theorie hebben mensen relatie; autonomie;
competentie nodig om gemotiveerd aan het werk te gaan.
Cultuur: een geheel van normen en waarden dat mensen aan elkaar overdragen. Een eigen manier
van voelen denken en doen.
Milieuspecifieke socialisatie: geeft aan welke leefomstandigheden bij een gezin horen. Zoals
inkomen, huisvesting, leefstijl en beroep.
Geslachtspecifieke socialisatie: geeft aan dat je andere normen en waarden hanteert voor jongens
dan voor meisjes. Rolpatronen.