Hoofdstuk 1 - Omgevingsinvloeden........................................................................................................2
1.1 - Organisaties................................................................................................................................2
1.2 - Partijen.......................................................................................................................................2
1.3 - Omgevingsfactoren....................................................................................................................3
Hoofdstuk 3 - Digitale transformatie......................................................................................................6
3.2 - Fasen van digitale transformatie................................................................................................6
3.3 - Belangrijke technologieën voor digitale transformatie..............................................................7
3.4 - De impact van digitale transformatie.........................................................................................8
3.5 - Voorwaarden voor een succesvolle digitale transformatie........................................................9
Hoofdstuk 4 - Internationalisering........................................................................................................10
4.1 - Inleiding....................................................................................................................................10
4.4 - Internationaal management.....................................................................................................10
Hoofdstuk 5 - MVO, Corporate Governance en ethisch handelen........................................................12
5.1 - Inleiding MVO / duurzaam ondernemen / maatschappelijk ondernemen...............................12
5.2 - Inleiding Corporate Governance...............................................................................................18
5.3 - Inleiding bedrijfsethiek.............................................................................................................20
Hoofdstuk 9..........................................................................................................................................22
9.3 - Besluitvorming..........................................................................................................................22
1
,Hoofdstuk 1 - Omgevingsinvloeden
1.1 - Organisaties
Omgevingsinvloeden:
- Partijen (transactioneel): wederzijdse invloed van partijen op organisatie
en andersom.
- Omgevingsfactoren (contextueel): eenzijdige invloed van
omgevingsfactoren op organisatie.
1.2 - Partijen
Afnemers
- Bestaansrecht organisatie door voorzien in behoeften van afnemers aan
producten diensten.
- Behoeften van afnemers veranderen, wat leidt tot nieuwe producten.
- Klantverlies bij onvoldoende inspelen op klantenbehoeften.
Leveranciers
- Eisen aan leveranciers m.b.t. kwaliteit, prijsniveau en levertijd.
- Keuze van leveranciers verandert over de tijd, van lokale tot
internationale leveranciers.
- ‘Just in time’-leveringen zorgen voor minder voorraden.
Concurrentie
- Bepaalt speelruimte van organisatie op de markt qua productaanbod,
prijsniveau, kwaliteitsniveau en de keuze van distributiekanalen.
- Concurrentiepositie van organisatie bepalen door traceren en
analyseren van concurrentie.
Vermogensverschaffers
- Relatie met vermogensverschaffers nodig voor continuïteit van
organisatie.
- Geldkraan dicht bij ontevreden vermogensverschaffers.
- Vaak vertegenwoordigd in een toezichthoudend orgaan (bijv. raad van
commissarissen).
Werknemers
- Kritische succesfactor binnen organisaties.
- Steeds grotere rol bij product- en organisatie-innovaties en
kwaliteitsverbeteringen.
- Medezeggenschap, meer invloed in organisatie.
- 21e eeuw-werknemers zijn hoger opgeleid, geëmancipeerder en
individualistischer dan werknemers van de 20e eeuw. Organisaties
moeten hierop inspelen.
Belangenorganisaties
- Organisaties die belangen van bepaalde groep mensen behartigen.
Voorbeelden: werknemers (vakbonden), werkgevers (VNO-NCW),
consumenten (Consumentenbond), milieuactivisten (Greenpeace), etc.
Overheidsinstellingen
- Regelgeving, toezien op het naleven van overheidsbeleid.
Media
- Informatietijdperk zorgt voor belangrijke rol van media.
2
, - Publieke opinie wordt beïnvloed door media.
- Social media steeds belangrijker.
Machtspositie: mate van invloed die partij heeft op dat moment heeft op
organisatie.
1.3 - Omgevingsfactoren
Milieufactoren
Klimaatakkoord: opwarming aarde onder 2oC houden t.o.v. pre-industriële
tijdperk en stoppen van gebruik van fossiele brandstoffen.
Nationaal klimaatakkoord in Nederland: broeikasgassen / CO 2-uitstoot
verminderen.
Bijvoorbeeld door: hergebruik van grondstoffen, elektrisch rijden, producten
maken die gericht zijn op verbetering van milieu, milieuvriendelijke
productieprocessen.
Maatschappelijke transitie: burgers, overheid en organisaties moeten investeren
om energie- en klimaatambities te realiseren. Gevolg: veranderende
arbeidsvraag en nieuwe vaardigheden nodig.
Dimensies milieu-uitdaging:
1. Schoonmaken van huidige activiteiten: milieueffecten analyseren en
milieuzorg invoeren.
2. Benutten van nieuwe kansen: duurzame ontwikkeling, nieuwe producten
en diensten.
3. Werken aan duurzame toekomst: visie en maatregelen opstellen t.b.v.
duurzame toekomst.
Technologische factoren
Technologische ontwikkeling -> nieuwe productiemethoden en innovaties van
goederen en diensten.
Marktgedreven proces, door concurrentiestrijd waarbij behoefte is aan nieuwe en
kwalitatief verbeterde goederen en diensten.
Invloed van informatietechnologie (o.a. communicatienetwerken):
1. De wijze waarop werk wordt verricht zal fundamenteel veranderen.
o Reducering van ‘afstand en tijd’.
o Informatie snel beschikbaar door elektronische databanken.
2. Een integratie van functies.
o Binnen organisaties.
o Tussen organisaties (elektronische markten: openmarktsituatie,
coördinatie tussen verschillende organisaties).
3. Verandering in schaalvoordelen en besluitvorming.
o Uitwisseling en verspreiding van informatie en afstemming van
activiteiten tussen medewerkers verloopt sneller, waardoor
afstemmingskosten dalen.
Demografische factoren
De omvang, groei en samenstelling van de bevolking.
- Migratie: steeds hoger percentage allochtone bevolking.
- Leeftijdsstructuur: vergrijzing neemt toe.
Gevolg: stijging collectieve uitgaven. Daartegenover staat een positieve
invloed van de inkomsten van de overheid.
3