Hoorcollege 1: introductiecollege en perspectieven psychologie
Definitie psychologie
Letterlijk: ‘studie van de geest’
Wetenschap die de ervaringen (gedachten, gevoelens) en het gedrag van de mens als
individu en als groep bestudeert
Competenties verpleegkundige
- De verpleegkundige stelt op basis van klinisch redeneren de behoefte aan verpleegkundige
zorg vast op lichamelijk, psychisch, functioneel en sociaal gebied, indiceert en verleent deze
zorg in complexe situaties, volgens het verpleegkundig proces, op basis van evidence-based
practice.
- De verpleegkundige gaat een vertrouwensrelatie aan, werkt effectief samen vanuit het
principe van gezamenlijke besluitvorming met de zorgvrager en diens naasten en
ondersteunt hen in het zelfmanagement.
- De verpleegkundige bevordert de gezondheid van de zorgvrager of groepen zorgvragers door
het organiseren en toepassen van passende vormen van preventie die zich ook richten op
het bevorderen van het zelfmanagement en het gebruik van eigen netwerk van de
zorgvrager.
Concrete voorbeelden?
- Patiënt motiveren medicijnen in te nemen
- Patiënt motiveren uit bed te komen
- Patiënten leren een stoma te verzorgen
- Patiënten helpen omgaan met pijn
- Patiënten bijstaan in verdriet
- Adequaat omgaan met mensen met een psychische stoornis
- Patiënt informatie geven
6 perspectieven van de psychologie
1. Biologische perspectief
2. Cognitieve perspectief
3. Behaviouristische persepctief
4. Perspectieven van de gehele persoon (HC2)
5. Ontwikkelingsperspectief
6. Socio-culturele perspectief
Naaldfobie
angst of paniekaanval bij het zien van een naald. Injectie leidt tot:
Flauwvallen
Lage bloeddruk
Zwakke hartslag
Soms hartstilstand
Patiënt ziet angst als irrationeel
Medische zorg vermijden uit angst voor injectie serieuze gezondheidsproblemen
Biologisch perspectief
Gedrag wordt verklaard door functioneren van genen, hersenen, zenuwstelsel, hormoonstelsel
Naaldangst:
Hersenen erbij betrokken?
, Signaal dat naar de hersenen gaat?
Hormonale/fysiologische/chemische processen?
Hartslag/bloeddruk/ademhaling?
Genetisch?
Functie voor overleving van de mens?
Oplossing voor naaldfobie?
Angstboodschap niet doorgeven aan de hersenen: een roesje (lachgas)
Diazepam geven om patiënt te helpen ontspannen
Cognitieve perspectief
Gedrag wordt bepaald door interpretaties/gedachten (cognities) over onze omgeving
Naaldangst:
De naald veroorzaakt niet de angst, de gedachten over de naald veroorzaken de angst
Dit is eng, dit kan ik niet aan, dit doet vreselijk pijn, ik ga flauwvallen, de naald breekt af
angst!!
Oplossing voor naaldfobie
Cognitieve gedragstherapie (voorbeeld RET therapie):
Irrationele gedachten over naald/injectie aanpakken.
1. Onderzoek: welke gedachten heb ik?
2. Veranderen: kloppen mijn gedachten wel? Wat zijn meer rationele gedachten?
Behaviouristische perspectief
Gedrag ontstaat als reactie op stimuli (prikkels) uit de omgeving (consequenties)
- Blootstelling (exposure) aan de stimulus prik van een naald
- Reactie (respons) = pijn & angst (voor volgende prik)
Stimulus – respons – leren
- Angst is aangeleerd door een negatieve ervaring met naalden (=conditionering)
Oplossing voor naaldfobie:
- Angst afleren door ‘deconditionering’ = blootstelling (exposure) aan de gevreesde situatie
Voorbeeld: systematische desensitisatie
Perspectieven vanuit de gehele persoon
1. Onveranderbare persoonlijkheidskenmerken / eigenschappen (BIG FIVE)
2. Volgens de psycho-analyse van Freud waarbij het onbewuste een grote rol speelt
3. Volgens de humanistische stroming (Maslow/Rogers)
Ontwikkelingsperspectief
Gedrag wordt bepaald door interactie tussen erfelijke eigenschappen en onze omgeving
- Welke levert het grootste aandeel: genen/omgeving? (nature/nurture – debat)
Oplossing voor naaldfobie:
- Onderzoek doen naar genen die naald-angst kunnen veroorzaken en deze opsporen en
modificeren (=misschien ooit toekomst?)
- Onderzoek doen naar aandeel nature/nurture:
o Eeneiige (monozygote) tweeling met andere omgeving?
Socioculturele perspectief
Gedrag wordt bepaald door de sociale situatie en/of de cultuur waarin je je bevindt (kracht
van de situatie)
Naaldangst?
- Voorbeeldgedrag van directe omgeving (familie) beïnvloedt angst
- Ziekenhuisomgeving/artsen/verpleegkundigen/medepatiënten in de wachtkamer
beïnvloeden angst
- Cultuur: China en Japan, niet toegestaan negatieve emoties in het openbaar te uiten
- Verschil tussen mannen en vrouwen in uiten emoties (woede/verdriet)