Zakelijk schrijven 1:
Overzicht van powerpoint sheets
Kopjes
Wat wil de lezer weten, welke vragen heeft de lezer. Geef in de kopjes richting.
Doelen van teksten:
• Informeren
• Overtuigen
• Amuseren
• Activeren/overhalend
Fases van het schrijfproces:
• Voorbereidende fase
◦ Onderwerp kiezen
◦ Doel en publiek vaststellen
◦ Informatie opzoeken
◦ Centrale vraag en deelvragen opstellen
◦ Schrijfplan opstellen
• Uitvoerende fase/schrijven
◦ Schrijfpapier uitwerken tot volledige tekst
◦ Centrale vraag en deelvragen bijstellen
• Redigeren
◦ Tekst verbeteren (taal, stijl, spelling)
Voorbereidende fase:
• Onderwerp bedenken
• Informatie opzoeken - inlezen
◦ Bronnen selecteren
• Centrale vraag en deelvragen opstellen
• Schrijfplan opstellen
Centrale vraag:
• Centrale vraag is de grondslag voor je stuk. (Belangrijkste vraag)
• Vereisten:
◦ Open vraag
◦ Specifiek
◦ Neutraal geformuleerd
◦ Helder geformuleerd
• Verschillende soorten centrale vragen:
◦ Beschrijvende vraag
▪ Kenmerken, eigenschappen, aspecten
▪ Wat, in hoeverre, wanneer, hoe en welke
◦ Verklarende vraag
▪ Verklaring, oorzaak, reden
▪ Waarom, wat is de reden, hoe komt het
◦ Evaluerende vraag
▪ Beoordeling, waardering door onderzoeker
▪ Wat is goed, wenselijk, beter, noodzakelijk
◦ Adviserende vraag
▪ Oplossing zoeken
, ▪ Wat raad ik aan, wat moet er gedaan worden
◦ Tekstdoel
▪ Moet verband zijn tussen tekstdoel en centrale vraag
▪ Informeren
▪ Beschrijven: wat is een onrechtmatige daad?
▪ Verklaren: hoe komt het dat studieboeken zo duur zijn?
▪ Evalueren: wat is het effect geweest van het verhogen
van de BAS-norm?
▪ Overtuigen
▪ Adviseren: Hoe kan de opleidingscommissie meer
bekendheid krijgen onder studenten?
◦ Let op: het doel van een onderzoek is iets anders dan het doel van een tekst.
Deelvragen:
Voorbeeld:
Op welke wijze dragen financiële straffen bij aan speciale preventie?
Mogelijke deelvragen:
• Wat is speciale preventie?
• Wat zijn financiële straffen?
• In welke gevallen worden financiële straffen opgelegd?
• Waarom worden financiële straffen opgelegd?
• Wat is het effect van financiële straffen?
Schrijfplan:
• Verplicht
◦ Aanleiding
◦ Lezersdoelgroep
◦ Schrijfdoel
◦ Centrale vraag
◦ Deelvragen (welke vragen moet je eerst hebben beantwoord om de centrale
vraag te kunnen beantwoorden)
• Niet verplicht
◦ Onderzoeksdoel
◦ Voorlopige indeling van de tekst
◦ Kernboodschap (voorlopig antwoord op de centrale vraag)
◦ Bronnenlijst
Structuur van een tekst:
• Inleiding - kern - slot
• Structurering binnen de kern -> ordenen van je materiaal
• Voordelen van goede ordening:
◦ Scheiden van hoofd- en bijzaken
◦ Schrijven gaat sneller
◦ Tekst wordt duidelijker
Mindmap:
• Zet het onderwerp van je tekst midden op een vel papier
• Zet daaromheen woorden, kreten, plaatjes, enz. die je associeert met je onderwerp.
, • Orden de gemaakte mijnramp: wat hoort bij elkaar? Wat is belangrijk en wat is
minder belangrijk?
Vaste tekststructuren:
• probleemstructuur
• maatregelstructuur
• evaluatiestructuur
• opiniestructuur
• handelingsstructuur
• onderzoeksstructuur
6W&H
• Wat
◦ wat is er gebeurd, wat wil je omschrijven, wat houdt de maatregel in, wat
evalueer je?
• Waarom
◦ waarom is het gebeurd
• Wie
◦ wie heeft het gedaan, wie is erbij betrokken
• Waartoe
◦ wat zijn de gevolgen, wat is het doel, wat willen de betrokkenen bereiken
• Wanneer
◦ wanneer is het gebeurd / gaat het gebeuren
• Waar
◦ waar is het gebeurd
• Hoe
◦ hoe is het gebeurd
Kernboodschap:
• Ultrakorte samenvatting van de tekst
• Vaak: antwoord op de centrale vraag
• Belangrijk omdat
◦ je hele tekst eigenlijk een uitwerking van de kernboodschap is
Inleiding:
• Onderwerp
• Aanleiding
• Schrijfdoel
• Centrale vraag en deelvragen
• Leeswijzer
Structuur in de kern:
• Logische opbouw
◦ Chronologisch
◦ Eerst algemeen, dan specifiek
◦ Kort ingaan op bezwaren of tegenargumenten, dan je eigen argumenten
◦ Volgorde argumenten: zilver, brons, goud
• Tekst heeft verschillende niveau’s
◦ Tekst - hoofdstuk - paragraaf - alinea - zin
◦ Op elk niveau heb je het steeds over één deelonderwerp
Overzicht van powerpoint sheets
Kopjes
Wat wil de lezer weten, welke vragen heeft de lezer. Geef in de kopjes richting.
Doelen van teksten:
• Informeren
• Overtuigen
• Amuseren
• Activeren/overhalend
Fases van het schrijfproces:
• Voorbereidende fase
◦ Onderwerp kiezen
◦ Doel en publiek vaststellen
◦ Informatie opzoeken
◦ Centrale vraag en deelvragen opstellen
◦ Schrijfplan opstellen
• Uitvoerende fase/schrijven
◦ Schrijfpapier uitwerken tot volledige tekst
◦ Centrale vraag en deelvragen bijstellen
• Redigeren
◦ Tekst verbeteren (taal, stijl, spelling)
Voorbereidende fase:
• Onderwerp bedenken
• Informatie opzoeken - inlezen
◦ Bronnen selecteren
• Centrale vraag en deelvragen opstellen
• Schrijfplan opstellen
Centrale vraag:
• Centrale vraag is de grondslag voor je stuk. (Belangrijkste vraag)
• Vereisten:
◦ Open vraag
◦ Specifiek
◦ Neutraal geformuleerd
◦ Helder geformuleerd
• Verschillende soorten centrale vragen:
◦ Beschrijvende vraag
▪ Kenmerken, eigenschappen, aspecten
▪ Wat, in hoeverre, wanneer, hoe en welke
◦ Verklarende vraag
▪ Verklaring, oorzaak, reden
▪ Waarom, wat is de reden, hoe komt het
◦ Evaluerende vraag
▪ Beoordeling, waardering door onderzoeker
▪ Wat is goed, wenselijk, beter, noodzakelijk
◦ Adviserende vraag
▪ Oplossing zoeken
, ▪ Wat raad ik aan, wat moet er gedaan worden
◦ Tekstdoel
▪ Moet verband zijn tussen tekstdoel en centrale vraag
▪ Informeren
▪ Beschrijven: wat is een onrechtmatige daad?
▪ Verklaren: hoe komt het dat studieboeken zo duur zijn?
▪ Evalueren: wat is het effect geweest van het verhogen
van de BAS-norm?
▪ Overtuigen
▪ Adviseren: Hoe kan de opleidingscommissie meer
bekendheid krijgen onder studenten?
◦ Let op: het doel van een onderzoek is iets anders dan het doel van een tekst.
Deelvragen:
Voorbeeld:
Op welke wijze dragen financiële straffen bij aan speciale preventie?
Mogelijke deelvragen:
• Wat is speciale preventie?
• Wat zijn financiële straffen?
• In welke gevallen worden financiële straffen opgelegd?
• Waarom worden financiële straffen opgelegd?
• Wat is het effect van financiële straffen?
Schrijfplan:
• Verplicht
◦ Aanleiding
◦ Lezersdoelgroep
◦ Schrijfdoel
◦ Centrale vraag
◦ Deelvragen (welke vragen moet je eerst hebben beantwoord om de centrale
vraag te kunnen beantwoorden)
• Niet verplicht
◦ Onderzoeksdoel
◦ Voorlopige indeling van de tekst
◦ Kernboodschap (voorlopig antwoord op de centrale vraag)
◦ Bronnenlijst
Structuur van een tekst:
• Inleiding - kern - slot
• Structurering binnen de kern -> ordenen van je materiaal
• Voordelen van goede ordening:
◦ Scheiden van hoofd- en bijzaken
◦ Schrijven gaat sneller
◦ Tekst wordt duidelijker
Mindmap:
• Zet het onderwerp van je tekst midden op een vel papier
• Zet daaromheen woorden, kreten, plaatjes, enz. die je associeert met je onderwerp.
, • Orden de gemaakte mijnramp: wat hoort bij elkaar? Wat is belangrijk en wat is
minder belangrijk?
Vaste tekststructuren:
• probleemstructuur
• maatregelstructuur
• evaluatiestructuur
• opiniestructuur
• handelingsstructuur
• onderzoeksstructuur
6W&H
• Wat
◦ wat is er gebeurd, wat wil je omschrijven, wat houdt de maatregel in, wat
evalueer je?
• Waarom
◦ waarom is het gebeurd
• Wie
◦ wie heeft het gedaan, wie is erbij betrokken
• Waartoe
◦ wat zijn de gevolgen, wat is het doel, wat willen de betrokkenen bereiken
• Wanneer
◦ wanneer is het gebeurd / gaat het gebeuren
• Waar
◦ waar is het gebeurd
• Hoe
◦ hoe is het gebeurd
Kernboodschap:
• Ultrakorte samenvatting van de tekst
• Vaak: antwoord op de centrale vraag
• Belangrijk omdat
◦ je hele tekst eigenlijk een uitwerking van de kernboodschap is
Inleiding:
• Onderwerp
• Aanleiding
• Schrijfdoel
• Centrale vraag en deelvragen
• Leeswijzer
Structuur in de kern:
• Logische opbouw
◦ Chronologisch
◦ Eerst algemeen, dan specifiek
◦ Kort ingaan op bezwaren of tegenargumenten, dan je eigen argumenten
◦ Volgorde argumenten: zilver, brons, goud
• Tekst heeft verschillende niveau’s
◦ Tekst - hoofdstuk - paragraaf - alinea - zin
◦ Op elk niveau heb je het steeds over één deelonderwerp