Samenvatting Onderzoek (boek)
Hoofdstuk 1 t/m paragraaf 3.4 (p. 3-34)
Een onderzoek ontstaat niet zomaar. Er ligt altijd een probleem, een vraag of een
vermoeden aan ten grondslag. In de initiatieffase, de start van het onderzoek,
bepaalt de opdrachtgever de voorlopige onderzoeksdoelstelling. Aller eerst brieft
de opdrachtgever de onderzoeker wat er moet gebeuren.
In de onderzoeksopdracht die de opdrachtgever formuleert, staan:
De aanleiding van het onderzoek;
De doelstelling / het resultaat dat het onderzoek moet opleveren;
De afbakening van het onderzoek;
Een einddatum voor het onderzoek en eventueel een globale planning’
Een budget;
Eventueel de samenstelling van het onderzoeksteam;
Voorbeeld: Een verzekeringskantoor wil weten hoe tevreden zijn zakelijke klanten
zijn en formuleert daarvoor de volgende onderzoeksopdracht.
Aanleiding: De directie heeft het gevoel dat klanten niet meer zo tevreden zijn
als vroeger, omdat er verschillende fusies en veranderingen in de organisatie zijn
geweest.
Doelstelling: Het vergroten van de klanttevredenheid.
Afbakening: Alleen de zakelijke klanten moeten worden onderzocht. Particuliere
klanten bepalen slechts een klein deel van de omzet en een onderzoek onder
deze klanten zal minder opleveren dan dat het kost.
Einddatum en planning: Einddatum: in december van dit jaar. Planning: over
drie weken is het plan van aanpak gereed en eind december worden de
onderzoeksresultaten gepresenteerd.
Budget: er is 750 euro beschikbaar voor de uitvoering van dit onderzoek.
Een manager heeft zelf geen tijd om het onderzoek te doen. Hij schrijft wel een
onderzoeksopdracht, het onderzoek zelf wordt aan andere overgelaten.
1.2 De briefing
Als je de onderzoeksopdracht hebt gekregen, ga je haar verder analyseren. Dit is
de definitiefase, je gaat uitzoeken wat precies de uitgangspunten en
doelstellingen achter de opdracht zijn, welke invloed van buitenaf het onderzoek
kan veranderen, de interne en externe betrokken en welke risico’s er zijn. Dit doe
je gedetailleerd.
,Voor de briefing
Je moet goed voorbereidt zijn over de opdrachtgever en de organisatie, voordat
je voor het eerst contact legt. Hierdoor kunnen er gelijk vragen gesteld worden.
Geef na elke vraag een samenvatting, hierdoor kan de opdrachtgever zien of je
de vraag en het antwoordt snapt.
Spreek van tevoren af wie de leiding neemt als je in een groep werkt. Hierdoor
komt er gelijk een gesprek opgang wanneer er een gesprek is met de
opdrachtgever.
Tijdens de briefing
stel tijdens de briefing zoveel mogelijk open vragen, dit levert meer informatie
op. Zo kom je te weten wat de opdrachtgever zelf belangrijk vindt. Als het moet,
vraag door en blijf kritisch.
Stel ook rustig vragen die niet direct verband lijken te hebben met je opdracht,
maar wel met de organisatie, de omgeving, klanten… Hierdoor krijg je vaak meer
inzicht in het probleem en je komt ook een stuk geïnteresseerder over.
Vraag geen dingen die je al had kunnen weten (bereid je dus goed voor) en wees
geïnteresseerd.
Na de briefing
Na de briefing schrijf je een verslag, waarin je minimaal aangeeft wat de huidige
situatie is, wat het probleem of de opdracht is, hoe je het probleem zult oplossen
of hoe je de opdracht zult vervullen en welke eisen / randvoorwaarden de
opdrachtgever stel. Neem gerust contact op met je opdrachtgever als het moet.
Als zowel de opdrachtgever als de onderzoeksgroep het eens zijn over de
opdracht, dan ga je het plan van aanpak schrijven.
Paragraaf 2, Het plan van aanpak
Zonder een goede structuur in je aanpak zul je nooit een goed onderzoek kunnen
doen.
Een richtlijn is dat je aan het plan van aanpak ongeveer 10% van de tijd die je in
totaal voor je onderzoek hebt, besteedt.
Het plan van aanpak kun je verdelen in drie delen: het inhoudelijke deel (wat
ga je onderzoeken), de methode (hoe ga je dat onderzoeken) en de
beheersing (hoe ga je om met tijd, geld en communicatie naar
belanghebbende).
Voordat je aan de slag kan met je plan van aanpak moet je nadenken over welk
type onderzoek je eigenlijk gaat doen. Dit heeft namelijk consequenties voor de
formulering van je doelstelling en / of hoofdvraag.
2.1 Typen onderzoek
Elke onderzoek heeft een doel. Deze doelen kun je indelen in vier soorten:
, Beschrijvend, je geeft aan wat iets is of hoe het in elkaar zit. Je moet
interviews afnemen, een enquête houden, enz.
Verklarend, je onderzoekt waarom of waardoor iets is zoals het is.
Evaluerend (ook wel toetsend of beoordelend genoemd), aan dit
onderzoek zit een beoordelingsaspect. Je kunt hierbij denken aan het
afzetten van de situatie op dit moment tegen de gewenste situatie.
Adviserend, je geeft advies. Dit betekent dat je al adviezen of mogelijke
maatregelen moet toetsen aan haalbaarheid, effectiviteit, kosten,
enzovoort. houd er rekening mee dat dit veel tijd kost.
2.2 De onderdelen van het plan van aanpak
1. De aanleiding voor het project /de probleemstelling
Je omschrijft de aanleiding voor het project. Vaak komt een project voort uit een
probleem dat moet worden opgelost. Als dat zo is, dan omschrijf je hier het
probleem en eventueel de oorzaken ervan. In dit onderdeel kun je ook de
structuur van het plan van aanpak benoemen. Dat geeft de lezer duidelijkheid
over wat hij kan verwachten. Let er op dat je de aanleiding niet verwart met de
doelstelling, deze bespreek je pas onder het volgende kopje.
2. De doelstelling
Onder dit kopje vertel je wat je wilt bereiken met het project. Wat is het doel?
Waartoe leidt het project? Het kan zijn dat een project meerdere doelstellingen
heeft, noem deze dan allemaal. Vertel ook waarom het (voor de opdrachtgever)
van belang is dat de doelen worden bereikt. (SMART)
3. De opdrachtbeschrijving / probleemstelling
Hier vertel je precies wat de opdracht inhoudt. De opdracht vloeit voort uit de
doelstelling(en) die je hiervoor hebt beschreven. Welke middelen ga je inzetten
om dat doel of die doelen te bereiken? Meestal krijg je een duidelijke opdracht
van een organisatie. Zorg dat de opdracht voor jezelf volledig duidelijk is. Wees
bij de beschrijving van de opdracht ook zo specifiek mogelijk. Je beschrijft dus
niet enkel de opdracht, maar ook de omvang van de opdracht, de manier waarop
je zal rapporteren, het verwachte/gewenste resultaat enz. Als je een plan van
aanpak schrijft voor een scriptie, vermeld je hier ook wat voor tussenproducten je
op zal leveren. Ook als er beperkingen zijn die van belang zijn om te noemen,
behandel je deze hier.
Een hoofdvraag is meestal te complex om zomaar te beantwoorden. Je moet dus
meer dingen weten om de hoofdvraag te beantwoorden: je stelt meerdere
subvragen.
Hoofdstuk 1 t/m paragraaf 3.4 (p. 3-34)
Een onderzoek ontstaat niet zomaar. Er ligt altijd een probleem, een vraag of een
vermoeden aan ten grondslag. In de initiatieffase, de start van het onderzoek,
bepaalt de opdrachtgever de voorlopige onderzoeksdoelstelling. Aller eerst brieft
de opdrachtgever de onderzoeker wat er moet gebeuren.
In de onderzoeksopdracht die de opdrachtgever formuleert, staan:
De aanleiding van het onderzoek;
De doelstelling / het resultaat dat het onderzoek moet opleveren;
De afbakening van het onderzoek;
Een einddatum voor het onderzoek en eventueel een globale planning’
Een budget;
Eventueel de samenstelling van het onderzoeksteam;
Voorbeeld: Een verzekeringskantoor wil weten hoe tevreden zijn zakelijke klanten
zijn en formuleert daarvoor de volgende onderzoeksopdracht.
Aanleiding: De directie heeft het gevoel dat klanten niet meer zo tevreden zijn
als vroeger, omdat er verschillende fusies en veranderingen in de organisatie zijn
geweest.
Doelstelling: Het vergroten van de klanttevredenheid.
Afbakening: Alleen de zakelijke klanten moeten worden onderzocht. Particuliere
klanten bepalen slechts een klein deel van de omzet en een onderzoek onder
deze klanten zal minder opleveren dan dat het kost.
Einddatum en planning: Einddatum: in december van dit jaar. Planning: over
drie weken is het plan van aanpak gereed en eind december worden de
onderzoeksresultaten gepresenteerd.
Budget: er is 750 euro beschikbaar voor de uitvoering van dit onderzoek.
Een manager heeft zelf geen tijd om het onderzoek te doen. Hij schrijft wel een
onderzoeksopdracht, het onderzoek zelf wordt aan andere overgelaten.
1.2 De briefing
Als je de onderzoeksopdracht hebt gekregen, ga je haar verder analyseren. Dit is
de definitiefase, je gaat uitzoeken wat precies de uitgangspunten en
doelstellingen achter de opdracht zijn, welke invloed van buitenaf het onderzoek
kan veranderen, de interne en externe betrokken en welke risico’s er zijn. Dit doe
je gedetailleerd.
,Voor de briefing
Je moet goed voorbereidt zijn over de opdrachtgever en de organisatie, voordat
je voor het eerst contact legt. Hierdoor kunnen er gelijk vragen gesteld worden.
Geef na elke vraag een samenvatting, hierdoor kan de opdrachtgever zien of je
de vraag en het antwoordt snapt.
Spreek van tevoren af wie de leiding neemt als je in een groep werkt. Hierdoor
komt er gelijk een gesprek opgang wanneer er een gesprek is met de
opdrachtgever.
Tijdens de briefing
stel tijdens de briefing zoveel mogelijk open vragen, dit levert meer informatie
op. Zo kom je te weten wat de opdrachtgever zelf belangrijk vindt. Als het moet,
vraag door en blijf kritisch.
Stel ook rustig vragen die niet direct verband lijken te hebben met je opdracht,
maar wel met de organisatie, de omgeving, klanten… Hierdoor krijg je vaak meer
inzicht in het probleem en je komt ook een stuk geïnteresseerder over.
Vraag geen dingen die je al had kunnen weten (bereid je dus goed voor) en wees
geïnteresseerd.
Na de briefing
Na de briefing schrijf je een verslag, waarin je minimaal aangeeft wat de huidige
situatie is, wat het probleem of de opdracht is, hoe je het probleem zult oplossen
of hoe je de opdracht zult vervullen en welke eisen / randvoorwaarden de
opdrachtgever stel. Neem gerust contact op met je opdrachtgever als het moet.
Als zowel de opdrachtgever als de onderzoeksgroep het eens zijn over de
opdracht, dan ga je het plan van aanpak schrijven.
Paragraaf 2, Het plan van aanpak
Zonder een goede structuur in je aanpak zul je nooit een goed onderzoek kunnen
doen.
Een richtlijn is dat je aan het plan van aanpak ongeveer 10% van de tijd die je in
totaal voor je onderzoek hebt, besteedt.
Het plan van aanpak kun je verdelen in drie delen: het inhoudelijke deel (wat
ga je onderzoeken), de methode (hoe ga je dat onderzoeken) en de
beheersing (hoe ga je om met tijd, geld en communicatie naar
belanghebbende).
Voordat je aan de slag kan met je plan van aanpak moet je nadenken over welk
type onderzoek je eigenlijk gaat doen. Dit heeft namelijk consequenties voor de
formulering van je doelstelling en / of hoofdvraag.
2.1 Typen onderzoek
Elke onderzoek heeft een doel. Deze doelen kun je indelen in vier soorten:
, Beschrijvend, je geeft aan wat iets is of hoe het in elkaar zit. Je moet
interviews afnemen, een enquête houden, enz.
Verklarend, je onderzoekt waarom of waardoor iets is zoals het is.
Evaluerend (ook wel toetsend of beoordelend genoemd), aan dit
onderzoek zit een beoordelingsaspect. Je kunt hierbij denken aan het
afzetten van de situatie op dit moment tegen de gewenste situatie.
Adviserend, je geeft advies. Dit betekent dat je al adviezen of mogelijke
maatregelen moet toetsen aan haalbaarheid, effectiviteit, kosten,
enzovoort. houd er rekening mee dat dit veel tijd kost.
2.2 De onderdelen van het plan van aanpak
1. De aanleiding voor het project /de probleemstelling
Je omschrijft de aanleiding voor het project. Vaak komt een project voort uit een
probleem dat moet worden opgelost. Als dat zo is, dan omschrijf je hier het
probleem en eventueel de oorzaken ervan. In dit onderdeel kun je ook de
structuur van het plan van aanpak benoemen. Dat geeft de lezer duidelijkheid
over wat hij kan verwachten. Let er op dat je de aanleiding niet verwart met de
doelstelling, deze bespreek je pas onder het volgende kopje.
2. De doelstelling
Onder dit kopje vertel je wat je wilt bereiken met het project. Wat is het doel?
Waartoe leidt het project? Het kan zijn dat een project meerdere doelstellingen
heeft, noem deze dan allemaal. Vertel ook waarom het (voor de opdrachtgever)
van belang is dat de doelen worden bereikt. (SMART)
3. De opdrachtbeschrijving / probleemstelling
Hier vertel je precies wat de opdracht inhoudt. De opdracht vloeit voort uit de
doelstelling(en) die je hiervoor hebt beschreven. Welke middelen ga je inzetten
om dat doel of die doelen te bereiken? Meestal krijg je een duidelijke opdracht
van een organisatie. Zorg dat de opdracht voor jezelf volledig duidelijk is. Wees
bij de beschrijving van de opdracht ook zo specifiek mogelijk. Je beschrijft dus
niet enkel de opdracht, maar ook de omvang van de opdracht, de manier waarop
je zal rapporteren, het verwachte/gewenste resultaat enz. Als je een plan van
aanpak schrijft voor een scriptie, vermeld je hier ook wat voor tussenproducten je
op zal leveren. Ook als er beperkingen zijn die van belang zijn om te noemen,
behandel je deze hier.
Een hoofdvraag is meestal te complex om zomaar te beantwoorden. Je moet dus
meer dingen weten om de hoofdvraag te beantwoorden: je stelt meerdere
subvragen.