Pagina 1 van 33
SAMENVATTING MENS EN RECHT
INHOUDSOPGAVE
Hoofdstuk 7: Samenlevingsvormen en scheiding.............................................3
7.2 Algemene begrippen................................................................................................. 3
Persoonlijkheid............................................................................................................. 3
Bloedverwantschap en aanverwantschap....................................................................3
7.3 Samenlevingsvormen................................................................................................4
Huwelijk........................................................................................................................ 4
Geregistreerd partnerschap.......................................................................................... 6
Samenwonen................................................................................................................ 6
7.4 Scheiding................................................................................................................... 7
Echtscheiding............................................................................................................... 7
Beëindiging van het geregistreerd partnerschap..........................................................9
Beëindiging van het samenwonen..............................................................................10
7.5 Alimentatie.............................................................................................................. 10
Duur van de alimentatie............................................................................................. 10
Verandering van de alimentatieplicht.........................................................................10
7.6 Kinderen en scheiding............................................................................................. 11
Gezag van ouders over de kinderen...........................................................................11
Omgang, informatie en consultatie............................................................................11
7.7 Scheidings- en omgangsbemiddeling......................................................................12
Hoofdstuk 8: Ouderschap en gezag...............................................................13
8.1 Juridisch ouderschap................................................................................................ 13
Betekenins en rechtsgevolgen van juridisch ouderschap...........................................13
Ontstaan van juridisch ouderschap............................................................................13
Juridische ouderschap van ouders van gelijk geslacht................................................15
Ouderschap door adoptie........................................................................................... 16
8.2 Ouderlijk gezag en voogdij......................................................................................17
Ouderijk gezag........................................................................................................... 17
Voogdij....................................................................................................................... 19
Wettelijke vertegenwoordiging van minderjarigen.....................................................20
Pleegouderschap........................................................................................................ 20
Hoofdstuk 10: gezondheid............................................................................21
10.4: Gedwongen opname in de Wet BOPZ...................................................................21
De werkingssfeer van de Wet BOPZ...........................................................................21
Trajecten voor gedwonen opname..............................................................................22
SAMENVATTING RECHT PERIODE 2, JAAR 2 MADHURI KRUITHOF
, Pagina 2 van 33
Rechten en beperkingen in de Wet BOPZ...................................................................24
SAMENVATTING RECHT PERIODE 2, JAAR 2 MADHURI KRUITHOF
, Pagina 3 van 33
HOOFDSTUK 7: SAMENLEVINGSVORMEN EN SCHEIDING
7.2 ALGEMENE BEGRIPPEN
Het personen- en familierecht gaat over personen en de relatie tussen personen en hun
familie.
PERSOONLIJKHEID
Volgens de wet is een persoon iemand die rechten en plichten heeft. Hij heet dan
persoonlijkheid volgens het recht. Dit wordt ook wel ‘rechtssubject zijn’ genoemd.
Persoonlijkheid ontstaat door geboorte. Het kind moet wel levend geboren worden. Op de
regel dat persoonlijkheid ontstaat bij geboorte, bestaat echter een uitzondering: een
ongeboren kind wordt als geboren beschouwd, als dit in het belang van het kind is. Een
ongeboren kind kan bijvoorbeeld erfgenaam zijn; een voorwaarde is dat het kind later wel
levend ter wereld komt. Indien een ongeboren kind moet worden beschermd tegen het
gedrag van de zwangere moeder, kan er een kinderbeschermingsmaatregel worden
opgelegd. Dit kan vanaf 24 weken zwangerschap.
Bij een kind dat dood geboren wordt, is volgens de wet geen ‘persoonlijkheid’ ontstaan.
Persoonlijkheid eindigt door de dood. De rechten en plichten die met het vermogen te
maken hebben, gaan dan over op de erfgenamen.
BLOEDVERWANTSCHAP EN AANVERWANTSCHAP
Bloedverwantschap is de betrekking die bestaat tussen personen die rechtstreeks van
elkaar afstammen (in rechte lijn) of die een gemeenschappelijke stamvader of
stammoeder hebben (de zijlijn). Het gaat altijd om een relatie tussen personen binnen en
familie.
Het recht maakt onderscheid tussen biologische bloedverwantschap en juridische
bloedverwantschap. Juridische bloedverwantschap ontstaat ten gevolge van een
juridische relatie die tot stand is gekomen. Voor juridische bloedverwantschap is het niet
nodig dat de ouder ook biologisch een bloedverwant is en niet elke biologische
bloedverwant is ook een juridische bloedverwant.
grootoud
er
ouder
kind
1 Bloedverwantschap in rechte lijn
De mate waarin iemand bloedverwant is, wordt uitgedrukt in graden. Elk kind is een
tweedegraadsbloedverwant van de grootouder en een eerstegraadsbloedverwant van de
ouder in de rechte lijn.
SAMENVATTING RECHT PERIODE 2, JAAR 2 MADHURI KRUITHOF
SAMENVATTING MENS EN RECHT
INHOUDSOPGAVE
Hoofdstuk 7: Samenlevingsvormen en scheiding.............................................3
7.2 Algemene begrippen................................................................................................. 3
Persoonlijkheid............................................................................................................. 3
Bloedverwantschap en aanverwantschap....................................................................3
7.3 Samenlevingsvormen................................................................................................4
Huwelijk........................................................................................................................ 4
Geregistreerd partnerschap.......................................................................................... 6
Samenwonen................................................................................................................ 6
7.4 Scheiding................................................................................................................... 7
Echtscheiding............................................................................................................... 7
Beëindiging van het geregistreerd partnerschap..........................................................9
Beëindiging van het samenwonen..............................................................................10
7.5 Alimentatie.............................................................................................................. 10
Duur van de alimentatie............................................................................................. 10
Verandering van de alimentatieplicht.........................................................................10
7.6 Kinderen en scheiding............................................................................................. 11
Gezag van ouders over de kinderen...........................................................................11
Omgang, informatie en consultatie............................................................................11
7.7 Scheidings- en omgangsbemiddeling......................................................................12
Hoofdstuk 8: Ouderschap en gezag...............................................................13
8.1 Juridisch ouderschap................................................................................................ 13
Betekenins en rechtsgevolgen van juridisch ouderschap...........................................13
Ontstaan van juridisch ouderschap............................................................................13
Juridische ouderschap van ouders van gelijk geslacht................................................15
Ouderschap door adoptie........................................................................................... 16
8.2 Ouderlijk gezag en voogdij......................................................................................17
Ouderijk gezag........................................................................................................... 17
Voogdij....................................................................................................................... 19
Wettelijke vertegenwoordiging van minderjarigen.....................................................20
Pleegouderschap........................................................................................................ 20
Hoofdstuk 10: gezondheid............................................................................21
10.4: Gedwongen opname in de Wet BOPZ...................................................................21
De werkingssfeer van de Wet BOPZ...........................................................................21
Trajecten voor gedwonen opname..............................................................................22
SAMENVATTING RECHT PERIODE 2, JAAR 2 MADHURI KRUITHOF
, Pagina 2 van 33
Rechten en beperkingen in de Wet BOPZ...................................................................24
SAMENVATTING RECHT PERIODE 2, JAAR 2 MADHURI KRUITHOF
, Pagina 3 van 33
HOOFDSTUK 7: SAMENLEVINGSVORMEN EN SCHEIDING
7.2 ALGEMENE BEGRIPPEN
Het personen- en familierecht gaat over personen en de relatie tussen personen en hun
familie.
PERSOONLIJKHEID
Volgens de wet is een persoon iemand die rechten en plichten heeft. Hij heet dan
persoonlijkheid volgens het recht. Dit wordt ook wel ‘rechtssubject zijn’ genoemd.
Persoonlijkheid ontstaat door geboorte. Het kind moet wel levend geboren worden. Op de
regel dat persoonlijkheid ontstaat bij geboorte, bestaat echter een uitzondering: een
ongeboren kind wordt als geboren beschouwd, als dit in het belang van het kind is. Een
ongeboren kind kan bijvoorbeeld erfgenaam zijn; een voorwaarde is dat het kind later wel
levend ter wereld komt. Indien een ongeboren kind moet worden beschermd tegen het
gedrag van de zwangere moeder, kan er een kinderbeschermingsmaatregel worden
opgelegd. Dit kan vanaf 24 weken zwangerschap.
Bij een kind dat dood geboren wordt, is volgens de wet geen ‘persoonlijkheid’ ontstaan.
Persoonlijkheid eindigt door de dood. De rechten en plichten die met het vermogen te
maken hebben, gaan dan over op de erfgenamen.
BLOEDVERWANTSCHAP EN AANVERWANTSCHAP
Bloedverwantschap is de betrekking die bestaat tussen personen die rechtstreeks van
elkaar afstammen (in rechte lijn) of die een gemeenschappelijke stamvader of
stammoeder hebben (de zijlijn). Het gaat altijd om een relatie tussen personen binnen en
familie.
Het recht maakt onderscheid tussen biologische bloedverwantschap en juridische
bloedverwantschap. Juridische bloedverwantschap ontstaat ten gevolge van een
juridische relatie die tot stand is gekomen. Voor juridische bloedverwantschap is het niet
nodig dat de ouder ook biologisch een bloedverwant is en niet elke biologische
bloedverwant is ook een juridische bloedverwant.
grootoud
er
ouder
kind
1 Bloedverwantschap in rechte lijn
De mate waarin iemand bloedverwant is, wordt uitgedrukt in graden. Elk kind is een
tweedegraadsbloedverwant van de grootouder en een eerstegraadsbloedverwant van de
ouder in de rechte lijn.
SAMENVATTING RECHT PERIODE 2, JAAR 2 MADHURI KRUITHOF