Praktische pedagogiek voor sociaal werk
Hoofdstuk 1 opvoeding
In de oudheid werden kinderen gezien als belangrijke gezinsleden met wie plezier en affectie gedeeld
kon worden. Ook werd er grote waarde gehecht aan het toekomstige belang van het kind.
Spartaanse opvoeding:
- Stamt uit klassieke oudheid
- Strenge opvoedvisie
- Kinderen werden van jongs af aan opgeleid tot militairen en gehoorzame staatsburgers om
rebellie te voorkomen
De opvoeding bestond uit:
- Zware training
- Gehoorzaam leren zijn
- Mentale en fysieke uithoudingsvermogen vergroten
In de middeleeuwen was de opvoeding nog steeds hard. De nadruk lag op overleven en kinderen
werden onderdrukt en gezien als van weinig belang (o.i.v. Calvinisme)
De geleerde Erasmus (1469-1536) benadrukte dat: het belangrijke was om liefdevol met het kind om
te gaan. Zijn ideaal was kinderen op te voeden tot humane, verdraagzame, ridderlijk en hoffelijke
wezens met een groot gevoel voor verantwoordelijkheid. Hij hechtte hierom veel waarde aan het
onderwijs.
In de 16e en 17e eeuw groeide het aantal scholen aanzienlijk.
In de 19e eeuw werd zedelijke vorming een belangrijk doel binnen opvoeding. Door aanleren
gehoorzaamheid en zelfbeheersing wilden opvoeders slechte eigenschappen onderdrukken of
verbeteren. Egoïsme -> slechtste eigenschap
Opvoeders waren streng wanner nodig, zacht en liefdevol wanneer mogelijk.
Bevelhuishoudens:
• Strikte regels en grenzen
• Opvoeders deelden bevelen uit
• Tegenspraak werd streng bestraft
• Mening kind deed er niet toe
• Gebruik van machtspositie om kind in toom te houden
Dit was in lijn met hoe de maatschappij toen functioneerde.
In de tweede helft van de 20e eeuw, verdween nadruk op strenge opvoeding door middel van Spock.
Spock (1903-1998)
- Amerikaanse kinderarts
- Stelde dat kinderen niet snel verwend raakten
- Adviseerde opvoeders om signalen kind serieus te nemen en om erop te reageren
- Door Spock gingen opvoeders flexibeler om met hun kinderen en toonden meer genegenheid
, Midden van de jaren 60 -> verschuiving van bevels- naar onderhandelingshuishoudens:
- Meer openheid
- Meer democratisch
- Geluisterd naar en rekening gehouden met mening kind
- Nieuwe opvoeddoelstellingen: mondigheid, zelf ontplooiing zelfontdekking en
onafhankelijkheid
Opvoeding van nu -> verschillende opvoedmethoden d.m.v. internet, tv etc. Het kind staat
tegenwoordig centraal, mag eigen keuzes maken en eigen levenspad bewandelen.
Opvoeden = alle omgang tussen de opvoeder en het kind waarbij gericht een relatie wordt
aangegaan.
Binnen die omgang biedt de opvoeder het kind:
• Geborgenheid
• Liefde
• Veiligheid
• Intimiteit
• Aandacht
• Grenzen
• Instructie
• Ondersteuning
• Controle
Hierdoor komt het kind tot zelfontplooiing en kan het over nodige zelfredzaamheid en
zelfstandigheid beschikken om richting te geven aan verdere leven.
Opvoedingsdoelen
Voornaamste doel van opvoeding = het kind laten uitgroeien tot een volwassene die zich kan
handhaven in de maatschappij. Drie algemene kenmerken die hiervoor nodig zijn:
- Zelfstandigheid
- Zelfredzaamheid
- Zelfvertrouwen
- Ontplooiing van persoonlijke mogelijkheden is ook een doel geworden.
Pedagogische basisdoelen:
• Bieden van emotionele veiligheid -> veilige basis, een ‘thuis’, jezelf kunnen zijn.
• Gelegenheid bieden voor het ontwikkelen van persoonlijke competentie -> in staat om
problemen aan te pakken en zich aan te passen. Veerkracht, motivatie etc. Zo ontwikkelt het
kind de 3 Z’s.
• Gelegenheid bieden voor het ontwikkelen van sociale competentie -> inleven, samenwerken,
communiceren, helpen etc.
• Overdragen van waarden en normen -> zo maken kinderen zich de cultuur eigen en leren ze
zich ernaar te gedragen.
Hoofdstuk 1 opvoeding
In de oudheid werden kinderen gezien als belangrijke gezinsleden met wie plezier en affectie gedeeld
kon worden. Ook werd er grote waarde gehecht aan het toekomstige belang van het kind.
Spartaanse opvoeding:
- Stamt uit klassieke oudheid
- Strenge opvoedvisie
- Kinderen werden van jongs af aan opgeleid tot militairen en gehoorzame staatsburgers om
rebellie te voorkomen
De opvoeding bestond uit:
- Zware training
- Gehoorzaam leren zijn
- Mentale en fysieke uithoudingsvermogen vergroten
In de middeleeuwen was de opvoeding nog steeds hard. De nadruk lag op overleven en kinderen
werden onderdrukt en gezien als van weinig belang (o.i.v. Calvinisme)
De geleerde Erasmus (1469-1536) benadrukte dat: het belangrijke was om liefdevol met het kind om
te gaan. Zijn ideaal was kinderen op te voeden tot humane, verdraagzame, ridderlijk en hoffelijke
wezens met een groot gevoel voor verantwoordelijkheid. Hij hechtte hierom veel waarde aan het
onderwijs.
In de 16e en 17e eeuw groeide het aantal scholen aanzienlijk.
In de 19e eeuw werd zedelijke vorming een belangrijk doel binnen opvoeding. Door aanleren
gehoorzaamheid en zelfbeheersing wilden opvoeders slechte eigenschappen onderdrukken of
verbeteren. Egoïsme -> slechtste eigenschap
Opvoeders waren streng wanner nodig, zacht en liefdevol wanneer mogelijk.
Bevelhuishoudens:
• Strikte regels en grenzen
• Opvoeders deelden bevelen uit
• Tegenspraak werd streng bestraft
• Mening kind deed er niet toe
• Gebruik van machtspositie om kind in toom te houden
Dit was in lijn met hoe de maatschappij toen functioneerde.
In de tweede helft van de 20e eeuw, verdween nadruk op strenge opvoeding door middel van Spock.
Spock (1903-1998)
- Amerikaanse kinderarts
- Stelde dat kinderen niet snel verwend raakten
- Adviseerde opvoeders om signalen kind serieus te nemen en om erop te reageren
- Door Spock gingen opvoeders flexibeler om met hun kinderen en toonden meer genegenheid
, Midden van de jaren 60 -> verschuiving van bevels- naar onderhandelingshuishoudens:
- Meer openheid
- Meer democratisch
- Geluisterd naar en rekening gehouden met mening kind
- Nieuwe opvoeddoelstellingen: mondigheid, zelf ontplooiing zelfontdekking en
onafhankelijkheid
Opvoeding van nu -> verschillende opvoedmethoden d.m.v. internet, tv etc. Het kind staat
tegenwoordig centraal, mag eigen keuzes maken en eigen levenspad bewandelen.
Opvoeden = alle omgang tussen de opvoeder en het kind waarbij gericht een relatie wordt
aangegaan.
Binnen die omgang biedt de opvoeder het kind:
• Geborgenheid
• Liefde
• Veiligheid
• Intimiteit
• Aandacht
• Grenzen
• Instructie
• Ondersteuning
• Controle
Hierdoor komt het kind tot zelfontplooiing en kan het over nodige zelfredzaamheid en
zelfstandigheid beschikken om richting te geven aan verdere leven.
Opvoedingsdoelen
Voornaamste doel van opvoeding = het kind laten uitgroeien tot een volwassene die zich kan
handhaven in de maatschappij. Drie algemene kenmerken die hiervoor nodig zijn:
- Zelfstandigheid
- Zelfredzaamheid
- Zelfvertrouwen
- Ontplooiing van persoonlijke mogelijkheden is ook een doel geworden.
Pedagogische basisdoelen:
• Bieden van emotionele veiligheid -> veilige basis, een ‘thuis’, jezelf kunnen zijn.
• Gelegenheid bieden voor het ontwikkelen van persoonlijke competentie -> in staat om
problemen aan te pakken en zich aan te passen. Veerkracht, motivatie etc. Zo ontwikkelt het
kind de 3 Z’s.
• Gelegenheid bieden voor het ontwikkelen van sociale competentie -> inleven, samenwerken,
communiceren, helpen etc.
• Overdragen van waarden en normen -> zo maken kinderen zich de cultuur eigen en leren ze
zich ernaar te gedragen.