Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting ontwikkelingspsychopathologie

Beoordeling
3,1
(7)
Verkocht
41
Pagina's
78
Geüpload op
24-01-2015
Geschreven in
2014/2015

Zeer uitgebreide en volledige samenvatting van het hele boek.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting
Ontwikkelingspsychopathologie

,1. Introductie
Psychopathologie: De wetenschap waarin psychische stoornissen worden
bestudeerd.

Ontwikkelingspsychopathologie: het begrijpen van het proces van ontwikkeling:
hoe is bepaald gedrag bij een kind ontstaan en gegroeid? Niet zo zeer een
wetenschap, maar een benadering die meerdere inzichten combineert, ervan
uitgaande dat ontwikkeling zo’n complex verschijnsel is dat integratie van
inzichten en ervaringen vanuit verschillende invalshoeken nodig is. Belangrijkste
integratie is die tussen kennis vanuit de oudere wetenschappelijke disciplines:

- Ontwikkelingspsychologie
- Klinische psychologie
- (ortho)Pedagogiek
- Biologie
- (kinder)psychiatrie
- Sociologie
- Culturele antropologie
- Epidemiologie

Ontwikkelingsbenadering: men gaat ervan uit dat gedrag(smogelijkheden) in de
loop van iemand leven veranderen, complexer worden (met name organisatie
van gedrag). Als één aspect verandert, veranderen andere aspecten mee.

Ontwikkelingspsychopathologie gaat er niet vanuit dat vroegere ervaringen voor
de volle honderd procent iemand functioneren bepalen. Wisselwerking tussen
vroegere ervaringen en nu. Vroegere ervaringen beïnvloeden hoe iemand nu in
het leven staat. Ze beïnvloeden hoe iemand zijn huidige ervaringen interpreteert
en waardeert en de ervaringen uit het heden beïnvloeden hoe iemand terugkijkt
naar zijn verleden. Uitgangspunt hulpverlening: door andere ervaringen aan te
bieden wordt geprobeerd het kind te helpen zijn geschiedenis wat zonniger neer
te zetten.

Ontwikkelingsopgave: opgaven bij bepaalde ontwikkelingsfasen die moeten
worden volbracht. Als ervaringen die bij een ontwikkelingsopgave horen niet
goed worden verworven, wordt de kans op latere problemen groter.

Afwijkend gedrag of psychische stoornis is dynamisch: je kunt er soms last van
hebben en vaak niet, soms een beetje en dan weer juist heel veel. Verandert
gedurende de levensloop.

Zowel op het ontstaan als op het beloop van gedrag zijn altijd meerdere factoren
van invloed.

Cultuur heeft op twee manieren invloed op de psychopathologie:

- Cultuur kan de kans op bepaald gedrag vergroten of verkleinen
- Door de wijze waarop normen en waarden uit een cultuur de opvattingen
van volwassenen over het gedrag van kinderen beïnvloeden

,Risicofactoren: bedreigende factoren  heeft een negatieve invloed op de
ontwikkeling van een kind. Vergroot kans op stoornis, vooral in combinatie met
tweede risicofactor.

Beschermingsfactoren: protectieve factoren doet in een situatie van risico de
negatieve invloed van de risicofactoren op de ontwikkeling geheel of gedeeltelijk
teniet.

Deze factoren beïnvloeden elkaar wederzijds, of vergroten of verkleinen elkaars
invloed.

Al ons gedrag wordt beïnvloed door zowel erfelijke als omgevingsfactoren. Er is
geen gedrag zonder erfelijke invloed en zonder omgeving.


2. Classificatie, diagnostiek en epidemiologie
Classificatie: een situatie, persoon of voorwerp herkennen, er de juiste naam aan
geven en indelen in een categorie. Hierbij geef je antwoord op de vraag: ‘wat is
dit?’. Biedt mogelijkheid tot ordening. Hierbij krijg je kennis over een algemene
groep. Niet over een individu.

Differentiaaldiagnose: kijken of nog een andere stoornis de symptomen kan
veroorzaken en dus uitgesloten moet worden.

Diagnostiek: het proces waarbij na het vaststellen van de stoornis, gekeken wordt
naar het ontstaan ervan. Vaststellen van psychische stoornis is een interpretatie
(niet vast te stellen met bloedonderzoek oid). Kwestie van observeren.

DSM: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders.

Geschiedenis: Kraepelin grondlegger van classificatiesystemen  medische en
daarmee een somatische oriëntatie en waren geënt op de toenmalige populatie
van inrichtingspsychiatrie met ernstige stoornissen zoals de psychose. Eerste
DSM verscheen in 1952  baseerde zich vooral op de psychoanalyse en kende
grote aandacht voor minder ernstige stoornissen (neurose).

2013: DSM5. Niet altijd wetenschappelijk onderbouwd. Staan vaak der discussie.
Toch duidelijk gespecificeerde criteria. In de DSM staan afspraken over hoe een
psychische stoornis gedefinieerd wordt door de kenmerken te omschrijven. Zijn
beschrijving van de stoornis, geen verklaring. DSM verdeelt ook aantal, duur en
impact van de symptomen. Belangrijk aspect: denken in categorieën. Zie tabel
2.2 voor organisatiestructuur van de DSM-5.

Comorbiditeit: meerdere stoornissen tegelijk

In DSM-5 meer aandacht voor dimensionale benadering van classificatie: lichte,
matige, of ernstige stoornis, maar er blijft een harde knip tussen wel of geen
stoornis. Meest gebruikte dimensionale classificatiesysteem: Child Behavior
Checklist (CBCL). Sluit beter aan bij gedachtegoed van de
ontwikkelingspsychopathologie. Sluit beter aan bij de praktijk van snel wisselende
en verder ontwikkelende vaardigheden bij kinderen. Er kan worden vergeleken

,met andere kinderen van zelfde leeftijd en geslacht. Bij CBCL zijn vragenlijsten
gemaakt die ingevuld kunnen worden door kind zelf, ouders, en leerkrachten.
Voordelen DSM: wereldwijd dezelfde afspraken, en ook zeldzame stoornissen zijn
op te sporten (dit is veel minder bij CBCL).

Diagnose: het verklaren en begrijpen van wat de hulpverlener waarneemt bij een
uniek kind. Bij het stellen van een diagnose zal de hulpverlener zijn kennis
inzetten en door onderzoek tot nieuwe en aanvullende kennis komen. ‘waarom
heeft dit kind deze klachten?’.

Gezinsonderzoek is van belang om vast te stellen of er een interactie is tussen
gezinsfunctioneren en problematiek bij een kind en om de sterke kanten van het
gezinsfunctioneren te bepalen. Bovendien wordt er gekeken of het kind alleen
hulp krijgt, of het hele gezin.

Vier diagnostische methoden:

- Het diagnostisch gesprek
- Observeren
- Psychodiagnostiek
- Lichamelijk en somatisch onderzoek

Betrouwbaar: als meerdere beoordelaars tot dezelfde conclusie komen.
Overeenstemming (inter-observer-betrouwbaarheid) en standvastigheid (stabiel
blijven van een uitspraak bij het verstrijken van een bepaalde tijd  test-hertest-
betrouwbaarheid).

Valide: dat de techniek die je gebruikt om iets vast te stellen meet wat deze
beoogt te meten en dat het meetresultaat de juiste afspiegeling is van de
werkelijkheid.

Overeenstemming tussen informanten meestal niet zo goed  iedereen een
andere kijk. Toch geven ze over het algemeen allemaal wel zinnige informatie. Ze
interpreteren gedrag van een kind misschien anders, maar deze interpretaties
kunnen best betrouwbaar en valide zijn. Kind vertoont waarschijnlijk verschillend
gedrag bij verschillende informanten.

Prevalentie: het percentage van een groep dat een bepaalde stoornis heeft op
een bepaald moment in de tijd. Ooitprevalentie, Jaarprevalentie,
Maandprevalentie, Puntprevalentie.


3. Theorieën over ontwikkeling
4 uitgangspunten:

- De ontwikkeling van gedrag moet begrepen worden vanuit het samenspel
en de wisselwerking tussen de kenmerken van het kind en de context
waarin het kind zich bevindt
- Gedrag kan in de loop van de ontwikkeling verschillende vormen
aannemen en andere betekenissen krijgen
- Er zijn altijd meerdere factoren van invloed op ontwikkeling en gedrag

, - Elk kind is uniek

Bio-ecologische systeemtheorie:

Eenzijdig redeneren: meestal wordt de oorzaak van gedrag gezocht in 1 factor die
aan het gedrag voorafgaat (lineaire causaliteit). Redeneringen die van 1 oorzaak
uitgaan zijn meestal onjuist of hooguit ten dele juist. Gedrag wordt bijna altijd
door meerdere factoren beïnvloed. Hierop is biopsychosociale model
geïntroduceerd. Laat zien dat gedrag beïnvloed wordt door zowel biologische als
psychische en sociale invloeden.

Bronfenbrenner is van mening dat de ontwikkeling van een kind alleen maar in
zijn natuurlijke sociale context adequaat (valide) kan worden bestudeerd en dat
wordt uitgedrukt met het begrip ecologie. Bronfenbrenner onderscheidt 6 lagen
van contexten.

- Intrapersoonlijke kenmerken
- Microsysteem
- Mesosysteem
- Exosysteem
- Macrosysteem
- Chronosysteem

Uitgangspunten:

- Lineaire causaliteit
- De context ontwikkelt zich mee
- Subjectieve interpretatie
- Interne locus of control: een kind heeft het idee dat het zelf veel invloed
heeft op zijn leven. Hij plaatst de bron van de controle over zijn leven in
zichzelf.
- Op jonge leeftijd worden invloeden van onder andere het exosysteem en
macrosysteem altijd doorgegeven door de primaire opvoeders.
- Synergie: er is altijd sprake van meerdere factoren die invloed uitoefenen
op de ontwikkeling van een kind en deze factoren kunnen elkaar
versterken.

Vooronderstellingen bij de theorie over de ontwikkelingsopgaven:

- Een bepaalde ontwikkelingsopgave verschijnt in een bepaalde periode
- Sommige van deze opgaven zijn cultureel beïnvloed
- Het wel of niet adequaat volbrengen van de opgaven is van invloed op het
gedrag van een kind in een latere levensperiode

Het niet goed volbrengen van een opgave heeft een negatieve invloed op de
kans dat een ontwikkelingsopgave in een volgende ontwikkelingsperiode wordt
volbracht. Elke nieuwe opgave of elke nieuwe ontwikkling bouwt zich voort op
eerdere ontwikkelingen en neemt die in zich op en zo wordt het gedrag steeds
complexer. Zie tabel 3.1 voor ontwikkelingsopgaven.

De ontwikkelingstaken die een kind moet volbrengen zijn afhankelijk leeftijd,
sekse en de daarmee in verband staande lichamelijke en sociaal-emotionele

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
24 januari 2015
Aantal pagina's
78
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING
€4,24
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 41 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 7 reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

5 jaar geleden

8 jaar geleden

9 jaar geleden

9 jaar geleden

10 jaar geleden

10 jaar geleden

Hele duidelijke samenvatting!

3,1

7 beoordelingen

5
1
4
1
3
3
2
2
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
IrisPitstra Hanzehogeschool Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
80
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
73
Documenten
5
Laatst verkocht
5 jaar geleden

3,7

13 beoordelingen

5
3
4
5
3
3
2
2
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen