Perspectief/vertelstandpunt: Je beleeft de gebeurtenissen in een verhaal vanuit het
gezichtspunt van een van de personages, meestal de hoofdpersoon.
o Ik-perspectief: het verhaal wordt verteld vanuit het gezichtspunt van een ik-
figuur weet wat ik-figuur denkt, voelt en meemaakt
o Personaal perspectief: je beleeft het verhaal vanuit een personage gedachten,
gevoelens beschreven vanuit hij-/zij-vorm
o Auctoriaal perspectief: verhaal wordt verteld door een alwetende verteller
weet alles (vooral in ouderwetse verhalen)
Meervoudig perspectief: wisselend vanuit 2 hoofdpersonen
Ironie: milde vorm van spot, niet de bedoeling om ander te kwetsen
Sarcasme: harde vorm van spot, bedoeling om ander te kwetsen
Verschil ironie en sarcasme wordt bepaald door bedoeling van spreker of schrijver.
Drogredenen: onjuiste of schijnargumenten
o Persoonlijke aanval: richt kritiek op persoon i.p.v. op standpunt.
o Generalisatie: doet een uitspraak over hele groep op grond van slechts enkele
gevallen.
o Ontduiken van bewijslast: Presenteert standpunt als iets vanzelfsprekend,
zonder argumenten.
o Meelopersmotief: gebruikt mening van anderen als enige bewijsvoering
Discussie: gesprek tussen mensen die ene verschillende mening hebben over een
onderwerp goed luisteren heel belangrijk
o Meningvormende discussie: wilt weten hoe anderen over onderwerp denken
verschillende meningen vergelijken
o Besluitvormende discussie: moet met elkaar eens worden ander overtuigen
Discussiepunten:
o Goed voorbereiden
o Passende argumenten
o Respect tonen
o Positief opstellen
o Goed luisteren naar anderen
o Niet afdwalen van onderwerp
o Formuleer bijdrage helder
o Houd discussie centraal
o Wees open
Voorzitterspunten:
o Open discussie
o Heeft de leiding
o Vat belangrijke punten samen
o Is onpartijdig
o Deelnemers niet afdwalen
o Afkappen herhalingen/onderonsjes
o Sluit discussie met samenvatting/conclusie
Discussievorm:
1. Voorzitter opent discussie + info over onderwerp
2. Alle deelnemers een beurt
3. Echte discussie
4. Voorzitter sluit discussie af